Kaart
China’s Belt and Road Initiative: Hulp of afhankelijkheid?
27 juni 2025
Jolin Jooren
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2024/2025).

Bijna 800 miljard dollar. Zoveel investeerde China tussen 2013 en 2022 in landen met een laag of middeninkomen via Belt and Road Initiative (BRI). Met spoorlijnen, havens en snelwegen wil China zich letterlijk verbinden met de wereld. Maar wat is het BRI precies? En waarom doen zoveel landen mee, ondanks de groeiende kritiek?


Het Belt and Road Initiative (BRI) werd in 2013 gelanceerd door de Chinese president Xi Jinping. In 2025 telt het aantal landen dat in de BRI zit 149. De landen zijn verspreid over meerdere continenten waaronder Europa, Afrika en Azië.  Met het BRI wil Xi Jinping een enorm netwerk van spoorwegen, energiepijpleidingen, snelwegen en efficiëntere grensovergangen creëren. Naast de fysieke infrastructuur heeft China ook honderden speciale economische zones gefinancierd om zo werkgelegenheid te creëren. In een aantal landen die meedoen met het BRI  wordt aangemoedigd om Chinese technologie te gebruiken, zoals het 5G-netwerk van telecomgigant Huawei. De impact van het BRI is groot. De resultaten zijn gemengd. In sommige landen leidde het tot economische groei, in andere tot schulden en afhankelijkheid. In de interactieve kaart zijn vijf succesvolle BRI-projecten en vijf omstreden of problematische voorbeelden te zien.


In het interview met Frans-Paul van der Putten, China-deskundige en onderzoeker internationale betrekkingen, licht hij verder toe hoe het BRI werkt, waarom landen meedoen en waar de risico’s liggen.

Hoe kijken Westerse landen en ontwikkelingslanden volgens u naar het BRI?

“Voor de westerse landen betekent het BRI dat ze minder invloed krijgen in de wereld. Voor veel ontwikkelingslanden daarentegen biedt het BRI juist kansen voor de ontwikkeling van hun land. Die ontwikkeling kan op termijn ook gunstig zijn voor het Westen, ook bijvoorbeeld voor Nederland. Tegelijkertijd gaan de kansen voor ontwikkelingslanden wel gepaard met aanzienlijke risico’s.”

U gaf al aan dat China met het BRI ook strategisch invloed uitoefent, wat internationaal tot kritiek leidt. Toch kiezen veel landen ervoor om toch mee te doen, waarom is dat?

“Veel samenwerkingen waren al begonnen voordat er veel bekend was over het project. De kritiek kwam pas later. Landen zijn daardoor voorzichtiger geworden. Maar stel je bent een ontwikkelingsland, dan heb je behoefte aan een goed werkend infrastructuur. Maar financiering daarvoor is lastig te krijgen. Bij ontwikkelingsbanken zoals de Wereldbank is niet genoeg geld beschikbaar en onzekerheid over het rendement maakt financiering nog moeilijker. China biedt een alternatief en is bereid meer risico te nemen en stelt minder eisen op het gebied van transparantie, milieu en maatschappelijke voorwaarden. Daarbij voelen veel landen zich te afhankelijk van het Westen. Door ook met China samen te werken, ontstaat meer balans.”

Een belangrijk onderdeel van het BRI is ook de export van technologie. Waarom is dat zo voordelig voor China?

“China exporteert zijn bedrijfsleven en zijn technologie. Zeker via communicatie-infrastructuur zoals 5G. Dat gebeurt ook bij vliegvelden en havens. De mensen die deze projecten uitvoeren komen vaak uit China, net als de technologie en materialen die worden gebruikt. Zo worden Chinese telecombedrijven in steeds meer landen de standaard. Voor China is dat strategisch: hoe meer landen Chinese technologie gebruiken, hoe sterker China staat in de technologische ‘wedstrijd’ met het Westen.”

Wat is uw advies aan landen die meedoen aan het BRI, of overwegen om zich aan te sluiten?

“Mijn advies voor alle landen is: denk goed na waaraan je begint. Als je veel geld leent of telecom technologie overneemt, zit je daar voor een langere tijd aan vast. Denk dus goed na over de potentiële risico’s. EU-landen die deelnemen aan het BRI moeten bovendien zorgvuldig nadenken over hun banden met Amerika, en wat een mogelijk conflict tussen de VS en China voor hen zou betekenen.”

Na een sterke start in de beginjaren lijkt het tempo van de BRI wat terug te lopen. Wat zijn volgens u de belangrijkste oorzaken daarvan?

“Het klopt dat er eerst een grote groei was. In de vroege fase van 2013-2017 was er heel veel geld beschikbaar en alles werd uitgeprobeerd. Maar vanaf 2017 is China dit geleidelijk meer gaan inperken. Het is minder risico’s gaan nemen en stelt minder geld beschikbaar. Een belangrijke reden hiervoor is dat er binnen China kritischer naar het project wordt gekeken, zowel door de overheid als door de bevolking. Mensen vragen zich af waarom er zoveel geld naar het BRI gaat, terwijl er genoeg interne problemen zijn die nog opgelost moeten worden. Die zorgen roepen de vraag op of het wel te verantwoorden is om zoveel te investeren in andere landen. Daarnaast is de BRI een manier voor China om invloed te krijgen. Maar als dat niet zorgvuldig gebeurt, kan het averechts werken. China wil voorkomen dat andere landen hen als een te grote bedreiging gaan zien. Tot slot is er ook kritiek op de kwaliteit van de geleverde projecten. Dat heeft ertoe geleid dat China voorzichtiger is geworden.”

Nu China voorzichtiger lijkt te worden met nieuwe projecten, rijst de vraag hoe het verder zal gaan. Wat verwacht u van de toekomst van het BRI?

“Ik denk dat BRI blijft bestaan. Maar de eerste fase van 2013 tot 2017, waarin veel werd uitgeprobeerd en er veel geld beschikbaar was, niet meer zal terugkomen.”

Hoewel het Belt and Road Initiative inmiddels op de rem trapt, biedt het nog steeds voor veel ontwikkelingslanden kansen op economische groei en modernisering. Tegelijkertijd dwingt het landen tot scherpe keuzes: over schulden, technologie en hun positie in een wereld waarin de machtsbalans tussen het Westen en China verschuift.

27 juni 2025 |
Jolin Jooren
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2024/2025).