Waarom we niet moeten vergeten dat hiv een virus is van alle tijden
7 maart 2022
Alexander Duivenvoorden
Student Premaster Journalistiek & Nieuwe Media

Gezien gezond leven met hiv tegenwoordig mogelijk is, denk je waarschijnlijk niet veel meer over het aidsveroorzakende virus. Tóch lukt het artsen afgelopen februari pas voor de vierde keer ooit om een hiv-patiënt te genezen. Een vaccin blijft sinds de opmars begin jaren tachtig nog altijd uit. Reden genoeg voor een opfriscursus. Wat moeten we niet vergeten over deze ziekte en vooral: waarom niet?

Iemand die ‘hiv’ zegt, heeft het in dezelfde adem vaak over aids. Met name homoseksuele mannen krijgen rond 1981 te maken met deze ziekte. Ook in Nederland verschijnen in dat jaar de eerste gevallen. Het is dan nog onbekend welk virus de oorzaak vormt, hoe het er uitziet en of er een behandeling mogelijk is. Men denkt destijds dat er sprake is van een seksueel overdraagbare aandoening onder mannen die seks hebben met mannen. Gezien het tot dan alleen homoseksuelen lijkt te treffen, krijgt het virus de naam Gay Related Immune Disease (GRID). In de volksmond ook wel the gay plague, wat vrij vertaald ‘de homopest’ betekent. Later verandert dit in aids: Acquired Immune Deficiency Syndrome.

Het aantal wereldwijde aidsbesmettingen loopt sinds de uitbraak snel op, evenals het aantal doden. Er is sprake van een ware epidemie. Virologen buigen zich op hun beurt over de mysterieuze ziekte in de hoop een vaccin te ontwikkelen. In 1983 hebben virologen het virus dan eindelijk te pakken. Het duurt daarna nog ongeveer vijf jaar tot er medicatie op de markt verschijnt. Deze medicijnen nemen besmette mensen destijds in grote maten in, wat hiv in het lichaam afremt. Dit verlengde het ziektebed van aidspatiënten, maar verzekerde niet dat ze in leven bleven.


Kenniskader: hoe gaat hiv te werk?

Om de werking van die medicijnen beter te begrijpen, is het goed om te weten hoe hiv er uitziet en wat het precies doet. Als je hiv hebt, valt het virus een speciale groep witte bloedcellen aan in je lichaam. Deze witte bloedcellen – met de naam CD4+T-cellen – ondersteunen normaalgesproken het immuunsysteem. Zonder hun werking raken mensen sneller vatbaar voor ziektes die het lichaam normaal afweert.

Hiv is daarnaast niet hetzelfde als aids. Je krijgt aids als je besmet bent met hiv. Er is pas sprake van aids op het moment dat je immuunsysteem zo erg afzwakt dat je lichaam nauwelijks ziektes buiten de deur houdt. Op dat moment vergroot de kans om te overlijden aan bijvoorbeeld een longziekte of een zeldzame vorm van kanker. Meer informatie over hiv en de verspreiding ervan vind je in onderstaande video en op websites van instanties zoals Sense.


Een reis door de tijd

Hiv-remmers zorgen er dus voor dat het immuunsysteem van patiënten minder verzwakt. Tussen 1987 en vandaag de dag is die medicatie zo goed ontwikkeld dat gezond leven met hiv mogelijk is. Dat gebeurde niet zomaar. Het vergde veel onderzoek en eurekamomenten – bijna te veel om op te noemen. Gelukkig hielden organisaties zoals UNAIDS, Stichting HIV Monitoring (SHM) en Het Aidsfonds nauwkeurige statistieken bij. In de onderstaande tijdlijn staan een aantal van de belangrijkste wereldwijde én Nederlandse gebeurtenissen die zorgden dat we hiv nu beter onder controle hebben.

Ver-van-mijn-bedshow

Hoewel de cijfers over hiv aantonen dat de bestrijding goed verloopt, zijn we er volgens SHM nog niet. Zo gebruiken sommige mensen met hiv nog geen medicatie en slaat het bij anderen niet aan. Daarom blijft het cruciaal om over het virus te praten. Zo vindt ook journalist Tim van Erp (32). Hij valt zelf op mannen en schrijft regelmatig over lhbt+-gerelateerde onderwerpen. 

“Ik denk dat jongeren absoluut niet genoeg zijn geïnformeerd over dit onderwerp. Binnen de lhbt+-community schrik ik er soms van hoe weinig mensen weten over hoe je het virus kan overdragen. En ook onder heteroseksuelen die denken dat het een ver-van-mijn-bedshow is, ontbreekt het aan de nodige kennis.” Hoe men tegenwoordig aan informatie over hiv komt, vraagt Van Erp zich af. “Ik denk eigenlijk dat veel heteroseksuele jongeren er helemaal niet mee bezig zijn. Bij hun blijft het bij wat ze over hiv leren op school.” Bij de lhbt+-community ligt dat anders. “Daar wordt er waarschijnlijk meer op eigen initiatief gezocht naar informatie bij bijvoorbeeld online-instanties zoals Sense.”

‘Vieze aidshomo’

Zelf haalt de 32-jarige zijn informatie voornamelijk bij zijn PrEP-dokter. “Ik slik tegenwoordig namelijk PrEP om mijn hiv-angst de kop in te drukken.” Bang om ziek te worden is de journalist sowieso, maar het stigma omtrent hiv versterkt zij angst voor de soa des te meer. Daarover schreef hij eind 2020 al een column voor Winq. “Je krijgt vanuit de maatschappij toch een beetje het beeld dat als je besmet raakt, het je eigen schuld is. Je bent dan ‘een vieze aidshomo’. Dat beeld is er zodanig ingeprent dat ik er niet aan twijfel dat het een grote rol speelt bij mijn angst.”

Bewustwording is daarom cruciaal volgens hem. Door informatievoorziening over hoe je hiv krijgt bijvoorbeeld: “Er schuilt een groot probleem in dat mensen niet weten dat ze het virus hebben en het daardoor verspreiden.” Je regelmatig laten testen is volgens hem daarvoor de oplossing. Dat geldt ook voor niet-homoseksuelen. “Ik hoor hetero’s in mijn omgeving regelmatig zeggen dat ze zich niet laten testen op hiv, omdat ze denken dat ze het toch niet kunnen krijgen.” Dat is een verkeerde redenering, zoals al bleek in 1982.

Uiteindelijk hoopt de 32-jarige dat de bewustwording het stigma tegengaat en verspreiding voorkomt. “Ik denk dat de goede verspreiding van informatie kan zorgen voor iets meer bewustzijn over het risico dat je loopt. Daarin kan nog een hele slag geslagen worden. Ik denk aan de hand van campagnes die gericht zijn op jongeren en met name heteroseksuelen.”

7 maart 2022 |
Alexander Duivenvoorden
Student Premaster Journalistiek & Nieuwe Media