De Russische inval in Oekraïne zorgde voor een wereldwijde schok, ook in de sportwereld. Diverse sportbonden reageerden snel en kwamen met diverse maatregelen: contracten zijndoorgescheurd, sporters worden geweerd en Russische locaties zijn verbannen uit de planning. Dat terwijl Russische sporters zelf vaak niet veel te maken hebben met de oorlog. Waarom worden Russische sporters en evenementen gestraft voor de inval van Vladimir Poetin?
Sport en politiek moeten gescheiden zijn. Het is bijna het motto van de Olympische Spelen. Als de Russische inval in Oekraïne één ding duidelijk heeft gemaakt, is het dat dat in de praktijk niet het geval is. De oorlog in Oekraïne betekende het voorlopige einde van Russische en Belarussische sporters op de Olympische en Paralympische Spelen, de exit van Nikita Mazepin uit de Formule 1, het verbreken van banden met Russische sponsoren door de UEFA, de uitschakeling van Spartak Moskou in de Europa League en de uitsluiting van Russische deelnemers in talloze andere sporten.
Sportswashing
Politiek en sport zijn onafscheidelijk, sinds jaar en dag. Al bij de Olympische Spelen van 1936 in het Duitse Berlijn speelde politiek een cruciale rol. Hitler gebruikte de Spelen in de Duitse hoofdstad om het nazistische gedachtegoed van Duitsland te profileren en om het land op de kaart te zetten. Tegelijkertijd greep hij het aan voor binnenlandse politiek: Duitsland werd neergezet als een legitieme wereldmacht met alle grootsheid die daarbij hoorde. Nazistische tekens en gebaren werden door veelvuldig getoond om zodoende de steun voor het naziregime verder te laten groeien. In moderne termen zouden wij dit ‘sportswashing’ noemen: het gebruiken van sport om de reputatie van een natie op te poetsen.

Ditzelfde proces is nog altijd een belangrijk onderdeel van de hedendaagse sportwereld. Regimes en naties met een twijfelachtige reputatie maken gebruik van grote internationale evenementen om het imago van het land enigszins te verbeteren. Alleen dit jaar zijn er bijvoorbeeld al Olympische Spelen in Beijing, een WK Voetbal in Qatar en Formule 1-races in Saoedi-Arabië en Bahrein. Tot frustratie van mensenrechtenorganisatie Amnesty International: “De pr-machine draait op volle toeren om het slechte imago van deze landen op te poetsen.”
Dit lijkt de voornaamste reden om grote evenementen uit Rusland weg te halen: deze evenementen hadden Poetin opnieuw een kans gegeven om Rusland op een positieve manier te portretteren tijdens de Champions League-finale in Sint-Petersburg of de GP van Sotsji. Een woordvoerder van de KNVB wijst tevens op de voorbeeldfunctie van een gastland: “Wij zijn één van de initiatiefnemers om mensenrechten een cruciale rol te laten spelen bij de toewijzing toernooien en evenementen.” In dat licht is het voor de bond onwenselijk om een evenement zoals een Champions League-finale in Rusland te organiseren. Poetin greep in het verleden met het WK Voetbal van 2018, de Olympische Winterspelen van 2014 en een jaarlijks terugkerende Grand Prix al diverse kansen om Rusland mondiaal te kunnen profileren.
Bekijk hier hoe de sportwereld reageerde op de Russische inval:
Imagoschade
Daarnaast was de Russische inval in Oekraïne voor talloze organisaties, zowel binnen als buiten de sport, reden om banden met Rusland zoveel mogelijk te verbreken. Dit lijkt voornamelijk een kwestie die ook op imago van een club gebaseerd is. Zo namen de UEFA en Schalke 04 beiden afstand van hoofdsponsor Gazprom. Terwijl deze zelfde organisaties al jarenlang een platform boden aan Gazprom om zichzelf – en daarmee de Russische Federatie – te profileren. Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj voelde zich eveneens genoodzaakt om de club te verkopen: naar eigen woorden “in het belang van de club”. Veel clubs willen ineens alle banden met Rusland doorsnijden, voornamelijk om imagoschade te voorkomen.
Dit valt voor een groot deel te verklaren door publieke druk vanuit supporters en de media. Oligarch Abramovitsj hield zich in eerste instantie stil, maar werd door de grote druk vanuit het publiek geforceerd om een statement te maken en uiteindelijk de club te verkopen. Eenzelfde reactie, hoewel kleinschaliger, is in Nederland waarneembaar bij Vitesse, dat al enkele jaren in Russische handen is. De reactie van de Arnhemse club (die geen afstand neemt van Rusland) leidt tot onvrede bij supporters en tot imago-schade op een hoger schaalniveau. Prominente Vitesse-supporter Marcel van Roosmalen spreekt op Twitter van het “bedoezelen” van het imago van de club door de clubleiding.
Druk van binnenuit
Dat Russische en Belarussische sporters voorlopig geweerd worden van internationale toernooien lijkt op vergelijkbare redenen gebaseerd. De KNVB maakte deze beslissing vanwege “de ernst en omvang van de aanhoudende agressie van Rusland en het daaraan meewerken door Belarus”. Sportbonden willen duidelijk maken dat zij het gedrag van Rusland afkeuren en internationale organisaties worden geconfronteerd met sterke interne én externe druk om vergaande maatregelen te nemen. Dit komt duidelijk naar voren in het standpunt van de FIFA en het IPC: beide organisaties wilden in eerste instantie doorgaan met Russische teams en sporters onder een neutrale vlag, maar werden uiteindelijk door druk van sporters, sponsoren en het publiek geforceerd om Russische sporters te weren van het WK Voetbal en de Paralympische Spelen.
Het is nog maar de vraag of Russische sporters snel terug zullen keren op het hoogst denkbare toneel. Dat zal in grote mate afhangen van het verloop van de oorlog in Oekraïne. Wel is nu al duidelijk dat de schade voor de binnenlandse sport groot is en dat een lange tijd kan duren totdat dit weer enigszins herstelt. Russische evenementen zullen we voorlopig niet zien en Russische sporters maken een vrije val op wereldranglijsten. Het is een trieste waarheid voor de sporters in Rusland, die mogelijk nog jaren moeten wachten tot zij op het hoogste podium kunnen staan.