4-02-08     Jerwin de Graaf

‘Het zit aan de bar en het hikt’

Professionalisering moet reputatie lobbyist opvijzelen

De lobbyist is de achterkamertjes en de wandelgangen al jaren geleden ontvlucht. Zijn werkzaamheden zijn onder de noemer ‘public affairs’ geëvolueerd tot een beroep met een eigen instrumentarium en beroepscode, vergelijkbaar met de journalistiek. Maar volgens de doorgewinterde lobbyisten Peter van Keulen en Hein Greven is verdere professionalisering van het vak hard nodig. Ook de reputatie van de lobbyist moet nog verbeteren.

Op 14 september 2004 werd de pechhulpdienst Route Mobiel actief op de Nederlandse snelwegen. De mediaoorlog die hieraan voorafging staat bij velen nog fris is het geheugen. De ANWB werd er door de nieuwe dienst van beticht een monopolist te zijn. Vervolgens werden Kamervragen gesteld, en sleepte Route Mobiel de ANWB voor de rechter wegens zwartmakerij.

Voor de meeste mensen speelde de strijd tussen de ANWB en Route Mobiel zich voornamelijk af in de media; er was veel aandacht voor het onderwerp. Minder bekend is dat achter de schermen een stevige lobbycampagne is gevoerd. Lobbyist Peter van Keulen, directeur van het public affairsbureau Public Matters, leverde een bijdrage aan deze lobby, mede waardoor de toetreding van Route Mobiel een feit werd.

PetervKeulen1.jpgDe route daar naartoe is een tweetrapsraket geweest. Van Keulen: “Allereerst is de monopoliepositie van de ANWB aan de kaak gesteld, en zijn de voordelen van concurrentie voor de consument benadrukt. Daarbij zijn ook de media een belangrijk instrument geweest. In het tweede jaar van de campagne is het belang van een veilige weg en een goede doorstroom onderstreept. Hoe sneller een auto met pech van de weg is hoe beter, en Route Mobiel kan hiervoor zorgen. Het was een sterk verhaal op een goed moment.”

Wandelgangen

De casus illustreert dat het beroep van de lobbyist in de loop der jaren een heel ander karakter heeft gekregen dan de traditionele ‘wandelgangenstrategie’. Van Keulen: “De oude definitie van de lobbyist - het zit aan de bar en het hikt - klopt. Dat soort lobbyisten heb je ongetwijfeld nog steeds. Maar dat is niet hoe wij ons werk doen.” Van Keulen maakt een onderscheid tussen de in-huis lobbyist, een persoon die de belangen van een bepaald bedrijf, NGO of overheid behartigt, en de consultant. Hijzelf behoort tot de laatste categorie.

 “De consultant heeft een adviserende rol”, vervolgt Van Keulen. Wij gaan niet met het belang van onze cliënten in de koffer naar een Tweede Kamerlid en zeggen ‘dit moet je doen’. We adviseren onze cliënten bij wie ze dat moeten doen, hoe ze dat moeten doen, en op welk moment ze dat moeten doen. 40 procent van onze tijd zit in het bedenken van een strategie en 60 procent zit in de uitvoering.” Van Keulen noemt zijn kantoor ‘een kantoor van de jongere generatie’, waarmee hij wil aangeven dat hij een vorm van lobbyen bedrijft die past bij deze tijd.

Professionalisering van het vak public affairs is volgens Van Keulen erg belangrijk, mede omdat het om een jong beroep gaat waar geen specifieke opleiding voor bestaat, en waaraan nog veel te verbeteren valt. “Ik probeer daar ook mijn bijdrage aan te leveren. Zo organiseer ik studiereizen en workshops. Ook heb ik de Beroepsvereniging voor Public Affairs (BVPA) opgericht.” Naast de professionalisering van het beroep public affairs is het oppoetsen van de reputatie van lobbyisten een belangrijk oogmerk van die vereniging. De twee doelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. “Door beter te zijn kun je ook beter voor de dag komen”, aldus Hein Greven

Keurmerk 


HeinGreven1.jpg
Greven is consultant bij Boer & Croon, en is de huidige voorzitter van de BVPA. Van Keulen heeft de nodige kritiek op zijn opvolger: “De BVPA zou meer mogen doen aan de professionalisering van het vak”, meent hij. Als voorbeeld van iets dat beter zou kunnen noemt Van Keulen het handvest van de BVPA. Alle lobbyisten die zich hebben aangesloten bij de BVPA dienen zich aan deze code te houden. In het handvest staat een aantal ‘do’s en dont’s’ beschreven, die samen tot meer openheid en transparantie moeten leiden.

“De beroepscode is een volstrekt nutteloze code, omdat de BVPA geen 100% dekking heeft in de sector”, vindt Van Keulen. Hij legt uit dat lobbyisten die niet lid zijn van de BVPA, en die zijn er genoeg, nog steeds kunnen doen en laten wat ze willen. Mensen die met het handvest schermen kunnen dat ook makkelijk doen omdat er geen toezicht is op de handhaving ervan. Verder is er, anders dan geroyeerd worden van de BVPA – en who cares? - geen sanctie mogelijk.

Van Keulen: “Als je het vak wil professionaliseren moet het anders dan dit. Ik moet opbiechten dat het handvest onder mijn voorzitterschap is aangenomen, maar het moet écht anders. Het is nu een soort schaamlap voor de beroepsgroep, waarmee men kan roepen ‘wij zijn professioneel, wij zijn transparant, want we hebben een beroepscode’. Ik vind het helemaal niks.”

Hein Greven heeft een andere mening. “Alle leden van de BVPA, en dat zijn er 250, hebben het handvest ondertekend. Daar kunnen belobbyde personen hen dus aan houden. Als de lobbyisten zich niet aan het handvest houden kunnen ze daarop worden aangesproken. We kunnen natuurlijk geen boetes of gevangenisstraffen geven, maar dat is naar mijn mening ook niet nodig.”

Greven vindt wel dat de BVPA meer zou kunnen doen aan professionalisering. “Daarin verschillen Peter van Keulen en ik niet van mening. Er moet absoluut meer gedaan worden, met name aan educatie. Het staat Van Keulen ook vrij om elke activiteit te ontplooien. Ik juich dat alleen maar toe.” Greven legt uit dat de middelen van de beroepsvereniging beperkt zijn. De BVPA is volgens hem niet te vergelijken met, bijvoorbeeld, de vereniging voor communicatie. Die hebben 2500 leden, en vijf vaste mensen full-time in dienst. Het bestuur van de BVPA bestaat uit vrijwilligers die het werk naast hun eigen baan doen. 

Heksenjacht

In het kader van de professionalisering van het vak public affairs is transparantie een belangrijk onderwerp. De vice-voorzitter van de Europese Commissie, Siim Kallas, heeft onlangs een voorstel ingediend voor registratie van lobbyisten. Voorlopig wil hij dit systeem vrijwillig houden, om te zien in hoeverre zelfregulering leidt tot meer transparantie, maar mogelijk wordt registratie en zelfs verantwoording van de activiteiten van een lobbyist later verplicht.

Van Keulen kan zich tot op zekere hoogte in Kallas’ visie vinden. “Ik vind het prima om te verantwoorden voor wie ik werk, en hoe. Je kunt tegenwoordig niet zeggen ‘ik onderneem dus ik besta’. Je moet je handelen durven en kunnen toelichten. Daardoor verbetert de reputatie van de lobbyist alleen maar. Zolang het maar niet zo is dat je al in overtreding bent op het moment dat je iemand een lolly geeft. In Washington moet je iedere poep en scheet verantwoorden. Daar is nu een soort heksenjacht richting lobbyisten gaande. En als iemand kwaad wil kan hij dat nog steeds.”

Hein Greven sluit zich deels bij Van Keulen aan. “Het instrumentarium mag wat mij betreft transparant zijn, maar wat je precies voor een opdrachtgever doet niet. Daar wordt niemand beter van.” Greven vergelijkt zijn vak met de journalistiek: “Een journalist dient de vrije meningsuiting, en af en toe gebruikt hij daarvoor een trucje. Hoe een journalist aan zijn informatie komt hoeft toch ook niet bekend gemaakt te worden?”

Greven vindt Washingtonachtige regels niet logisch, omdat hij de vergelijking met de VS mank vindt gaan. “Public affairs zit daar veel dieper in het systeem verankerd. Het is verweven met de verkiezingen. Bedrijven storten bijvoorbeeld geld in de kas van Hillary Clinton. Dat doen wij hier niet. De behoefte aan transparantie is in de VS daarom anders dan in Nederland.”

Wat Greven vooral belangrijk vindt voor verdere professionalisering van zijn vakgebied is educatie. “We zitten als BVPA op een kruispunt. De vereniging is opgericht, en we zijn inmiddels een stap verder. We organiseren al cursussen, maar er kan nog meer aan educatie gedaan worden.” Van Keulen ziet betere educatie ook wel zitten: “Zelfs in Amerika zijn er geen vierjarige opleidingen How to become a Lobbyist. Dat verbaast me.” Van Keulen noemt als lichtpunt de ‘leergang public affairs’ die bij de Haagse campus van de Universiteit Leiden wordt aangeboden.

Jehova’s Getuigen

Professionalisering of niet, feit blijft dat het huidige beeld dat veel mensen van de lobbyist hebben nog altijd negatief is. Een jaar geleden is door twee trainees van Public Matters een vertrouwensonderzoek uitgevoerd onder Kamerleden. Daarin kwam naar voren dat de lobbyist zelfs in zijn natuurlijke habitat voor een flink aantal mensen nog steeds een vreemde eend in de bijt is. 1 op de 5 parlementariërs heeft geen of weinig vertrouwen in de lobbyist. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat 56 procent voldoende tot veel vertrouwen heeft in de lobbyist.

Buiten de politiek wordt het beeld van achterkamertjespolitiek breder gedragen. Greven begrijpt aan de ene kant wel dat het woord ‘lobbyist’ een negatieve connotatie heeft, maar aan de andere kant vindt hij het vreemd. “Een deel van het lobbyen gebeurt inderdaad in achterkamertjes, in de zin dat het in de beslotenheid plaatsvindt. Maar dat wil niet zeggen dat daar dingen besproken worden die het daglicht niet kunnen verdragen”, zegt hij. “Veel mensen vinden ons ook een soort Jehova’s Getuigen. Ze denken dat we onze voet tussen de deur zetten, maar zo werkt het in de praktijk natuurlijk niet.”

Van Keulen is nog stelliger in zijn verdediging van het vak: “Lobbyen verhoogt de legitimiteit van besluitvorming. Ik durf zelfs te zeggen dat het de democratie versterkt. Een ambtenaar of een Tweede Kamerlid krijgt door de lobbyisten meer informatie, en kan zelf een afweging maken. Hoe meer pro’s en contra’s een persoon kent, hoe beter hij een besluit kan nemen. Het maakt het leven een stuk gemakkelijker. Een Kamerlid dient het algemeen belang, en zal dus nooit iets besluiten waar hij zelf niet achter staat. Als hij dat wel doet is hij of heel erg dom, of heel erg kwetsbaar.”







reageer op dit artikel