Drie termen die je moet kennen om de hedendaagse politiek te begrijpen
2 juni 2019 |
Eline Weterings

Populisme, kartelpartijen, euroscepsis; allemaal termen die steeds weer terugkwamen in zowel de Waterschaps- en Provinciale Staten- als de Europese verkiezingen. En dat betekent dat we ze waarschijnlijk ook nog veel vaker zullen horen – zeker na de successen van Forum voor Democratie en andere partijen die geen fan zijn van de EU.  Maar wat houden ze nu precies in?

Populisme

Het aantal populistische partijen in Europese regeringen is enorm gegroeid in de afgelopen paar jaar. De PVV, Forum voor Democratie, maar ook het Front National van Marine Le Pen in Frankrijk en Viktor Orbáns Fidesz in Hongarije worden steeds groter.

Al deze partijen krijgen het stempel populistisch; ze zouden emotionele en simpele retoriek gebruiken die kiezers aanspreekt en beloftes maken die op het eerste gezicht aantrekkelijk lijken, maar rationeel gezien niet de beste optie zijn.

Politicoloog Cas Mudde ziet dat iets genuanceerder. Hij stelt dat de kern van het populistische gedachtegoed ligt in een tweedeling tussen ‘de elite’ en ‘het volk’. Partijen die de ideologie aanhouden zijn van mening dat de maatschappij verdeeld is in het deugdzame volk enerzijds, en de corrupte elite anderzijds. De politiek, zo vinden zij, zou moeten worden gedreven door de algemene wil van het volk. Maar dat gebeurt niet genoeg, zo stellen politici als Wilders en Baudet: de elite in Den Haag en Brussel denkt volgens hen niet genoeg aan de gewone Nederlander.  

Niet alleen (extreem)rechtse partijen kunnen populistisch zijn. Mudde ziet populisme als een ideologie die gecombineerd kan worden met andere ideologieën. Dat is opmerkelijk vaker het rechts-nationalisme, maar kan ook zeker het communisme of socialisme zijn.

Geert Wilders. Foto: Roel Wijnants (CC BY-NC 2.0)

Kartelpartijen

Met de opkomst van Forum voor Democratie werd een nieuw begrip geïntroduceerd in de Nederlandse politiek: dat van de kartelpartij. In vrijwel al zijn verkiezingsspeeches bracht Baudet het op: het Nederlandse politieke systeem was een kartel geworden, dat moest worden bestreden. Dat kartel zou bestaan uit de bestaande partijen – politiek, maar ook bijvoorbeeld bedrijven – die al jaren de macht binnen Nederland overheersten. De gewone Nederlandse burger krijgt zo volgens Baudet steeds minder greep op zijn of haar eigen leven, terwijl de macht van het kartel alleen maar groeit.

Politicologen Richard Katz en Peter Mair stelden het bestaan van de kartelpartij als eersten voor. Zij zagen, vooral in West-Europa, een toename in samenwerking tussen de gevestigde politieke partijen – te vergelijken met het Nederlandse polderen. Daardoor, beargumenteren zij, verandert het politieke landschap in deze landen erg weinig. Dezelfde partijen blijven namelijk lang aan de macht omdat er weinig echte onenigheid is. Ook wordt politicus steeds meer een beroep dan een volksvertegenwoordiger.

Deze ‘kartelisering’ heeft ook een aantal voordelen: er worden bijvoorbeeld veel meer compromissen gesloten, waardoor extreme gedachtegoederen minder kansen krijgen. Ook is er iets te zeggen voor politici met veel ervaring die besluiten maken over de koers van het land.

Thierry Baudet. Foto: Roel Wijnants (CC BY-NC 2.0)

Euroscepsis

De afgelopen Europese verkiezingen waren volgens velen een van de meest cruciale voor het Europees Parlement sinds jaren. Na de Brexit-stemming klonken vanuit heel Europa, vooral uit rechtse hoeken, geluiden voor een eigen versie. Maar ook vanuit meer gematigde en soms zelfs centrumpartijen kwamen oproepen voor bijvoorbeeld een matiging van Europese samenwerking en uitbreiding. Al deze vormen van groeiende onvrede tegenover de Europese Unie zijn uitingen van euroscepsis. Het gedachtegoed kent dus meerdere niveaus. Er worden vaak dan ook twee vormen van euroscepsis onderscheden: ‘hard’ en ‘zacht’.

De eerste daarvan is fundamenteel tegen de overdracht van nationale macht naar de Europese Unie. De EU zou in alle opzichten negatief zijn voor haar lidstaten – Forum voor Democratie noemt de EU bijvoorbeeld een volstrekt ondemocratische moloch. Daarom pleiten partijen die hard eurosceptisch zijn er vaak voor dat landen zich uit de EU zouden moeten terugtrekken.

Zacht eurosceptische partijen zijn niet tegen de EU als institutie, maar zijn het vaak niet eens met de weg die de Unie inslaat als het gaat om bijvoorbeeld sociale zaken of de toelating van meer lidstaten. Zo vindt de VVD dat Europa zich te veel met bepaalde zaken binnen de Nederlandse politiek bemoeit. De EU moet zich daarom volgens de partij bij haar kerntaken houden: namelijk economische integratie. “Wij willen […] absoluut geen belastingen uit Brussel en geen bemoeienis met onze sociale zekerheid en pensioenen,” zo meldt de partij op haar site.

2 juni 2019 |
Eline Weterings