Stemmen op de universiteit, want ‘het bejaardentehuis was dicht’
31 mei 2019 |
Merel ten Hoedt
Stembureau’s heb je overal, want ze moeten voor iedereen beschikbaar zijn. Leiden zelf heeft er 46 waar je kan gaan stemmen. Sommige zitten op een bijzondere plek zoals het museum Volkenkunde, terwijl anderen in een basisschool zitten. Maar wat ook tot de stemmogelijkheden behoort is om gewoon op de universiteit Leiden te stemmen. Hoe gaat dat er aan toe?

Het is 17.00 wanneer ik de collegezaal uitloop om naar Wijkplaats te gaan om daar te gaan stemmen. Over de brug, langs de universiteitsbibliotheek, waar ik een paar studenten in het zonnetje zie zitten. Ze hebben een druk gesprek in het Duits. Het bordje waar stembureau op staat is iets links van de bibliotheek en lijdt me naar een klein pleintje. Het bordje dat ik gevolgd hebt wijst naar een ander bordje stembureau, het enige verschil is dat dit bordje rood is en nog ouderwets gespeld is als: ‘stemburo’. Dit is het bordje dat iedere keer verschijnt als er verkiezingen zijn.

Wanneer ik bij Wijkplaats naar binnen loop is de rij wat langer dan die van vanochtend, toen moest ik er ook langs lopen. Het zijn wat meer studenten. Een groep jongens staat gedeeltelijk met stempas in de gang bij Wijkplaats. Ik vraag aan de jongen die in de rij staat waarom hij hier gaat stemmen. “Het is lekker makkelijk, kost me nog geen vijf minuten om hier langs te gaan. Ik ben toch net klaar met mijn college.” Aan een van de jongens die geen stempas vast heeft vraag ik waarom hij niet in de rij staat. Zijn antwoord verrast me: ‘Ik ben tegen de democratie, zoals die nu werkt. Ik vind dat de invloed van populisme te groot is.’

‘Ik kreeg daar een donut.’

Als ik vraag of hij dan een betere optie weet zegt hij: ‘Ik ben zelf een voorstander van een technocratie, een samenleving die zijn weten baseert op wetenschappelijk onderzoek’. Ik heb niet genoeg tijd om het gesprek af te maken, want het is mijn beurt om te stemmen. ID laten zien, stempas laten controleren even een rood stipje invullen en klaar.

Als ik weer buiten sta is het groepje jongens verdwenen, maar ik zie een een studiegenoot van me staan. Ze heeft in Amsterdam gestemd, terwijl ze wel in Leiden woont. De reden: ‘Ik kreeg daar een donut.’ We hebben het nog even over stemmen. Ze zegt: “Ik heb wel echt het gevoel dat Europees Parlement dit jaar veel meer speelt binnen mijn omgeving, daarom voelde het ook belangrijk om te gaan stemmen. Veel van mijn vrienden gaan en dan kan je niet echt achterblijven.”

Aan een wat oudere man vraag ik of hij het stemmen voor het Europees Parlement belangrijk vindt. “Zeker weten, toen ik in de auto zat schrok ik. Ik hoorde dat er nog maar 24% van de mensen gestemd heeft. Gelukkig toen ik hier binnen kwam zag ik dat het hier al wat drukker was, dus ik hoop dat meer mensen in Nederland nog gaan stemmen. De EU is belangrijk voor Nederland. We zijn een klein land en wij kunnen niet zonder Europa. Zonder Europa kunnen we niet op tegen andere grootmachten.”

‘Nu moeten we wel even een stukje verder lopen, maar met dit weer vinden we dat niet erg.’

Ik geniet nog even van de zon. Er staat een klein windje en ondanks dat het langzaam avond begint te worden is het niet koud. Ik kijk naar de mensen die langskomen. Het zijn studenten die toch langs de bibliotheek moesten, docenten die net klaar zijn met college geven, ouders met bakfietsen die net hun kinderen hebben opgehaald en een paar giechelende dames van middelbare leeftijd. “Kom Sas we gaan nog even een terrasje pakken.” Dan zie ik een wat ouder stel hand in hand voor bij lopen.

Ik vraag aan het stel of ze hier vaker stemmen. “Normaal gaan we altijd bij het bejaardentehuis stemmen bij ons om de hoek, maar die is nu afgesloten vanwege verbouwing. Nu moeten we wel even een stukje verder lopen, maar met dit weer vinden we dat niet erg.” Wanneer ze klaar zijn met stemmen lopen ze weer hand in hand naar huis.

31 mei 2019 |
Merel ten Hoedt