’s Lands jongste EP-kandidaat Bibi Wielinga: “Je hoeft niet buiten de lijnen te gaan om anders te zijn”
8 mei 2019 |
Sarah Sramota
© Sarah Sramota

Zelf stemmen mag ze nog niet, maar haar naam prijkt op plaats vier van de kandidatenlijst van de pro-Europese partij Volt: de vlotte Amsterdamse Bibi Wielinga is met haar zeventien jaar de jongste kandidaat voor het Europese Parlement ooit. Tijd voor een kritisch gesprek met deze energieke scholiere over haar grenzeloze ambities en wat haar tegenhoudt. “Er wordt vaak niet geluisterd naar jongeren die laten zien dat ze wél een stem hebben.”

“Ze kan wel wat mediatraining gebruiken,” geeft Volt-lijsttrekker Reinier van Lanschot me nog mee, terwijl hij de contactgegevens van zijn de nummer vier van zijn kandidatenlijst doorstuurt.

En zo sta ik enkele dagen later voor de deur van statig Amsterdams grachtenpand, waar Bibi Wielinga (17) samen met haar ouders en broer woont. Ik zie een vlotte meid in een zwarte spijkerbroek en dito trui, die ze op mijn verzoek omruilt voor een paars exemplaar met het logo van Volt op de voorkant. “Staat wel zo leuk op de foto!” We drinken thee in de met kunstwerken behangen woonkamer en ik onderwerp haar, met het verzoek van haar baas in mijn achterhoofd, aan een opbouwend vragenvuur.

Wie ben je en wat doe je?

“Ik ben Bibi Wielinga, zeventien jaar en ik ben nummer vier op de kandidatenlijst van Volt Nederland. Dat betekent dat ik de jongste kandidaat bent voor de Europese Parlementsverkiezingen op dit moment, en waarschijnlijk ooit. Ik denk dat niet genoeg partijen het risico nemen om een jong persoon op de lijst te zetten. Ik zit zelf nog maar in de vijfde klas van het Gymnasium.”

Waarom heeft Volt dat risico wel genomen?

“Het is enerzijds een risico, dat ik zo jong ben. Ik krijg kritiek dat ik lang niet alles weet wat een ervaren politicus wel weet. Maar aan de andere kant heeft het iets moois, symbolisch. We zien dat jongeren steeds meer het heft in eigen handen gaan nemen, kijk bijvoorbeeld naar de klimaatmarsen. Er is een probleem, waar jongeren iets over te zeggen hebben. Dan is het een symbolisch teken om zo iemand als ik op de lijst te zetten.”

“Het is belangrijk een band op te bouwen tussen volk en politiek. En een prachtige manier om dat te doen, is zorgen dat mensen met hun kennis kunnen bijdragen aan iets wat de wereld beter zou maken.”

Heb je begrip voor de kritiek die je krijgt als zeventienjarige op een kandidatenlijst?

“Ja absoluut! Ik herken de kritiek ook bij mezelf. Ik moet wel eens debatteren en sommige dingen weet ik gewoon niet. Maar ik denk dat mensen soms vergeten dat de politiek gebouwd is op het vertegenwoordigen van alle mensen. Mensen van mijn leeftijd weten lang niet zoveel over de politiek als politici van in de vijftig. Maar als ik jongeren kan vertegenwoordigen, vertegenwoordig ik, om wie ik ben, precies wie er op mij gestemd hebben. Daar hoef ik niet alle kennis voor hebben. Ik moet kunnen vertegenwoordigen wat kiezers wíllen dat wij vertegenwoordigen, namelijk de ideologie van Volt.”

Je hebt het idee dat je dat kan?

“Zeker. Ik weet misschien niet alles over de wereld, maar ik ken wel de policy van Volt heel erg goed. En ik kan dat vertegenwoordigen in debatten, speeches of in een 1-op-1 gesprek.”

Je kan de ideologie wel uit je hoofd kennen, maar daar heb je niets aan als je de context niet kent waarin je die in wilt bedden.

“Zeker, maar ik denk dat partijen nog niet het obstakel voor zichzelf hebben weggehaald, dat alles alléén gedaan moet worden. Alle Europarlementariërs krijgen een team van acht. Het verschil is dat ik op andere niveaus hulp nodig zou hebben, maar ik heb een gigantische groep Volters achter mij staan die me zouden willen helpen. Ik kan me niet voorstellen dat daar niemand tussen zit die me af en toe iets wil vertellen over bepaalde onderwerpen. Het is belangrijk dat juist wij als Volt bezig zijn een band op te bouwen tussen volk en politiek. En een prachtige manier om dat te doen is zorgen dat mensen met hun kennis kunnen bijdragen aan iets wat de wereld beter zou maken. Als ik daar een soort vessel voor kan zijn, zou ik dat alleen maar heel mooi vinden.”

Wat voor ideologie vertegenwoordig je?

“De ideologie van Volt is best wel groot. Waar ik me vooral mee bezighoud, is ervoor zorgen dat mijn generatie een toekomst heeft. Dat gaat om het behouden van onze planeet, zorgen dat wij niet onder water staan over vijftig jaar. Aan de andere kant moeten we voorbereid zijn op de grote veranderingen die er komen gaan. Dan hebben we het over globalisering, de toekomst van educatie, dat wij doorhebben wat we over twintig jaar moeten kunnen, en wat we nu kunnen doen om dat waar te maken.

Wat zijn de obstakels die Volt of jijzelf tegenkomen?

“Het onderwijs – ik zit er nu nog middenin en heb nog genoeg educatie voor mij liggen – bereidt ons niet voor op wat de toekomstige arbeidsmarkt van ons gaat vragen. We zijn vanaf de basisschool nog steeds bezig met hoe we moeten schrijven – schrijven gaat geen nut meer hebben in de toekomst – of wat literaire experts zijn. Dat is allemaal heel erg interessant, maar de vraag is of dat ons voorbereidt op wie wij later willen zijn.”

Je zou kunnen zeggen dat vaardigheden zoals schrijven of het leren over kunst en literatuur je misschien niet direct voorbereiden op de toekomst, maar wel zorgen dat je scherp gaat denken en een zeker analytisch denkvermogen ontwikkelt, wat je later wel degelijk goed kunt gebruiken.

“Zeker, dat is ook heel belangrijk. Maar dan is de vraag of we acht jaar op de basisschool en zes jaar op de middelbare school bezig willen zijn met het creëren van analytisch denkvermogen. Hoe prachtig het ook is, er zal op een gegeven moment een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de vaardigheden die je op zichzelf nodig hebt en de vaardigheden die je voorbereiden op directe interactie in je toekomst en de keuzes die je moet maken. Zoals welke opleiding je moet kiezen, en waar de baankansen liggen.”

“Het onderwijs bereidt ons niet voor op wat de toekomstige arbeidsmarkt van ons gaat vragen.”

Wat zijn andere gebieden waar je vanuit de Volt ideologie wat op aan te merken hebt?

“Wat voor mij dichtbij komt, is hoe wij in de politiek omgaan met de stem van jongeren. Ik ben een altijd een gek kind geweest; al vanaf mijn twaalfde vond ik politiek heel leuk. Mensen vonden dat wel grappig, zo’n twaalfjarige die politiek interessant vindt, maar het was niet belangrijk. Maar dan werd ik veertien, vijftien, zestien… en ging ik op bezoek bij jongerenorganisaties van politieke partijen. Ik kwam allemaal gelijkgestemden tegen. Die willen heel graag de wereld veranderen vanuit een gedeelde ideologie, met een gigantische hoeveelheid energie en kracht. En dat wordt allemaal weggezet in een kinderstoel. Als politieke jongerenorganisatie heb je een adviserende rol. Als lid word je in een speeltuintje geplaatst en daar mag je spelen tot je dertig bent. En als je dertig bent en Rob Jetten heet mag je het parlement in.”

Maar vind je dit, wellicht op een aantal voorbeelden na, niet gewoon logisch? Jongeren krijgen eerst een adviserende rol en ontwikkelen zich binnen de jongerenorganisatie tot volwaardige politici. Iemand van jouw leeftijd zie ik niet zo gauw onderhandelen over complexe vraagstukken.

“Nee, dat snap ik. Maar het verschil is dat we aan de ene kant volledig aan de kant worden gezet en uit worden gemaakt voor jongeren zonder ideologie: wij leven op Instagram, Snapchat en Facebook en houden ons niet bezig met de politiek. En toch zie we een groeiende groep jongeren die wél iets wil doen voor de toekomst, die de straten opgaat en laat zien dat ze een stem hebben. Maar daar wordt niet naar geluisterd.”

© Sarah Sramota. “Ik wil op de voorlinie staan en zorgen dat taboes doorbroken worden”

“Niet iedere jongere hoeft een rol te krijgen in het parlement. Het gaat erom dat er geluisterd wordt naar diegenen, die duidelijk laten zien dat ze ergens voor staan en dat kunnen onderbouwen. Een voorbeeld daarvan is hoe jongeren uit politieke jongerenorganisaties samen met Jan Terlouw een klimaatakkoord hebben gemaakt. Dit zijn jongeren die zich hier zwaar mee bezig hebben gehouden, die zich hebben ingelezen en het hoogste belang hebben bij het uitvoeren van dit document. Wij zijn er over 50 jaar nog, wij moeten dan nog in Nederland leven. Dit is een prachtig voorbeeld van iets dat direct overgenomen zou moeten worden.”

Je staat op een kandidatenlijst voor een Europese partij, terwijl je met heel concrete voorstellen over Nederland komt. Waarom begin je niet in Nederland?

“Ik begon in Nederland bij politieke jongerenorganisaties, bij Jong D66. Het feit dat daar niet echt geluisterd werd, heeft mij helemaal van mijn enthousiasme afgegooid. En toen kwam ik Volt tegen en werd voor mij iets duidelijk wat ik tot nu toe altijd een beetje voor lief heb genomen: dat Europa juist een grote rol kan spelen. Als wij ervoor kunnen zorgen dat we een connectie opbouwen met burgers die tot nu toe compleet vervreemd waren met Europa, ligt daar de kracht in die wij kunnen gebruiken tegen bijvoorbeeld klimaatverandering. Hoe mooi het ook is dat we Nederland willen veranderen, we hebben veel meer kracht als continent en al helemaal bij dit soort grote problemen.”

Geloof je daadwerkelijk dat Europese burgers, die zich vervreemd voelen met Europa, zich bij dit soort substantiële zaken ineens als een eenheid zullen gedragen?

“Oh nee, absoluut niet. Mijn grote voorbeeld is Colombe Cahen-Salvador, zij is de lijsttrekker van Volt in Frankrijk. Zij zegt: we kunnen wel met grote containerbegrippen komen als ‘klimaatverandering’ of ‘globalisering’, maar voor de meeste mensen heeft dat geen waarde. We moeten heel praktisch uit kunnen leggen waarom de Volt ideologie heel logisch is.”

Waar staat Volt voor jou voor?

“Voor mij persoonlijk is Volt een revolutionaire jongerenpartij, die de grote dreigingen van de toekomst aan kunnen pakken. En dat willen we doen door een sterker Europa te maken. Dat betekent een beter functionerend Europa, een eerlijker en transparanter Europa en een groter Europa.”

“Sommige mensen willen niet in posities gezet worden alleen vanwege hun achtergrond of gender, maar ik vind het heel moeilijk om daar nee tegen te zeggen.”

Hoe ben je op de kandidatenlijst terechtgekomen?

“Een van de dingen die me aantrok tot Volt, is dat de partij fifty-fifty wilde ritsen op de kandidatenlijst: man, vrouw, man, vrouw… Ik heb me aangemeld bij Volt in september en dacht dat ik niet op de lijst zou mogen als minderjarige. Maar na de eerst ronde van de interne verkiezingen bleek dat er geen vrouwen in de topposities wilden, terwijl we dat wel heel belangrijk vonden – dat is dan weer een andere kant van de hele feminisme-discussie. Op de ALV hebben we gestemd om uitstel te nemen. We hebben drie maanden lang naar vrouwen gezocht die in deze topposities wilden. Dat bleken er best veel te zijn; we moesten gewoon actief gaan zoeken. Toen ben ik erachter gekomen dat ik wel op de lijst mocht en heb ik mezelf als kandidaat aangemeld.”

Wat was jouw voornaamste motivatie om dat te doen?

“Aan de ene kant vind ik het gewoon heel leuk. Ik debatteer al heel erg lang, ik zie politiek bijna als beroep om debatteren heen. Aan de andere kant wordt het langzamerhand duidelijk dat mediastunten in de politiek steeds belangrijker wordt. Social media zijn een enorme bron van kracht. Je moet kijken hoe je daar gebruik van kunt maken, wil je als relatief nieuwe politieke partij door kunnen breken. Een zeventienjarige op de lijst zetten is daar een goeie zet in.”

Voel je je dan niet gebruikt?

“Nee. Ik heb mezelf naar voren geschoven en heb zelf deze beslissing gemaakt. Ik heb naar mijn eigen idee bewezen dat ik net zo goed ben als de andere kandidaten. Daarnaast ben ik verkozen op die positie. En al was ik niet competent geweest, er altijd mensen nodig zijn die op de voorlinie staan en ervoor zorgen dat dergelijke taboes doorbroken worden. Sommige mensen willen niet in posities gezet worden alleen vanwege hun achtergrond of gender, maar ik vind het heel moeilijk om daar nee tegen te zeggen. Er zijn nu zoveel jongeren in mijn omgeving die het gevoel hebben dat ze niet hun stem mogen uiten omdat ze nog veel te jong zijn, omdat ze te weinig weten. Als ik ervoor kan zorgen dat zij een stap naar voren zetten, dan is dat een enorme eervolle taak.”

Dus je eigent jezelf niet alleen een taak toe op basis van competentie en ervaring, maar om wie je bent?

“Ja, ik denk het wel. Er moeten barrières doorbroken worden.”

“Bij een politieke jongerenorganisatie word je in een speeltuintje geplaatst en daar mag je spelen tot je dertig bent. En als je dertig bent en Rob Jetten heet mag je het parlement in.”

Denk je zelf dat je in het Europees Parlement komt?

 “Dat weet ik niet. Ik denk wel dat het kan, dat ik het heel gaaf zou vinden en het ook zou kunnen.”

Heb je je er al op voorbereid?

“Ik denk dat de kans heel klein is, dus ik ben nog geen appartement aan het zoeken in Brussel ofzo. Ik maak wel mentale sprongetjes naar hoe het zou zijn.”

Wat is het eerste wat je zou doen als je wél verkozen zou worden?

“Ik zou heel graag iets willen doen met jongeren. Verder heb ik daar nog niet over nagedacht, omdat ik me eerst wil richten op de campagne.

© Sarah Sramota.“Mediastunten in de politiek wordt steeds belangrijker. Een zeventienjarige op de lijst zetten is dan een goede zet.”

Hoeveel tijd ben je kwijt aan je politieke werkzaamheden?

“Zo. Veel. Tijd.”

Heb je nog wel tijd voor een sociaal leven?

 “Naja, mijn sociaal leven overlapt nu met Volt. Ik ontmoet daar een gigantische hoeveelheid nieuwe mensen. Ik ben zelf ook city lead van Amsterdam, dus ik ben veel bezig met het Amsterdamse team. Zeker met de aankomende verkiezingen groei je langzamerhand erg naar elkaar toe. Voor de rest zie ik mijn vriendinnen wel veel op school, maar daar blijft niet veel tijd voor over.”

Ben je niet bang dat je dat de komende jaren gaat missen, nu je op zo’n jonge leeftijd zo’n politieke carrière door gaat zetten? Ga je geen spijt hebben dat je nooit hebt kunnen rebelleren?

“Ik ben ook puber geweest en ben dat soms nog steeds. Heel ongezond als je dat niet doet. Maar ik denk dat iedereen zijn eigen ontwikkeling anders doormaakt. Doordat ik in de stad ben opgegroeid, heb ik het gevoel dat dat proces een beetje versneld wordt. Je wordt op jonge leeftijd met zoveel dingen geconfronteerd; je gaat sneller over dingen nadenken. Volt is gewoon een deel van mijn ontwikkeling geworden. Ik leer zoveel van wat ik nu doe. Ik heb nog liever dit, dan dat ik heel hard ga zuipen tijdens mijn studie.”

Wat wil je gaan studeren?

“Dat weet ik nog niet zeker. Er is een minieme kans dat ik in het Europees Parlement kom, en anders moet ik toch eerst m’n middelbare school afmaken. En dan komen de nationale verkiezen er over twee jaar ook al aan. De vraag is wat het leven dan brengt. Maar als het erop aankomt wil ik, denk ik, Politics, Psychology, Law and Economics gaan studeren.”

Wat waren de reacties van je omgeving toen je zei dat je kandidaat werd?

“Heel enthousiast allemaal! Ik krijg enorm veel steun van mijn omgeving, dat is heel bijzonder. Sommige vrienden vonden het wel gek, vroegen zich af of het überhaupt wel kon en wat ik van plan was als ik verkozen zou worden. Maar dat gaat niet zo snel gebeuren.

“Ik leer zoveel van wat ik nu doe. Ik heb nog liever dit, dan dat ik heel hard ga zuipen tijdens mijn studie.”

Heb je ook negatieve reacties gehad waar je nu voor eens en altijd mee af wil rekenen?

“Ja, maar dat was niet direct naar mij. Het was een uitspraak van Minister Wiebes tijdens de klimaatmars: deze jongeren zijn veel meer waard als ze gewoon op school blijven. Ik werd daar zo woedend van! Echt, hoe kan je nou zoiets zeggen?! Er zijn zo absurd veel jongeren die zien dat er iets misgaat en het wordt nog steeds ontkend. Daarnaast ontken je zo de kracht van jongeren. Als je dit zo hard in je gezicht gegooid krijgt, ga dan zitten en luisteren. Doe je taak als politicus! Dit is wat me de laatste maanden enorm achterna heeft gejaagd. Ik zou het liefst zelf een gesprek met hem hebben.”

Wat zou je mee willen geven aan toekomstige Bibi’s?

“Om op een positieve manier de wereld te veranderen moet je positief radicaal zijn. Er zijn altijd systemen die omgeschopt moeten worden, maar maak ze niet allemaal kapot. De manier waarop wij systematisch iets kunnen veranderen is om het via de politiek te doen en niet alleen door op straat heel hard te schreeuwen, hoe belangrijk dat ook is. Soms moet je de theoretische barricades op, en dat betekent met mensen gaan praten. Wordt kandidaat, doe iets bij een politieke partij. Dan heb je zoveel meer potentiële macht in je handen dan als je alleen maar schopt.”

Past binnen de lijntjes actief zijn eigenlijk wel in het begrip ‘radicaal’? Radicaal is toch juist niet conventioneel?

“Ja, maar je hoeft niet helemaal buiten te lijnen te gaan om anders te zijn.”

8 mei 2019 |
Sarah Sramota