Het belang van Europese politiek voor Nederland: 2 voorbeelden
12 april 2019 |
Tom Legierse
Berlaymont, European Commission headquarters in Brussels, Belgium on 08.03.2015 by Wiktor Dabkowski

Waar deze Europese verkiezingen over gaan blijft voor veel mensen een ver van hun bed show. Een meer of minder sterk Europa, wat betekent dat nou echt? Wat is de invloed van Europa op de Nederlandse politiek? Door middel van 2 voorbeelden van grote politieke debatten en gebeurtenissen, beantwoord dit artikel die prangende vragen.

Voorbeeld 1: Migratiecrisis
Misschien wel het meest voor de hand liggende voorbeeld, maar daarmee niet minder relevant. Tijdens de oorlog in Syrië kwamen veel vluchtelingen naar Europa en dus ook Nederland. Het leidde tot verhitte discussies over het migratiebeleid, zowel in de politiek als tussen de gewone burgers.

In de zes pijlers van het Nederlandse migratiebeleid gaat het onder andere over het voorkomen van illegaliteit en het stimuleren van integratie. Maar dat is slechts een deel van het beleid. Een groot deel van het Nederlandse migratiebeleid gaat niet meer over Nederland alleen, maar over Europa en de landen die aan Europa grenzen.

Zo zorgt Nederland er samen met Europa voor dat bijvoorbeeld vluchtelingen in eerste instantie in de regio van het onveilige land worden opgevangen. Daarvoor heeft Europa een aantal afspraken gemaakt met derde landen uit de regio, die in ruil voor Europese ondersteuning een deel van de migranten opneemt.

Grens verleggen
Eenzelfde aanpak wordt gebruikt om te voorkomen dat migratie op illegale en gevaarlijke wijze gebeurt. Daarvoor heeft Europa afspraken met Afrikaanse landen, landen uit het Midden-Oosten, landen uit Zuid-Amerika en Europese landen die niet lid zijn van de Europese Unie.

Het maken van deze afspraken heeft tot gevolg dat migratie overzichtelijk en controleerbaar gebeurt. Je zou het kunnen zien als het verleggen van de Nederlandse grens. Door afspraken te maken met landen aan de grenzen van Europa, verschuift de Nederlandse grens (en die van alle andere EU-landen) naar buiten.

Op die manier verlegt Nederland een deel van de problemen naar landen buiten de EU, in ruil voor ondersteuning. Dat betekent natuurlijk niet dat vluchtelingen geen kans meer hebben om Europa te bereiken. Een deel van de vluchtelingen bereikt namelijk alsnog de Europese Unie en gaat hier op zoek naar een nieuw bestaan.

Allocatie
Ook daar hebben de landen van de Europese Unie afspraken over gemaakt. In welk land een vluchteling de asielprocedure start, is vastgelegd in het Dublin Regulation akkoord uit 2013. In 2016 is hier een aanpassing voor aangenomen door de Europese lidstaten, waarin een correctief allocatiemechanisme is opgesteld.

Dit correctief allocatiemechanisme houdt in dat de ophoping van vluchtelingen in bepaalde Europese lidstaten niet meer mogelijk is. Lidstaten die buiten proportie belast zijn, worden door het correctief allocatiemechanisme ontlast. Vluchtelingen worden dan vanuit deze zwaar belaste landen naar relatief minder belaste landen verplaatst om daar hun asielprocedure te voltooien.

Wat precies zware belasting is, verschilt per land. Sommige landen in de Europese Unie kiezen er voor om relatief meer vluchtelingen op te nemen, waar andere landen eerder overbelast zijn. Hierin zitten ook nog grote verschillen tussen de relatieve en absolute verdeling van vluchtelingen over leden van de EU.

Absoluut gezien nemen Duitsland (28% van het totaal) en Frankrijk (16% van het totaal) de meeste vluchtelingen op in 2018. Relatief zijn zij echter verre van de zwaarst belaste landen. Beide landen nemen per 1000 inwoners minder dan 1 vluchteling op. Dit is te zien in onderstaande grafieken.

Landen als Griekenland en Cyprus, die ook dichter aan de Europese grens liggen, nemen relatief de meeste vluchtelingen op. Beide landen nemen namelijk meer dan 2 asielaanvragen per 1000 inwoners voor hun rekening. Nederland is met ongeveer 3,5% van het totaal aantal asielaanvragen en 0,58 vluchteling per 1000 inwoners enigszins gemiddeld.

Europees beleid helpt Nederland om migratie naar Nederland te beperken en daarvoor levert Nederland onder andere een financiële bijdrage aan EU-landen die een hogere druk op zich nemen. Op die manier is een goede Europese samenwerking van belang voor Nederland, omdat anders dit opgezette netwerk wellicht afbrokkelt.  

Voorbeeld 2: Plasticsoep
Op een willekeurige wandeling door de supermarkt ontkom je aan één ding zeker niet: plastic. Bijna alle producten die we kopen- of het nou de kaas, de worst of het wc-papier is- zijn verpakt in plastic. Veel van die plastic wordt maar één keer gebruikt en daarna weggegooid. Maar een klein deel van het gebruikte plastic wordt gerecycled.

Uit onderzoek blijkt dan ook dat ongeveer 79% van alle plastics die op aarde geproduceerd zijn nu ergens als afval op vuilnisbelten of in de natuur te vinden is. Slechts 9% wordt daadwerkelijk gerecycled. De Europese Unie is daar nu klaar mee. In oktober 2018 stemde de EU voor een plan dat plastics die maar één keer gebruikt kunnen worden in de ban doet.

De meest genoemde onderbouwing voor deze ingreep, is die van het zeeleven. Zeedieren zijn de afgelopen decennia steeds meer in aanraking gekomen met afval van de mens. Zeedieren raken verstrikt of worden vergiftigd door plastic dat wij als mensen in het water dumpen. Om deze natuur niet kapot te maken, gaat de EU nu de strijd aan met plastic.

Hoe dat er precies uit gaat zien moet de EU nog bepalen, maar in 2021 moet het nieuwe plan in werking treden. Een voorbeeld van hoe het kan is HEMA. Het Nederlandse bedrijf startte dit jaar al met het verminderen van hun plasticgebruik. In 2025 wil HEMA 25% minder plastic gebruiken en dit jaar als moet alle plastic bij HEMA zijn vervangen voor recyclebaar bioplastic.  

In 2021 moeten dus ook alle andere bedrijven in Nederland mee gaan doen in de strijd tegen plastic. Het is nog even afwachten wat precies de nodige stappen gaan zijn, maar dat we van dit Europese beleid nog iets gaan merken, is een zekerheid.

12 april 2019 |
Tom Legierse