Waarom het Europees Parlement elke maand verhuist
10 maart 2019 |
Eline Weterings

In de aanloop naar de verkiezingen van het Europees Parlement in mei wordt veel gediscussieerd over wat de institutie doet en waar haar geld naartoe gaat. Vooral de verdeling van het Parlement over meerdere steden roept vaak vragen op. Vijf vragen over de locaties van het Europees Parlement, en waarom het allemaal zo ingewikkeld moet.

1. Waar liggen de verschillende locaties van het Europarlement?

Het Europarlement heeft drie officiële locaties, namelijk in Straatsburg, Brussel en Luxemburg. Verrassend genoeg worden de plenaire Parlementsvergaderingen niet in Brussel, de ‘hoofdstad van Europa’, gehouden. Deze worden namelijk twaalf keer per jaar in Straatsburg gehouden, en slechts zes keer per jaar in Brussel.

Vooral kleinere vergaderingen en overleggen van comités en politieke groeperingen worden in Brussel gehouden. Hier worden de algemene Parlementsvergaderingen voorbereid. In zogeheten ‘plenaire weken’ verhuizen deze overleggen naar Luxemburg – dat gebeurt zo’n twaalf keer per jaar. In Luxemburg is ook het Secretariaat-Generaal van het Parlement.

2. Wat verhuist er allemaal mee en hoe vaak?

Een Europarlementariër verhuist al gauw zo’n vier keer per maand van werkplek. Eerst heeft hij of zij de plenaire vergadering van vier dagen in Straatsburg. Vervolgens een comité-overleg van een paar dagen in Brussel, waarna hij of zij vaak nog een paar dagen vergadert met een politieke partij in Brussel. De rest van de tijd besteedt een parlementariër vooral aan delegatiebezoeken en overige vergaderingen in Brussel of Luxemburg. Aan het einde van de maand worden de koffers weer gepakt, en reist de parlementariër terug naar Straatsburg.

Kisten waarin elke maand documenten worden vervoerd van Straatsburg naar Brussel. Beeld: Rein1953 (CC BY-SA 3.0)

Naast de 751 Europarlementariërs zelf reizen ook honderden vertalers, assistenten en lobbyisten maandelijks heen en weer tussen de drie steden. Daarnaast moeten ook duizenden officiële documenten worden getransporteerd in afgesloten kisten. Al met al is dit dus niet een heel efficiënt proces te noemen.

3. Hoe is deze verdeling tot stand gekomen?

Toen het Europees Parlement in 1979 voor het eerst rechtstreekse verkiezingen had, is er ter nagedachtenis van de Tweede Wereldoorlog gekozen om Straatsburg als primaire vestigingsplaats van het Parlement vast te stellen. Dat was een symbolische keuze; de stad ligt namelijk in de Elzas, een regio die door de jaren heen zowel Frans als Duits grondgebied is geweest. De keuze voor Straatsburg was daarom een idee van Frans-Duitse verzoening aan het begin van een periode van Europese samenwerking.

De keuzes voor Brussel en Luxemburg zijn deels van politieke aard geweest. De overheden van die landen hebben veel gelobbyd voor (het behoud van) hun EU-locatie. Verder is de keuze voor Brussel ook voor een deel praktisch geweest: de stad ligt centraal en wordt al jaren als de ‘hoofdstad van Europa’ gezien. Daarnaast was er goede ruimte beschikbaar. Het Secretariaat-Generaal in Luxemburg had ook voordelen qua locatie: in die stad zijn namelijk ook het Europese Hof van Justitie en de Europese Rekenkamer.

4. Wat zijn de kosten van zo’n verhuizing?

De Europese Rekenkamer heeft in een rapport uit 2014 bekend gemaakt dat de verdeling van het Europees Parlement over de drie locaties zo’n €118 miljoen per jaar kost. Dit bedrag komt grotendeels voort uit kosten als reizen, transport, administratie en logistieke kosten.

5. Waarom wordt zo’n ingewikkeld en duur proces niet afgeschaft?

Ten eerste zijn zowel Luxemburg als Frankrijk erg gesteld op hun locatie van het Europees Parlement. Beide landen willen die dus niet zomaar opgeven. Maar wat een verandering vooral lastig maakt, is dat het een erg langdradig proces zou worden. Er zou dan namelijk een EU-verdrag moeten worden aangepast, waarvoor de leiders van alle lidstaten unaniem zouden moeten instemmen. Daarna zou de verandering ook nog moeten worden bekrachtigd door alle nationale regeringen, waarvoor sommige landen referenda zouden moeten houden.

10 maart 2019 |
Eline Weterings