Al sinds het moment dat de wolven na 150 jaar weer in Nederland terugkeerden, wekken ze veel verschillende emoties op. De situatie lijkt steeds chaotischer te worden, terwijl er nog volop kansen zijn om het samenleven beter te regelen.
Geschreven in oktober 2025

Fascinatie bij de één, maar angst bij de ander. Dat is wat de wolf in Nederland teweegbrengt. Elk incident haalt het nieuws en berichten over ‘probleemwolven’ polariseren het debat, terwijl de werkelijkheid eigenlijk minder zwart-wit is. Alleen met nuance en duidelijke regels ontstaat helder beleid. En om conflictarm met de wolf te kunnen samenleven, is juist dat beleid essentieel.
Het startpunt in de zoektocht naar nuance is het begrip ‘probleemwolf’. De media spreekt die term vaak te snel uit, waardoor het lijkt alsof het wolvenprobleem uit zijn voegen barst. Eigenlijk heeft het alleen betrekking op wolven die hun grenzen herhaaldelijk blijven verleggen. Ze vertonen afwijkend gedrag richting mensen, honden of vee; gedrag dat zó ver gaat dat het niet langer met standaard voorzorgsmaatregelen kan worden opgevangen. We spreken van een probleemwolf als hij goed beschermd vee toch herhaaldelijk aanvalt, of onverklaarbaar agressief is richting mensen.
In Leusden hebben ze met een probleemwolf te maken gehad. Daar is een afschotvergunning afgegeven voor wolf Bram, die mensen aanviel en een kind beet. ‘Dat gedrag wil je absoluut niet’, zegt Femke Hilderink, wildlife-expert bij het Wereld Natuur Fonds (WWF-NL). ‘Als ingrijpen met andere maatregelen niet meer helpt moet zo’n dier worden verwijderd, mede omdat het publieke draagvlak voor wolven hierdoor wordt geschaad.’
De escalatieladder
Voor een stappenplan over hoe met wolven om te gaan, verwijst Hilderink naar de escalatieladder van de Zoogdiervereniging uit 2020. Die onderscheidt drie categorieën: mens, hond en vee, met situaties van ongevaarlijk tot gevaarlijk. ‘Als een wolf ’s nachts bebouwd gebied bezoekt, is dat normaal gedrag’, legt Hilderink uit. ‘Hij is verder niet geïnteresseerd, hij loopt daar gewoon doorheen.’ Hoe hoger op de escalatieladder, hoe ernstiger de situaties en strenger de maatregelen. ‘Nadert een wolf mensen, dan raakt hij aan ze gewend. In dat geval wordt aangeraden het dier te zenderen, te verjagen en het publiek goed te informeren.’ Pas als alle voorgestelde maatregelen niets helpen, mag de wolf worden gedood.
Het Wolvenplan-2025, het landelijke beleidsplan rondom de wolf, is op deze escalatieladder gebaseerd. Volgens dierenorganisaties bevat het echter veel onduidelijkheden. ‘Het is vaak niet duidelijk wanneer een wolf écht afwijkend gedrag vertoont. Meestal doen wolven niets vreemds, maar is hun gedrag gewoon ongewenst voor mensen’, vertelt Hilderink. Ook ontbreekt volgens haar een duidelijke beschrijving van wanneer een maatregel niet werkt.
Deze vaagheid in het wolvenplan pakt voor de politiek gunstig uit. Partijen die de wolf als dreiging zien, krijgen wellicht de kans om sneller tot afschot over te gaan en bestuurders zouden dit makkelijk kunnen rechtvaardigen. Zo ontstaat een grijs gebied tussen politiek en wetenschap. ‘Dat maakt vraagstukken rond de wolf extra ingewikkeld’, zegt Hilderink. ‘Het raakt niet alleen ecologie en veiligheid, maar ook gevoelens, percepties en emoties.’
Serieuze consequenties
En dat dit grijze gebied in het Wolvenplan serieuze consequenties heeft, bleek op de Hoge Veluwe. In april 2025 werd daar een hardloopster gebeten door een tweede ‘probleemwolf’, die daarna net als Bram werd gedood. Dierenorganisaties reageerden vol ongeloof. ‘Over besluitvorming rondom de wolf bestaan nog geen wetten, alleen beleidsplannen’, zegt Glenn Lelieveld, oud-landelijk coördinator van het Wolvenmeldpunt, ‘en die plannen heeft de verantwoordelijke bestuurder in dit geval naast zich neergelegd. Hij wijkt ervan af als het hem uitkomt.’
Het besluit om de wolf te doden roept bij Lelieveld veel vragen op. ‘Het slachtoffer verklaarde dat ze na het zien van de wolf wegvluchtte. Dat gaat tegen alle adviezen in: vluchten activeert het jachtinstinct. Dit kun je geen van de partijen verwijten.’ Wat door de rechter als afwijkend gedrag werd gezien, is volgens Lelieveld dus een voorspelbare reactie van het dier. Daarnaast keurde de voorzieningsrechter de aanvraag tot afschot goed, terwijl er nooit eerdere pogingen zijn gedaan om te zenderen en te verjagen, zoals bij wolf Bram in Leusden wel gebeurde. Bovendien is de wolf onvoldoende individueel te identificeren. Om deze redenen hebben dierenorganisaties bezwaar ingediend tegen het besluit, maar de rechter gaf dit ‘geen redelijke kans van slagen’.
Ondertussen is wolf Bram doodgeschoten. Volgens Hilderink was dat inmiddels onvermijdelijk: ‘Er werd te laat ingegrepen om zijn schuwheid te herstellen; vergunningen voor zenderen en verjagen kwamen niet rond.’ Op de Hoge Veluwe liep het ook stuk op vergunningen. ‘Er waren nog geen maatregelen getroffen, dus eigenlijk gaat afschieten dan iets te snel.’
Twee situaties met dezelfde uitkomst laten zien hoe belangrijk helder beleid is. Zolang beleidsplannen ruimte laten voor uiteenlopende interpretaties, blijven incidenten het debat sturen.
