Asielcrisis of opvangcrisis?
11 juni 2026
Marie van Spaendonck
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2025/2026)

Het beeld van een asielcrisis domineert het publieke debat in Nederland. Maar als we de Nederlandse asielaanvragen vergelijken met die van andere Europese landen blijkt dat we in verhouding niet disproportioneel veel vluchtelingen opvangen. Koen Hartmann, locatiecoördinator van twee AZC’s in Limburg, is kritisch over hoe het opvangprobleem op dit moment in de politiek en media wordt neergezet. Het probleem is niet de instroom, maar de manier waarop de Nederlandse opvang wordt geregeld: “De politiek is zelf verantwoordelijk geweest voor het huidige tekort aan AZC’s.” 

Als je de afgelopen maanden het nieuws opent, word je overspoeld met berichten over demonstraties tegen AZC’s. Deze lopen vaak uit de hand tot rellen door een extremistische kern die veelal vuurwerk en geweld gebruikt. Deze demonstraties spelen in op een idee dat al lang in Nederland heerst: dat we ons in een asielcrisis bevinden veroorzaakt door een grote stroom vluchtelingen waar we in ons kleine Nederland geen plek voor hebben. Maar als we Nederland verhouden met andere Europese landen blijkt dat we niet onevenredig veel vluchtelingen opvangen. In 2025 vroegen 24.020 mensen asiel aan in Nederland en daarmee staan we op de zevende plek in Europa. Ook zijn dat er 8.102 minder dan vorig jaar. De zevende plek klinkt misschien hoog, maar als we het proportioneel bekijken – hoeveel vluchtelingen worden opgevangen per 1.000 inwoners – zakken we verder naar de dertiende plek. Met een gemiddelde van 1,34 zit Nederland iets onder het Europese gemiddelde van 1,36.

Toch zitten AZC’s continu overvol en zijn er aan de lopende band nieuwe noodlocaties nodig. Hoe valt die overbelasting dan te verklaren? Hartmann: “Je hebt aan de ene kant van het beddentekort te weinig plekken en aan de andere kant is de doorstroom van de AZC naar de gemeente waar statushouders aan gekoppeld zijn te langzaam.” 

Er is in 2017-18 enorm bezuinigd op COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers). Toen zijn grote locaties waar alle voorzieningen aanwezig waren voor een groot deel gesloten. “Dat waren de bedden die je de afgelopen vier à vijf jaar had willen hebben,” aldus Hartmann. De noodopvangen, die nu bijna twee derde van alle opvangen uitmaken, kosten relatief veel meer geld. Ook zijn deze vaak niet beschikbaar voor de langere termijn, wat zorgt voor veel onrust en constante overplaatsingen.

Daarnaast is er een gebrek aan doorstroom. Ruim 20 procent van de bezetting in AZC’s is niet door asielzoekers maar statushouders. Doordat zij nog geen woning zijn toegewezen moeten zij nog in het AZC verblijven om hierop te wachten.

Doordat er structureel te weinig goede opvangplekken zijn, ontstaan er ook sneller problemen in AZC’s. Hartmann heeft nu voor drie kleinschalige opvangen gewerkt en ziet een groot verschil met de grote opvangcentra. “Tot zo’n 200 bewoners is een opvang heel goed te managen,” vertelt hij. “Je hebt persoonlijk contact en kent de meeste mensen van gezicht en naam.” Bij opvangcentra van 1.000 of zelfs 2.000 bewoners raak je dat kwijt volgens hem: “De afstand wordt veel groter, je weet minder goed hoe het met de mensen gaat.” Daardoor kunnen makkelijker incidenten ontstaan volgens Hartmann. “Er staat daar bijna dagelijks politie op de stoep. En dat is niet gek; je hebt 1000 tot 2000 mensen op elkaar gepropt, de verhouding is dan weg.” Maar de spreidingswet wordt door veel gemeenten niet nageleefd. Hierdoor raken andere gemeenten overbelast en is de opvang in Nederland onevenredig verdeeld.

En juist die verhouding bewaren is zo belangrijk, want overlast hoeft een AZC helemaal niet te veroorzaken. Uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit van Groningen uit 2019 bleek dat mensen die in de buurt van een AZC wonen juist eerder een positieve dan negatieve mening hebben over asielzoekers als je dit vergelijkt met mensen die ver weg wonen. Ook Hartmann ziet dat er naast mensen met een kritische houding ook ontzettend veel omwonenden zich als vrijwilliger opgeven. Maar hij benadrukt goede randvoorwaarden: “De gemeente moet een goed en langdurig traject hebben gevolgd met de inwoners van de stad of dorp om hen voor te bereiden.” Ook de grootte van de AZC’s moet dus passen bij de gemeenten waar ze komen. Door de schaal te bewaren kan er goed worden omgegaan met eventuele klachten. Zo kreeg het AZC waar Hartmann werkt onlangs een melding dat er veel peuken rond het bushokje lagen, maar dat werd snel opgelost: “Dan gaan we dat regelen en worden er dagelijks bewoners ingezet die dat gaan schoonmaken.”

Van een asielcrisis is in Nederland dus nog geen sprake, maar wel van een opvangcrisis die dringend om oplossingen vraagt. Hartmann ziet deze oplossing in twee richtingen: “Er moet ten eerste meer geld naar het COA, zodat zij weer duurzame locaties kunnen aankopen en inrichten.” Daarnaast moeten wachttijden minder lang worden. Dat is niet alleen humaner maar vermindert ook de langdurige druk op de keten doordat mensen minder lang hoeven te wachten op een antwoord op de vraag of ze mogen blijven of niet. “Meer investeren in de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) is belangrijk, hierdoor kunnen processen sneller gaan.” 

11 juni 2026 |
Marie van Spaendonck
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2025/2026)