Dataproductie
Steeds meer jongvolwassenen wonen nog bij hun ouders
7 juni 2026
Esther Gellings
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026

Het aantal thuiswonende jongvolwassenen in Nederland is de afgelopen twintig jaar toegenomen. Vooral onder 24- tot 29-jarigen is de stijging groot. Tegelijkertijd wonen mannen nog steeds vaker thuis dan vrouwen, al wordt dat verschil kleiner.

Het aantal jongvolwassenen dat bij één of beide ouders woont, is sinds 2005 duidelijk gestegen. In 2005 woonden ongeveer 718 duizend jongeren van 18 tot en met 23 jaar thuis. In 2025 waren dit er ruim 912 duizend. Dat is een stijging van ongeveer 27 procent.

Bij de oudere leeftijdsgroep is de groei nog groter. Het aantal thuiswonende 24- tot en met 29-jarigen steeg van bijna 218 duizend in 2005 naar ruim 361 duizend in 2025. Daarmee nam deze groep in twintig jaar met ongeveer 66 procent toe.

De grafiek laat zien dat het aantal thuiswonenden in beide leeftijdsgroepen is gegroeid. Vooral de stijging onder 24- tot 29-jarigen valt op. Veel mensen hebben op die leeftijd hun opleiding afgerond en zijn begonnen met werken. Toch betekent een inkomen niet automatisch dat zij een betaalbare woning kunnen vinden.

Een mogelijke verklaring is het tekort aan betaalbare woonruimte. Jongvolwassenen zijn vaak aangewezen op een studentenkamer, sociale huurwoning of goedkope particuliere huurwoning. Voor deze woningen bestaan lange wachttijden en er reageren vaak veel mensen op hetzelfde aanbod. Ook kunnen inkomenseisen van verhuurders het moeilijk maken om een woning te krijgen.

Dat herkent ook de 21-jarige Sofie Gellings. Zij woont nog bij haar ouders en merkt hoe lastig het is om een betaalbare woning te vinden. “Ik zou graag op mezelf willen wonen, maar op dit moment is het bijna onmogelijk om iets betaalbaars te vinden,” zegt Gellings. “De huren zijn hoog en er reageren vaak heel veel mensen op dezelfde woning. Daarom woon ik voorlopig nog thuis.”Thuis wonen kan financiële voordelen hebben. Jongeren kunnen sparen en hebben vaak lagere maandelijkse lasten. Tegelijkertijd kan het hun zelfstandigheid beperken. Ze hebben minder privacy en kunnen belangrijke stappen, zoals samenwonen of verhuizen voor werk, uitstellen.

Mannen wonen vaker thuis

Naast verschillen tussen leeftijdsgroepen zijn er ook verschillen tussen mannen en vrouwen. In 2003 woonde 47,1 procent van de mannen van 18 tot 30 jaar thuis. Bij vrouwen was dit 31,4 procent. In 2023 waren deze percentages gestegen naar respectievelijk 51,1 en 40,3 procent. Mannen wonen dus nog steeds vaker thuis, maar het verschil is kleiner geworden. Het percentage thuiswonende vrouwen steeg in twintig jaar sterker dan dat van mannen.

Waarom vooral het percentage thuiswonende vrouwen sterker is gestegen, blijkt niet direct uit de cijfers. Wel is duidelijk dat zowel mannen als vrouwen vaker bij hun ouders wonen dan twintig jaar geleden. Vooral onder oudere twintigers nam het aantal thuiswonenden toe. Voor veel jongvolwassenen betekent dit dat een eigen woning voorlopig buiten bereik blijft.

7 juni 2026 |
Esther Gellings
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026