De afgelopen jaren is de leesvaardigheid van Nederlandse scholieren steeds meer afgenomen. “Het leesplezier van leerlingen staat onder druk,” stelt dr. Hannah de Mulder (onderzoeker aan het Centre for Linguistics). Volgens haar is het huidige leesonderwijs steeds sterker gericht op technisch en strategisch lezen, terwijl het plezier in lezen juist naar de achtergrond is verdwenen. De combinatie van deze ontwikkelingen roept vragen op over de kwaliteit van het leesonderwijs en de rol die lezen nog speelt binnen het onderwijs en de samenleving.
Elke drie jaar voert de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) een grootschalig onderzoek uit naar de vaardigheden van vijftienjarige scholieren op het gebied van wiskunde, lezen en natuur- en scheikunde. Dit zogeheten PISA (Programme for International Student Assessment) laat al langere tijd een dalende trend zien in de Nederlandse leesvaardigheid. Vooral het vermogen om informatie uit lange en complexe teksten te halen lijkt af te nemen. Waar Nederlandse scholieren vroeger bovengemiddeld presteerden, bevindt Nederland zich nu onder het internationale gemiddelde. Daarnaast groeit de groep leerlingen die het minimale leesniveau niet haalt. Dat betekent dat steeds meer jongeren moeite hebben met teksten die noodzakelijk zijn voor school, vervolgonderwijs en maatschappelijke participatie.
Om beter aan te sluiten bij de veranderende samenleving zijn de eindexamens Nederlands de afgelopen jaren aangepast. Sinds 2024 is er meer aandacht voor de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van bronnen en voor het beoordelen van informatie binnen specifieke contexten. Zo spelen kritisch en functioneel lezen een steeds grotere rol in de eindexamens, terwijl juist deze vaardigheden volgens PISA onder druk staan.
Een belangrijke verklaring voor de daling in leesvaardigheid is de veranderende leescultuur onder jongeren. Sociale media, waarop vooral korte teksten en berichten worden gelezen, en digitale afleiding, zorgen ervoor dat jongeren voornamelijk korte en oppervlakkige teksten lezen. Daardoor oefenen zij minder met diep lezen: geconcentreerd lezen, verbanden leggen en informatie kritisch verwerken over langere teksten heen. Juist dat soort diep lezen vormt de kern van zowel PISA als het eindexamen Nederlands.
Daarbij speelt ook leesplezier een belangrijke rol. Dr. Hannah de Mulder geeft aan dat het huidige leesonderwijs steeds sterker is gaan focussen op technisch en strategisch lezen, terwijl het leesplezier juist meer op de achtergrond is geraakt. Volgens De Mulder zijn er meerdere factoren die deze ontwikkeling verklaren: niet alleen de manier waarop leesonderwijs is opgebouwd, maar ook maatschappelijke veranderingen zoals de opkomst van smartphones, sociale media en gamen. Jongeren geven daarbij zelf vaak aan dat ze eigenlijk wel willen lezen, maar dat ze het gevoel hebben daar geen rust of ruimte voor te hebben.
Binnen het onderwijs zelf is er daarnaast kritiek op de manier waarop leesvaardigheid wordt aangeleerd. Leerlingen leren bijvoorbeeld wel hoe zij vragen moeten herkennen of signaalwoorden moeten interpreteren, maar lezen lange, inhoudelijk uitdagende teksten steeds minder. Hierdoor wordt lezen steeds meer een toetsvaardigheid in plaats van een culturele en cognitieve basisvaardigheid. Volgens De Mulder blijft het aspect van boeken lezen en leesplezier daardoor onderbelicht, terwijl dat juist essentieel is voor blijvende leesontwikkeling.
De coronapandemie heeft deze daling mogelijk versterkt door periodes van afstandsonderwijs en minder intensieve begeleiding. Toch lijkt COVID eerder een versnellende factor dan de oorzaak van de dalende leesvaardigheid. Zo blijkt ook uit de resultaten van het PISA dat de daling van de leesvaardigheid al voor de coronapandemie begon en COVID slechts één factor binnen een bredere ontwikkeling vormt.
De gevolgen van de daling van de leesvaardigheid zijn groot. Leesvaardigheid speelt niet alleen op school, maar ook daarbuiten een belangrijke rol. Onderzoek toont aan dat er een duidelijke relatie is tussen leesgedrag en taalvaardigheid: hoe meer leerlingen lezen, hoe groter hun woordenschat en hoe sterker hun kritische denkvaardigheden worden. Wanneer de leesvaardigheid afneemt, heeft dat gevolgen voor schoolprestaties, kansen op de arbeidsmarkt en de manier waarop jongeren functioneren in de samenleving.
Om deze daling in leesvaardigheid tegen te gaan, pleiten deskundigen zoals De Mulder voor meer aandacht voor lezen, zowel binnen als buiten school. Daarbij gaat het niet alleen om het oefenen met examens, maar vooral om het lezen van langere en meer gevarieerde teksten, het vergroten van het leesplezier en het ontwikkelen van diep tekstbegrip. Uiteindelijk draait leesonderwijs niet alleen om het halen van een examen maar om het ontwikkelen van vaardigheden die leerlingen hun hele leven nodig zullen hebben om te kunnen functioneren in de samenleving.