Wachttijden in de ggz lopen op: “we moeten nieuwsgierig naar elkaar blijven”
21 mei 2026
Laura Bakker

De druk op de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg is hoog. Dat is te zien in de data die de Nederlandse Zorgautoriteit verzamelde en publiceerde over de wachtijden binnen de ggz. Vooral de aanmeldwachttijd, de wachttijd tussen verwijzing en eerste gesprek, is hoog. Deze wachttijden zorgen ervoor dat mensen langer met psychische klachten rondlopen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) noemt meerdere oorzaken voor de lange wachttijden in de ggz. Een van die oorzaken is het gebrek aan samenwerking in de zorg. Een tweede oorzaak is het tekort aan personeel.

Voor wachttijden binnen de zorg is op landelijke schaal een bepaalde standaard vastgesteld, de Treeknorm. Mensen kunnen niet altijd direct terecht bij een zorgverlener. De Treeknorm zorgt ervoor dat men een schatting heeft van hoe lang ze moeten wachten op de passende zorg. Aan de data is echter te zien dat de instroom buiten de Treeknorm structureel hoger is dan de instroom binnen de Treeknorm.

Een oorzaak van de lange wachttijden is onder andere de moeite die instellingen hebben met het vinden van voldoende goed personeel. Ten opzichte van eerdere jaren komen psychische aandoeningen vaker voor, blijk uit een rapport van het Trimbos Instituut. Om al deze mensen te kunnen helpen binnen de Treeknorm is niet alleen betere samenwerking nodig, maar ook een toename van mensen met een passende opleiding op de arbeidsmarkt. Te zien in de data is dat vooral de aanmeldwachtijd hoog is. Dit valt ook vaktherapeut Anne van Riet op: “Ik zie vooral dat de wachttijden bij de psycholoog heel hoog zijn, en lager bij bijvoorbeeld medebehandelaren zoals vaktherapeuten of andere hulporganisaties.” Intakegesprekken worden vaak op basis van de beschikbaarheid van psychologen ingepland. Vaak zijn psychologen gedurende het traject van de patiënt ook aangesteld als hoofdbehandelaar. In combinatie met het tekort aan goed opgeleid personeel zorgt dit voor een lage instroom binnen de Treeknorm.

Een betere samenwerking tussen psychologen en therapeuten of organisaties zou de wachttijden kunnen verlagen. Anne: “Ik merk dat iedereen zijn werkzaamheden nu heel erg bij zichzelf houdt, terwijl we eigenlijk wel heel erg gebaat zouden zijn bij een betere samenwerking. Psychologen hebben onderling wel goed contact met elkaar, maar tussen psychologen en andere hulpverleners verloopt het soms nog stroef.” Het IGJ bevestigt ook dat het gebrek aan samenwerking bijdraagt aan de langere wachttijden. Anne geeft aan dat ze hier ook graag verandering in zou zien: “Ik probeer regelmatig bij mijn collega’s, psychologen aan te kaarten dat wij (vaktherapeuten) ook gedeeltes van de behandeling voor onze rekening kunnen nemen. Daarmee verlicht je de druk op de psycholoog. Wanneer een psycholoog uitgebreide schematherapie uitvoert met een patiënt, kan je bijvoorbeeld afspreken dat de patiënt de eerste 6 weken bij de psycholoog terecht kan voor het opzetten van die schematherapie. Vervolgens zouden wij, vaktherapeuten, met onze schematherapeutische ervaring daar in de vaktherapie verder mee aan de slag kunnen.” Door deze aanpak heeft de psycholoog sneller de handen vrij om andere mensen te helpen. Bovendien vindt Anne dat hulpverleners, door met elkaar in gesprek te gaan, veel van elkaar kunnen leren: “we moeten nieuwsgierig naar elkaar blijven”.

21 mei 2026 |
Laura Bakker