Het bruine café, decennialang de ontmoetingsplek voor Nederlanders van een allerlei achtergronden, staat onder druk. Sinds 2007 is bijna een derde van alle Nederlandse cafés verdwenen: van ruim 12.000 naar nog maar 8.000 in 2026. En deze daling is nog niet gestopt, in het eerste kwartaal van dit jaar waren dit er volgens het CBS nog maar 7.860. De onderstaande grafiek laat zien hoe deze afbrokkeling plaatsvindt: nauwelijks een jaar waarin het aantal cafés stijgt.
Tegelijkertijd gebeurt iets opvallends. Terwijl de cafés in Nederland het zwaar hebben, schieten de restaurants als paddenstoelen uit de grond. Ook hier laten de cijfers van het CBS een duidelijke trend zien: waar er in 2007 nog 10.400 restaurants waren, telt ons land er in 2024 ruim 16.000. Dat zijn meer dan zesduizend nieuwe restaurants in zeventien jaar tijd, en de teller blijft stijgen.
De twee grafieken lijken wel aan elkaar gespiegeld: waar de ene lijn daalt, stijgt de andere. Tot circa 2011 telde Nederland meer cafés dan restaurants, maar vanaf dat jaar draaide deze verdeling om. Veertien jaar later is dit verschil opgelopen tot ruim achtduizend zaken.
Dat het aantal cafés afneemt heeft volgens Koninklijke Horeca Nederland (KHN) niet één oorzaak, maar is het resultaat van een opeenstapeling van factoren. Het rookverbod van 2008 was de eerste klap. Hierna volgde de financiële crisis, de coronapandemie met de bijbehorende schulden, en de recente explosie van energiekosten en personeelstekorten. “Een kroeg heeft hoge vaste lasten met kleine marges,” aldus KHN. “Als één steen wegvalt, valt de hele muur.”
Hier komt ook nog een verandering in gedrag bij. Onderzoek wijst uit dat jongeren minder, en op latere leeftijd, beginnen met alcohol drinken. Waar Generaties X en Y de kroeg zagen als een logisch ontmoetingspunt, kiest Gen Z sneller voor een koffiebar, een lunchroom of dus een restaurant. “De Nederlander wil steeds meer eten en drinken combineren,” verklaart een KHN-woordvoerder. “Een avondje uit is een complete ervaring geworden, niet alleen een paar pilsjes. Concepten waar je kunt eten en drinken hebben de toekomst.”
Studentensteden gelden vaak als uitzondering op deze landelijke trends. Met zoveel jongeren, die bovendien geen nee zeggen tegen een drankje, zou je verwachten dat het café nog altijd springlevend is. Maar ook hier vertellen de cijfers een ander verhaal. In Leiden daalde het aantal drankgelegenheden (cafés, discotheken en kantines bij verenigingen) tussen 2015 en 2025 van 84 naar 67. Deze afname, van ruim twintig procent, komt ongeveer overeen met het landelijk gemiddelde over deze periode.
Ook tussen de grachten en sociëteiten van een studentenstad als Leiden zijn de afgelopen jaren meerdere kroegen gesloten. Hiervoor in de plaats kwamen restaurants, koffiezaakjes of eetcafés, waarbij het draait om een combinatie van eten en drinken en niet om de bar alleen.
Voor de liefhebbers van een koud biertje lijkt dit slecht nieuws, maar dit hoeft niet per se zo te zijn. De vele nieuwe restaurants serveren prima bier, en het concept eetcafé, half kroeg, half restaurant, blijft zeer populair. Maar de verandering is onmiskenbaar: de plek waar Nederlanders elkaar ontmoeten verschuift, van de stamkroeg naar het dinertafeltje.