“Het wordt een rampjaar,” waarschuwde Marijke Vuik, voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland, eind vorig jaar. Toerisme is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economie, maar door de btw‑verhoging op hotelovernachtingen begin dit jaar lijkt Nederland minder aantrekkelijk te zijn geworden voor buitenlandse bezoekers. Ondernemers proberen daarom met creatieve oplossingen relevant te blijven voor toeristen, maar in hoeverre lukt dat tot nu toe?
Toerisme speelt een grote rol in de Nederlandse samenleving. Het draagt bij aan de economie door werkgelegenheid te creëren en inkomsten te genereren, vooral in sectoren als horeca, luchtvaart, reisbureaus en reisbemiddeling. Na de coronapandemie is het aandeel van toerisme in de Nederlandse economie weer toegenomen. Dat bleek ook uit de cijfers over 2024: in dat jaar steeg de toegevoegde waarde van de toeristische sector – de kosten afgezet tegen de opbrengsten – sterker dan die van de totale economie. Hieronder is te zien hoeveel geld toerisme de afgelopen jaren Nederland heeft opgeleverd.
Ondanks de groei van de afgelopen jaren staat Nederland er nu anders voor. De vooruitzichten voor 2026 zijn beduidend minder positief: voor het verblijfstoerisme wordt slechts een lichte groei van 0,5 procent verwacht, de laagste stijging sinds 2012 (het coronajaar 2020 buiten beschouwing gelaten). Dat hangt samen met een verwachte krimp van het binnenlandse toerisme en een minder sterke toename van buitenlandse overnachtingen.
Die ontwikkeling is nu al zichtbaar in de komst van Europese bezoekers. Vooral Duitsers, traditioneel de grootste groep buitenlandse toeristen, schrikken van de hogere prijzen in Nederland. Daardoor is er dit jaar al een daling te zien van Duitse toeristen. “Duitse en andere Europese toeristen zijn echter belangrijk voor de sector”, benadrukt Ewout Versloot van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC). “Europeanen dragen namelijk enorm bij aan onze economie en maatschappij.”
De btw‑verhoging geldt alleen voor de overnachting zelf, niet voor aanvullende diensten die een hotel aanbiedt. Voor zaken als ontbijt, wellness of het gebruik van het zwembad blijft het btw‑tarief 9 procent. Door die diensten iets duurder te maken, kunnen hotels de kamerprijs juist lager houden en zo toch aantrekkelijk blijven voor gasten. Van kleine ondernemers tot grote hotelketens: iedereen probeert aantrekkelijk te blijven voor gasten. Dat is echter een uitdaging. In buurlanden liggen de btw‑tarieven voor hotelovernachtingen namelijk aanzienlijk lager: 6 procent in België en 7 procent in Duitsland. Daardoor wordt het voor Nederlandse aanbieders lastiger om concurrerend te blijven.
Versloot ziet dat de toerismesector het op dit moment moeilijk heeft. “Hoewel we verwachten dat de groei op de langere termijn standhoudt, is de afname van het toerisme in het eerste kwartaal wél een probleem voor de korte termijn,” zegt hij. Toch blijft Nederland volgens het NBTC op langere termijn sterk staan: de prijs‑kwaliteitverhouding is nog altijd gunstiger dan in veel andere Europese landen. Bovendien kan een dalende inflatie de aantrekkingskracht van Nederland verder vergroten. Maar dat biedt op dit moment nog geen oplossing voor de problemen waar de sector nu mee te maken heeft.
Versloot ziet wel degelijk mogelijkheden om de terugval aan te pakken. “Bezoekers stellen hun reis nu vaker uit, mede door de onzekerheid van deze tijd. In plaats van drie tot vier maanden van tevoren boeken mensen nu pas één tot twee maanden voor vertrek,” legt hij uit. “De sector kan daarop inspelen door potentiële klanten juist lastminute te benaderen, bijvoorbeeld met aantrekkelijke lastminutedeals.”