“Ik reageer wekelijks op kamers, maar vaak krijg ik niet eens een reactie,” zegt Fien (21), een student die graag op zichzelf wil wonen. Na maandenlang zoeken heeft ze nog steeds geen kamer gevonden. Fien is niet de enige: een aanzienlijk deel van de thuiswonende jongeren wil graag uit huis, maar blijft noodgedwongen langer thuis wonen. Hoe komt het dat steeds meer jongeren niet op zichzelf kunnen wonen en wat zijn daarvan de gevolgen?
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat 26% van de thuiswonende jongeren op zichzelf wil wonen, maar geen woning kan vinden. Dit is flink gestegen ten opzichte van 2021. Toen was dit nog 13%. Dit speelt niet alleen bij mensen binnen de Randstad, ook daarbuiten vinden steeds meer mensen het lastig om een woning te vinden. In 2024 lag de gemiddelde leeftijd waarop jongeren uit huis gingen op 23,8 jaar. Tien jaar eerder, in 2014, was dat nog 23 jaar. In 2023 daalde de gemiddelde leeftijd met 0,4 jaar. In dat jaar gingen meer jongeren tussen de 18 en 22 jaar op zichzelf wonen. Dit kan komen door de herinvoering van de basisbeurs in het studiejaar 2023/2024. Studenten mogen voor de uitwonende beurs niet op hetzelfde adres als hun ouders ingeschreven staan. Vanaf 2015 was er een stijging te zien in de leeftijd waarop jongeren uit huis gingen. Dit was na de invoering van het leenstelsel.
Op 1 januari 2025 woonde het grootste deel van de jongeren tot en met 23 jaar nog thuis. Van de 18-jarigen was 86,5% nog thuiswonend, terwijl dit bij 23-jarigen 50,1% was. Vanaf 23 jaar neemt het aantal thuiswonenden verder af, en gaan steeds meer jongeren op zichzelf wonen. Op 30-jarige leeftijd woonde nog 9,6% thuis. Daarnaast blijkt dat het percentage mannen dat nog thuis woont op elke leeftijd hoger ligt dan bij vrouwen.
Waarom uit huis gaan niet lukt
Veel jongeren willen graag op zichzelf wonen, maar dat lukt vaak niet door de huidige situatie op de woningmarkt. De hoeveelheid sociale huurwoningen sluit niet aan bij de vraag en mensen moeten lang wachten voordat ze aan de beurt zijn. In de vrije sector zijn de huren erg hoog en er is een tekort aan betaalbare woningen. Ook zorgen tijdelijke huurcontracten voor onzekerheid over een vaste woonplek. Daarnaast kunnen veel jongeren geen huis kopen. Koopwoningen zijn de afgelopen jaren erg duur geworden. Fien herkent dit in haar eigen zoektocht: “Ik reageer op bijna alles wat binnen mijn budget valt en probeer zoveel mogelijk te hospiteren, maar wat ik tegenkom is vaak erg duur.”
Gevolgen voor jongeren
Jongeren ondervinden verschillende gevolgen van de moeilijkheden op de woningmarkt. Veel van hen ervaren onzekerheid over hun woonsituatie, en weten vaak niet of ze een eigen woning gaan vinden. Dit kan zorgen voor frustratie en stress. Daarnaast stellen sommige jongeren bepaalde stappen in hun leven uit, zoals samenwonen of een gezin starten, wanneer ze nog geen stabiel inkomen of woning hebben. Ze hebben het gevoel dat hun leven stilstaat. Fien ervaart dit ook: “Je bent er eigenlijk steeds mee bezig. Soms heb ik het gevoel dat het helemaal niet gaat lukken, en dat geeft best veel stress.”