Nederlanders klagen graag over de trein: vertragingen, uitvallende ritten en overvolle treinen lijken aan de orde van de dag. Maar hoe terecht is dat gemopper eigenlijk? Een blik op Europese cijfers en een gesprek met een expert laten zien dat het Nederlandse spoor verrassend goed presteert.

“Ik ben ietsje later, de trein wil niet…”, appte ik maandag naar mijn collega. Ik moest vanuit Den Haag naar Rotterdam, een kort ritje. “Nou, dat is voor het eerst dat ik je over een tegenvallende trein hoor!”, appte ze terug. “En dat terwijl iedereen altijd op de NS loopt te schelden (ik ook). Ik zie je verschijnen, tot straks.”
“Inderdaad”, dacht ik, “ik maak dit ritje nu al bijna vier maanden elke dag en dit was voor het eerst dat ik echt last had van vertraging.” Heb ik gewoon heel veel geluk of is dat gemopper op de Nederlandse treinen misschien een beetje onterecht? Om daar achter te komen ben ik opzoek gegaan naar cijfers over het Europese treinnet en sprak ik met Hugo von der Thüsen. Hij doet vanuit de TU Delft vervoersonderzoek bij de NS.
Hij vindt het Nederlandse treinnetwerk ‘uniek’. “Nederland is heel dichtbevolkt en we hebben maar één netwerk. Andere Europese landen hebben vaak meerdere netwerken, daar is een grotere scheiding tussen lokale, regionale en landelijke treinen. Die scheiding heb je in Nederland amper, omdat de steden zo dicht bij elkaar liggen. Dat ene net moet daardoor veel verschillende type reizigers bedienen.”
Uit de cijfers blijkt dat het Nederlandse spoor druk bezet is. Samen met Luxemburg en Zwitserland staat Nederland in de top 3 van de meest gebruikte sporen. Volgens Eurostat heeft Nederland 3043 kilometer spoor en wordt dat door bijna 4 miljoen reizigers per jaar gebruikt. “Door dit hevige gebruik moeten we een hoge frequentie rijden, daardoor wordt het product beter, maar ook gevoeliger”, vertelt Von der Thüsen.
“In Nederland hoef je nergens langer te wachten dan een half uur op de volgende trein”, vertelt hij. Dat is uniek in Europa, enkel Zwitserland heeft dezelfde frequentie. “Daardoor is het, ondanks dat het natuurlijk vervelend is, ook minder erg als er een trein uitvalt, de volgende trein laat nooit lang op zich wachten.”
Daar komt bij dat de vertragingen in Nederland heel erg mee blijken te vallen. Transport & Environment (T&E), koepelorganisatie van Europese ngo’s, die zich inzetten voor duurzaam vervoer, bekeek in 2023 de punctualiteit van de Europese treinvervoerders. Uit die cijfers blijkt dat Nederlandse treinen in 92,5% van de ritten minder dan vijf minuten vertraging hadden en daarmee koploper ‘punctualiteit’ is.
Von der Thüsen wil hier wel een kanttekening bij plaatsen. “Er wordt met verschillende vertragingen gerekend. De NS rekent met een maximum van vijf minuten, terwijl Zwitserland met drie minuten rekent. Zij staan dus op nummer twee maar met een strengere eis.” Dus of Nederland echt nummer één punctualiteit is kun je niet uit deze cijfers halen, misschien wint Zwitserland het net. Zeker is in ieder geval dat we, vergeleken met de rest van Europa, weinig te klagen hebben.
Naast deze positieve cijfers vindt Von der Thüsen dat er nog veel ruimte is voor verbetering. De Nederlandse treinen zijn erg duur. De vergelijking met andere landen is lastig te maken, omdat iedere vervoerder op een andere manier de prijs bepaalt, door bijvoorbeeld het moment van boeken of reizigers die gebruik kunnen maken van kortingen. Maar dat de NS duur is, durft hij wel te stellen.
Ook ziet hij een uitdaging voor de toekomst: “Het netwerk is eigenlijk vol, zeker in de Randstad, maar er komen steeds meer reizigers bij. Daar moeten oplossingen voor gevonden worden.” Dat zou kunnen door een nieuw seinsysteem te gaan gebruiken, waardoor treinen dichter op elkaar kunnen rijden. Maar er moeten ook gewoon stations bij, met name bij grote nieuwe woonwijken die gebouwd worden.
Maar voor nu had ik dus vooral een keer pech toen mijn trein van Den Haag naar Rotterdam niet reed. Uiteindelijk was ik een kwartiertje te laat op het kantoor en mag ik daar eigenlijk niet over klagen. Zoals Von der Thüsen zegt “We zijn zeker nog niet klaar, maar we kunnen best tevreden zijn met het huidige netwerk”.