Om de huidige situatie te begrijpen is het belangrijk om eerst te kijken naar de positie van Nederland binnen de Europese landbouw. In vergelijking tot de rest van Europa heeft Nederland de grootste vee-dichtheid. Dit betekent dat Nederland per hectare land de meeste landbouwdieren heeft, waaronder veruit de meeste melkkoeien, en ook als het gaat om varkens spant Nederland de kroon. Deze positie als landbouwgrootmacht heeft kunnen ontstaan doordat Nederland zeer succesvolle keuzes heeft gemaakt, door vanaf eind 19de eeuw in onder andere de veehouderij en de tuinbouw te investeren, waardoor er in de 20ste eeuw schaalvergroting kon plaatsvinden. De schaduwkant van deze groei is dat de Nederlandse stikstofuitstoot vandaag de dag ongeveer vier keer hoger ligt dan het Europese gemiddelde.
De reden dat de stikstofcrisis met name de landbouwsector raakt, is dat ongeveer 90% van de uitstoot uit deze sector afkomstig is. Het stikstofprobleem betreft dan ook met name ammoniak (NH3), een gas dat vrijkomt uit mest en urine van landbouwdieren. Stikstof is geen broeikasgas en heeft daarom geen direct effect op klimaatverandering, maar kan wel tot grote schade leiden in de natuur. Neerslag van stikstof leidt namelijk tot verzuring van de bodem, waardoor eenzijdige vegetatie ontstaat en biodiversiteit onder druk komt te staan. Uit een statusonderzoek naar de biodiversiteit blijkt dat circa 60 tot 70% van de bodems in de EU in slechte staat verkeren, waaronder ook de Nederlandse bodem. Daarnaast telt Nederland in vergelijking met andere Europese landen relatief veel soorten op de lijst van bedreigde diersoorten. De stikstofcrisis gaat dus vooral over het beschermen van de natuur en bovenal de Natura 2000-gebieden, die vanuit de EU-richtlijnen zijn opgericht om soortenrijdom te behouden.
De uitzonderlijk hoge stikstofuitstoot in Nederland vormt op dit moment zo’n groot probleem dat het oplossen van de stikstofcrisis in het huidige kabinet een topprioriteit vormt. Om de aanpak te versterken is er een nieuwe Taskforce in het leven geroepen, speciaal gericht op de stikstofcrisis, waarbij samengewerkt gaat worden met medeoverheden en maatschappelijke partijen, zoals de Dierenbescherming, Natuurmonumenten maar ook de Rabobank. Het centrale doel is het behalen van de ammoniakreductie in 2035 van 42% – 46%. Dit wil het kabinet met name bewerkstelligen door specifieke emissienormen voor stikstof op stellen, en door boeren uit te kopen die vrijwillig willen stoppen. De afgelopen zeven jaar werden al vijf regelingen getroffen, waarmee circa 350 boeren hun bedrijf beëindigden. Het huidige kabinet trekt voor het uitkopen van boeren nog eens 2,7 miljard euro uit, waarbij boeren dichtbij stikstofgevoelige natuurgebieden extra worden gecompenseerd met een vergoeding van 110%.

Hoewel het kabinet stevig inzet op deze maatregelen, is er ook kritiek op deze aanpak. Volgens Directeur Landbouw van duurzaamheidsorganisatie Urgenda, zouden alternatieven zoals krachtvoer, investeren in duurzaam geproduceerde producten en weidegang een veel goedkopere en effectievere manier bieden om de stikstofcrisis aan te pakken. Zo berekende ABN AMRO dat weidegang – waarbij koeien een deel van de tijd buiten grazen – de stikstofuitstoot met ongeveer 15 procent kan verminderen. Dat effect is tot nu toe groter dan de gemeten reductie door uitkoopregelingen. Ammoniak ontstaat namelijk wanneer urine en mest met elkaar in contact komen, wat in stallen veelvuldig gebeurt, maar in de wei nauwelijks voorkomt.