Studeren of overleven? Huur slokt studenteninkomen op
8 mei 2026
Diederic A
Student Filosofie & Journalistiek en Nieuwe Media

De huurprijzen van studentenkamers zijn de afgelopen tien jaar fors toegenomen, daardoor zijn studenten een steeds groter deel van hun inkomen kwijt aan wonen. Vooral in populaire studentensteden lopen de kosten inmiddels zo hoog op dat rondkomen van een studentenbudget haast onmogelijk wordt. 

Foto: Donald Trung | Wikimedia Commons | CC BY-SA 4.0

Een studentenkamer vinden was door het grote tekort al lastig, maar één met een beetje een schappelijke huurprijs lijkt inmiddels bijna onmogelijk. Wie tegenwoordig op kamers gaat, betaalt honderden euro’s voor een kleine ruimte waar meestal net een bed en bureau in passen. Ondertussen blijven de huurprijzen gestaag toenemen. Het gevolg is dat een steeds groter deel van het studentenbudget verdwijnt in de zak van de huisbaas. Des te meer geld er wordt uitgegeven aan de woonlasten, des te minder er overblijft voor boodschappen, studieboeken of natuurlijk de kroeg.

Zoals hierboven te zien is, is de gemiddelde huurprijs van een studentenkamer – dat wil zeggen een onzelfstandige woning – de afgelopen tien jaar vrijwel onafgebroken gestegen. In 2025 is dit opgelopen tot wel 540 euro. Ook de woonlastdruk — het deel van het inkomen dat naar huur gaat — loopt daardoor steeds verder op. In 2023 is een tijdelijke daling zichtbaar door de terugkeer van de basisbeurs, maar die verlichting houdt nauwelijks stand: de woonlastdruk is sindsdien weer aan het stijgen. In 2025 is hij toegenomen tot bijna zestig procent. De vuistregel luidt dat je niet meer dan dertig procent van jouw inkomen aan woonlasten moet besteden, wil je moeiteloos de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Inmiddels betaalt de gemiddelde student ongeveer het dubbele. 

“Het is natuurlijk een open deur dat het dan moeilijker wordt om rond te komen”, vertelt Nouschka Veerman van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. “Het betekent namelijk dat studenten structureel minder geld overhouden voor levensonderhoud”. Uit onderzoek blijkt dat studenten steeds vaker moeten schipperen met hun uitgaven. Als een groot deel van je inkomen al opgaat aan huur, blijft er weinig over voor de wekelijkse boodschappen, sociale activiteiten, nieuwe kleding, de kapper en ga zo maar door. Voor veel studenten betekent dat ze meer moeten lenen, vaker financiële steun vragen aan ouders of extra uren werken. Meer werken betekent echter minder tijd voor studie, wat weer kan leiden tot stress, verminderde studieprestaties en studievertraging. Bovendien, studenten die extra moeten lenen bouwen steeds hogere studieschulden op, met gevolgen die nog jaren kunnen doorwerken – bijvoorbeeld bij het aanvragen van een hypotheek. 

Regionale ongelijkheid

Toch wordt niet iedere student even hard geraakt. “Dat is afhankelijk van verschillende factoren, maar vrijwel de belangrijkste is de stad waar je studeert”, aldus Veerman. In populaire studentensteden zijn de kamers zo duur geworden dat de meeste studenten het zich niet kunnen veroorloven.

Zoals hierboven te zien is, zijn de studenten in Maastricht, Amsterdam, Den Haag, Wageningen en Delft het grootste deel van hun inkomen kwijt aan de huur van hun kamer. Daar ligt de huurprijs ruim tien procentpunten hoger dan in Breda, waar de woonlastdruk het laagst is. Dat heeft ook invloed op de studiekeuze, legt Veerman uit. Voor studenten zonder financiële steun van thuis wordt wonen in een populaire studentenstad steeds moeilijker. De keuze voor een opleiding draait daardoor niet alleen meer om interesse of kwaliteit, maar ook simpelweg om de vraag: kan ik het betalen om daar te wonen?

Studentenkamers zijn in Nederland in de afgelopen tien jaar flink in prijs gestegen, waardoor de woonlasten een steeds groter deel van het studentenbudget opslokken. In elke studentenstad – en vooral de populairste – ligt de woonlastdruk uitzonderlijk hoog. Voor veel studenten voelt studeren daardoor steeds minder als een tijd van vrijheid en steeds meer als een dagelijkse rekensom.

De data de voor hierboven weergegeven grafieken zijn gebaseerd op gegevens van de jaarlijkse rapporten van de Landelijke monitor studentenhuisvesting: 

2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 20192020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 

8 mei 2026 |
Diederic A
Student Filosofie & Journalistiek en Nieuwe Media