De grote natuurbrand bij militair oefentrrein T’Harde wierp 29 April zijn schaduw letterlijk en figuurlijk over ons land. Klimaatverandering leidt tot een stijgende frequentie van de weersomstandigheden die natuurbranden in de hand werken: temperatuur, luchtvochtigheid en wind.
De omvang van de rookpluim van de natuurbrand bij T’Harde, was op satellietbeelden goed te zien. De wolk reikte van Gelderland tot aan de kust in Zuid Holland. Het kostte de brandweer vier dagen om de brand meester te worden en volledig uit te doven. Toen was 427 hectare in vlammen opgegaan, een oppervlak vergelijkbaar met een heel dorp. Natuurbranden zijn niet meer iets wat alleen in het mediterraanse gebied voor zal komen: dit is de nieuwe realiteit waar we in Nederland mee moeten leren omgaan.
Het aantal natuurbranden in Nederland loopt zichtbaar op. Van één uitgebroken brand in 2011 naar maar liefst zes in 2022. “Met name de zonnige lentes met een verhoogde temperatuur en een drogere lucht vergroten de kans op een natuurbrand.” Verteld een woordvoerder van het KNMI. Zo was de maand maart van vorig jaar de zonnigste sinds de metingen begonnen in 1965.
In de periode van eind februari tot en met mid april zijn de omstandigheden voor het uitbreken van een natuurbrand ideaal. “Dan krijg je te maken met een combinatie van factoren. De vegetatie van vorig jaar, denk aan gras en heide, is nog dood en door de drogere omstandigheden worden deze al snel kurkdroog. Ook is er vaak nog weinig nieuw bladgroen, dit leidt tot minder vochtverdamping wat de lucht droog houdt.” duidt het KNMI.
Hoeveel hectare grond een brand weet op te slokken is sterk afhankelijk van hoeveel wind er staat. Maar ook de richting van de wind speelt een belangrijke rol. ‘In de lente heb je vaak te maken met een aanhoudende wind vanuit het oosten. Die laat de vlammen niet alleen sneller om zich heen slaan. Maar wind uit het oosten komt vanuit het Europese binnenland en is dus droger. Westerwind komt van zee en brengt veel vocht met zich mee. Als die lage luchtvochtigheid, sterke wind en hoge temperatuur samen komen wordt het risico dat een natuurbrand kan ontstaan heel groot.
Met deze drie weersfactoren in ons achterhoofd krijgen we zicht op waarom eind april het risico op een natuurbrand het grootste was. Op de weerdata van KNMI station Heino (op 25Km afstand van legerterrein T’Harde) kunnen we goed zien dat de temperatuur na een paar koudere dagen opliep. Deze warmere dagen gingen gepaard met een lagere luchtvochtigheid die op de 27ste begint en tot het einde van de maand aanhoudt. De zon verwarmt de al dorre planten en droogt deze verder uit. Rond diezelfde tijd neemt de windkracht stevig toe, waardoor de droge lucht de vlammen van de eenmaal ontstane brand aanwakkerde en naar nieuwe brandstof toe blies.
Hoewel deze weersomstandigheden de kans op een natuurbrand vergroten zijn ze op zichzelf niet genoeg om een brand te veroorzaken. De meeste natuurbranden ontstaan door menselijke fouten, ze worden aangestoken zoals eerder die maand in de Duinen bij Den Haag of ontstaan per ongeluk zoals bij de militaire oefening bij T’Harde.
Of een brand uitbreekt of niet hebben wij voor een groot deel zelf in de hand. “In de zomer zie je dat de meeste natuurbranden uitbreken omdat meer mensen naar buiten gaan voor recreatie.” Aldus de woordvoerder van het KNMI. Nu het risico op een natuurbrand elk jaar groter wordt moeten we daar als bevolking mee omgaan. Dat is de nieuwe realiteit waarin wij leven.