Op 7 en 8 april dit jaar werden er door het Goudwisselkantoor twee waardevolle VOC-artefacten geveild. Het ging om twee zilverbaren: kleine staven van puur zilver, die zo’n veertig jaar geleden zijn opgedoken voor de kust van het huidige Mozambique. Ze waren afkomstig van een VOC-schip dat er strandde, de Bredenhof. Zij was in 1753 onderweg vanuit het Zeeuwse Middelburg naar India en de Nederlandse koloniën in de Oost, maar kwam tijdens een storm op een rif te lopen dat daar voor de kust lag. Het schip ging, samen met haar waardevolle inboedel waaronder 29 kisten vol met dit soort zilver, ten onder aan de golven.
Tot op de dag van vandaag worden er overal ter wereld oude schatten geveild en tentoongesteld die afkomstig zijn van dit soort scheepswrakken. Van de Waddenzee tot aan Tasmanië en van Japan tot aan Brazilië: overal gingen schepen, van de VOC of van andere afkomst, ten onder aan de elementen. Maar hoe al deze galjoenen precies op de zeebodem belandden, is voor velen nog een mysterie. Het enige tastbare wat er nog over is zijn vaak stukken verrot hout en (edel)metalen die her en der verspreid liggen in en rondom het wrak. Wat er gebeurd is om het zover te laten komen, weet je eigenlijk niet. Terwijl dat wel degelijk een belangrijk aspect is van zeventiende- en achttiende-eeuwse zeevaart: van alle ±4700 schepen die vanuit de Republiek naar Azië vertrokken, keerden er slechts ±3400 heelhuids terug.[1] Natuurlijk zijn die dertienhonderd schepen niet allemaal gezonken, velen bleven in Azië en namen deel aan de inter-Aziatische handel. Een groot deel is echter wel opgedoken: schattingen variëren van 550 tot 700 gezonken VOC-schepen in en richting de Oost.[2]

[1] Heerma Van Voss, L., Boer, V. D., Rossum, M. V., Leinenga, J., Davids, C. A., Lucassen, J., Schokkenbroek, J. C. A., Hoekstra, R., & Vrije Universiteit Amsterdam. (2014). Dutch Ships and Sailors – Dutch-Asiatic Shipping as RDF. https://doi.org/10.17026/dans-xnv-wcyf
[2] Manders, M., Dissel, A. M. C. van, Brouwers, W., Fink, M., Spoelstra, J., Hoop, R. de, Heijink, M., Lemmers, A., Heitz, A., & Vroomen, O. de. (2022). Wrakkentelling: een kwantitatief onderzoek naar de historische Nederlandse scheepswrakken in de wereld. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, p. 22.
Oorzaken voor het zinken
De schepen die richting Azië voeren waren flinke bakbeesten. Een drijvend fort, een half voetbalveld lang en met een laadvermogen van tot wel duizend ton laadvermogen: hoe robuust het allemaal ook klinkt, ze bleven kwetsbaar voor externe omstandigheden op zee. Michiel van Groesen, hoogleraar maritieme geschiedenis aan de Universiteit Leiden, onderzoekt al jaren de omstandigheden waaronder VOC-schepen vergingen. Hij benadrukt dat het zelden één enkele oorzaak is. “Als je er echt achter wilt komen wat er is gebeurd, moet je archeologische vondsten combineren met schriftelijke bronnen,” zegt hij. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Zijn onderzoek naar Scheurrak SO1, een graanvaarder die in 1593 tijdens een storm verging voor de Hollandse kust, kostte zes jaar en een heel team van onderzoekers. Scheepsinventarissen, dagboeken en administratieve documenten uit de VOC-archieven werden naast de opgegraven vondsten gelegd. Pas toen ontstond een volledig beeld van wat er was misgegaan.
Op de kaart zijn de locaties te zien van bekende VOC-scheepswrakken, ingedeeld naar de voornaamste oorzaak van vergaan: storm, schipbreuk op een rif, brand, oorlog of onbekend. Zo wordt zichtbaar welke gevaren op welke routes het meest desastreus waren.
/
Patronen over continenten heen
Wat het onderzoek extra complex maakt, is dat VOC-wrakken letterlijk over de hele wereld verspreid liggen. Toch zijn er patronen te ontdekken. Van Groesen noemt als voorbeeld schepen met koper aan boord van de Fuggers, een machtige Augsburgse handelsfamilie, die op meerdere locaties zijn teruggevonden: in de Waddenzee, voor Namibië én in Aziatische wateren. “Als je vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines telkens hetzelfde vindt, wordt je argumentatie sterker,” aldus Van Groesen. De omstandigheden op de zeebodem verschillen sterk per regio en bepalen hoeveel er nog te achterhalen valt. In de tropen tast het warme water scheepshout snel aan, maar wat diep genoeg ligt, blijft soms verrassend goed bewaard. In koudere wateren, zoals bij Nova Zembla, is de conservering uitstekend. En de droogmaking van de Flevopolder leverde wrakken op die eeuwenlang op de zeebodem hadden gelegen en opeens boven de grond kwamen, inclusief de verhalen die daarmee omhoog kwamen.