‘Hebt u toevallig wat contant geld over voor mijn treinreis/de nachtopvang/eten?’ Hoewel veel van de dertigduizend daklozen in Nederland leven in grotere steden als Amsterdam of Rotterdam, leven er ook zo’n zevenhonderd in Leiden. Hier vallen 115 kinderen onder.

De term ‘dakloosheid’ roept meteen beelden op van een slaapzak ergens onder een struik, of een kartonnen doos onder de brug. Toch ziet dakloosheid er vaak anders uit. Slechts 6% van de daklozen in Leiden leeft daadwerkelijk op straat, het merendeel slaapt bij vrienden, familie of bijvoorbeeld in hun auto. Hoewel iemand dus wel een dak boven zijn hoofd kan hebben, is de term voor deze mensen officieel nog steeds ‘dakloze’. Nourdin Zalen, maatschappelijk werker bij het Leger des Heils, legt het uit: ‘Iemand is dakloos op het moment dat hij geen garantie heeft dat hij de aankomende nacht een dak boven zijn hoofd heeft’. Ook als iemand in een maatschappelijke opvang zit, is hij nog steeds dakloos. Vanwege agressief gedrag of andere redenen kan de persoon namelijk de toegang geweigerd worden tot de opvang. Deze afhankelijkheid van gedrag heb je natuurlijk niet als je je eigen huissleutels hebt.
Hoewel dakloosheid vaak wordt geassocieerd met alcohol-, drugs- of mentale problemen, zijn er veel redenen waardoor mensen hun thuis verliezen. Nourdin: ‘Dakloos raken kan iedereen overkomen, ongeacht je achtergrond, thuissituatie of economische situatie’. Het huidige woningtekort maakt het moeilijk voor mensen om een huis te vinden. Ook de kostendelersnorm draagt hieraan bij. Samenwonen wordt ontmoedigd, waardoor veel mensen alleen in een huis wonen en het tekort nog groter wordt. Hierdoor kunnen mensen die plots hun huidige woonsituatie verliezen, door bijvoorbeeld een scheiding of verkeerde financiële keuze, op straat komen te staan. Als iemand eenmaal op straat is beland, is het lastiger om weer terug in de samenleving te komen. Solliciteren voor een baan is ingewikkeld zonder vast adres. Door de uitzichtloze situatie grijpen sommige daklozen naar verdovende middelen, wat de terugkeer in de samenleving nog meer vermoeilijkt.
In Leiden wordt er op verschillende manieren hulp geboden aan dak- en thuislozen. Van opvang tot verdergaande hulp bij de terugkeer in de samenleving. Twee derde van de dak- en thuislozen in Leiden krijgt op dit moment al hulp. Wel valt er nog een groep buiten deze hulp: dat zijn vaak de ongedocumenteerden, die bang zijn dat hulp zoeken ertoe kan leiden dat ze uit het land worden gezet. Dit kunnen zowel arbeidsmigranten zijn, die hun baan en daardoor hun woning zijn verloren, als migranten van wie het asiel is afgewezen. Voor die migranten kan terugkeer naar eigen land soms lastig zijn, waardoor ze op straat belanden.
Maar wat kan je zelf nou het beste doen, als je wordt aangesproken door iemand op het station? Nourdin zegt dat je die persoon gelijkwaardig moet behandelen. Vanuit een gelijkwaardige positie kan je geld geven, maar je kan ook een luisterend oor bieden. Vraag bijvoorbeeld hoe hij of zij in zo’n situatie terecht is gekomen. Nourdin: ‘Laat zien: jij bent een mens als ik en ik zie je. Ongeacht hoe die ander ruikt of eruit ziet. Dat doet de ander echt goed.’