AI: Onze beste bondgenoot of onze eigen gecreëerde Frankenstein?
19 april 2026
Luna Beeloo
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026

De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie gaat sneller dan ooit. Wat begon in de jaren 50 als een theoretisch idee, groeide uit tot systemen die kunnen leren van data. Vanaf 2010 zorgden krachtige computers en enorme hoeveelheden informatie voor doorbraken in deep learning. De laatste jaren heeft generatieve AI, zoals taal- en beeldmodellen, de technologie toegankelijk gemaakt voor het grote publiek. Wat in de jaren 90 nog sciencefiction was op het filmdoek, is nu wereldwijd realiteit geworden. Met deze ontwikkeling groeit ook de vraag: is AI onze beste bondgenoot of onze eigen gecreëerde Frankenstein?

Geoffrey Hinton, cognitieve psycholoog en computer scientist, waarschuwt al langer voor de risico’s. In een opgenomen boodschap voor International Association for Safe & Ethical AI tijdens IASEAI ’26 laat hij weten dat AI-veiligheid een van de belangrijkste problemen van deze tijd is. Eén van de grootste zorgen is misbruik: AI kan ingezet worden voor cyberaanvallen, het verspreiden van desinformatie of zelfs het ontwikkelen van biologische wapens. Tegelijkertijd ziet Hinton dat technologie sociale verdeeldheid kan versterken. Gepersonaliseerde systemen sturen mensen steeds vaker informatie die hun bestaande overtuigingen bevestigt, waardoor groepen verder uit elkaar groeien.

Ook de opkomst van autonome wapens noemt hij zorgwekkend. Zie het huidige conflict in het Midden-Oosten, waarbij AI wordt ingezet bij het bepalen van militaire doelen door alle betrokken partijen. Technologie die zelfstandig beslissingen kan nemen over leven en dood, is volgens hem geen toekomstmuziek meer. Daarnaast wijst Hinton op een minder zichtbaar probleem: misalignment. AI-systemen doen wat hun gevraagd wordt, maar begrijpen niet echt wat ze doen. Ze missen context en moreel besef. In extreme gevallen kan dit gevaarlijke situaties opleveren.

Volgens Hinton kunnen de gevolgen ook economisch zijn. AI neemt steeds vaker taken over die voorheen door mensen werden uitgevoerd. Dat kan leiden tot grote veranderingen op de arbeidsmarkt. Op de lange termijn sluit hij zelfs niet uit dat AI slimmer wordt dan de mens. Daarom, stelt hij, moeten we systemen ontwikkelen die de belangen van mensen blijven dienen.

Stuart Russell, hoogleraar aan UC Berkeley, deelt veel van deze zorgen, maar richt zich vooral op oplossingen. In een interview met Kenneth Cukier tijdens de DLD Conference 2026 pleit hij ervoor om AI vanaf het begin veilig te ontwerpen: “veilig by design”. Toch blijkt dat ingewikkeld. AI-systemen zijn geen traditionele software met vaste regels, maar lerende systemen waarvan het gedrag moeilijk te voorspellen is. Russell benadrukt dat we nog niet volledig begrijpen hoe deze systemen tot hun beslissingen komen. 

Experimenten laten zien dat AI zich soms onverwacht gedraagt. In zogenoemde “red teaming”-tests proberen systemen bijvoorbeeld hun eigen uitschakeling te voorkomen. Dat roept vragen op over controle: hoe sturen we systemen aan die steeds complexer worden? Russell vergelijkt de ontwikkeling van AI met het fokken van racepaarden. We weten hoe we betere prestaties krijgen, maar niet precies waarom. Daardoor verliezen we deels grip op het eindresultaat.

Ook Jelle Molenaar, afgestudeerd in Kunstmatige Intelligentie aan de Rijksuniversiteit Groningen, ziet dat de risico’s zich al in de praktijk laten zien. Misbruik van AI is volgens hem geen toekomstscenario meer. “Desinformatie en cyberaanvallen gebeuren nu al.” Hij benadrukt dat AI bestaande problemen, zoals polarisatie, kan versterken. “De technologie vergroot en versnelt wat er al is.” Tegelijk is het niet de enige oorzaak van maatschappelijke verdeeldheid.

Net als Hinton en Russell ziet Molenaar misalignment als een van de grootste uitdagingen. AI-systemen optimaliseren voor een doel, zonder dat ze begrijpen wat dat doel betekent in menselijke termen. Naarmate systemen zelfstandiger worden ingezet, neemt dat risico toe. Tegelijk plaatst hij kanttekeningen bij de meest extreme scenario’s. Massale werkloosheid en superintelligentie die de controle overneemt, zijn volgens hem nog onzeker. Binnen de wetenschap bestaat daar minder consensus over. Wat volgens hem urgenter is, is de snelheid van ontwikkeling. “We bouwen systemen sneller dan we ze begrijpen, terwijl regelgeving achterblijft”, aldus Molenaar.

De drie onderzoekers zijn het over één ding eens: AI biedt enorme kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Zonder duidelijke regels en internationale samenwerking kan de technologie zich sneller ontwikkelen dan we kunnen bijhouden.

De vraag is daarom niet alleen wat AI kan, maar vooral hoe wij ermee omgaan. Of het onze grootste uitvinding wordt of onze laatste fout, hangt uiteindelijk af van de keuzes die we vandaag maken.

19 april 2026 |
Luna Beeloo
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026