De Verenigde Naties hebben op 25 maart 2026 een resolutie aangenomen die de trans-Atlantische slavernij als de ‘ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’ bestempelt. De resolutie werd ingediend door Ghana en is met 123 stemmen aangenomen in de Algemene Vergadering.
De trans-Atlantische slavenhandel vond plaats tussen de zestiende en negentiende eeuw. In deze eeuwen werden tussen de 12 en 15 miljoen Afrikanen op gewelddadige wijze naar Amerika en het Caribisch gebied verscheept. Daar moesten zij onder zware omstandigheden werken op plantages.
Erkenning en betekenis van de resolutie
Volgens voorstanders van de VN-resolutie is het belangrijk dat de ernst van de slavenhandel wordt erkend. ´Deze resolutie dient als waarborging tegen het vergeten´ zei John Dramani Mahama, president van Ghana. Voor veel landen in Afrika en het Caribisch gebied is erkenning van de slavernijgeschiedenis een belangrijke stap richting ‘gerechtigheid’, terwijl Europese landen, die in veel gevallen profiteerden van de slavenhandel veelal terughoudender zijn. Voorstanders zien de resolutie niet alleen als symbolisch, maar ook als een stap richting internationale erkenning slavernij en de gevolgen ervan, zoals racisme en economische ongelijkheid.
Verdeeldheid
52 landen onthielden zich van stemming, waaronder ook Nederland. Onder andere het Verenigd Koninkrijk laat weten dat zij geen hiërarchie van misdaden wil creëren. Gabriella Michaelidou, EU vertegenwoordiger, steunt dit standpunt. Zij wil een ´onevenwichtige interpretatie van historische gebeurtenissen vermijden´. Andere landen die zich onthielden van stemming vrezen dat het aanwijzen van één ‘ergste’ misdaad kan leiden tot politieke spanningen en discussies over andere historische misdaden.
In de Nederlandse politiek zorgt de resolutie voor verdeeldheid. D66 heeft schriftelijke vragen aan de ministers van Buitenlandse en Binnenlandse zaken gesteld over waarom Nederland niet met de resolutie heeft ingestemd, terwijl de PVV zich afvraagt waarom niet tegen is gestemd. Ook Forum voor Democratie en Groenlinks-PvdA stelden vragen.
Met de resolutie roept Ghana landen op in gesprek te gaan over herstelbetalingen, om het ‘historische onrecht’ van de slavenhandel te compenseren. Of deze betalingen er gaan komen is de vraag, resoluties van de Algemene vergadering zijn namelijk niet bindend. Nederland heeft nog geen herstelbetalingen gedaan.
Discussies over herstelbetalingen
Volgens slavernijhistoricus Karwan Fatah-Black, die in een interview met NRC op de resolutie heeft gereageerd, was de verdeeldheid tussen het mondiale zuiden en westerse landen te verwachten. Voornamelijk de formulering van de resolutie (de slavenhandel wordt als ‘ernstigste’ misdaad bestempeld) een pijnpunt, omdat dit volgens o.a. Nederland hiërarchie aanbrengt in de geschiedenis. Tegelijk noemt Fatah-Black de afwezigheid van bredere instemming vanwege de formulering van de resolutie een gemiste kans. “Als dat punt er niet in had gestaan, dan hadden Europese landen veel duidelijker moeten zeggen: wij willen niet overgaan tot herstelbetalingen.”
De oproep tot herstelbetalingen roept wereldwijd weerstand op. Ambassadeur Dan Negrea laat namens de VS weten dat zij niet van plan zijn herstelbetalingen te betalen, omdat de trans-Atlantische slavernij niet illegaal was onder de internationale wetgeving van toen.
Om de ophef rond deze resolutie beter te begrijpen, is het belangrijk om te kijken naar de historische ontwikkeling van de trans-Atlantische slavenhandel. Deze gebeurtenissen vormen de basis van het huidige debat over het slavernijverleden: