De komst van een AZC (Asielzoekerscentrum) leidde in veel Nederlandse dorpen en gemeenten in de afgelopen jaren tot hevige protesten, waarbij de ME (Mobiele Eenheid) steeds vaker moest uitrukken. Hoewel omwonenden vrezen voor structurele problemen, wijzen de feitelijke criminaliteits- en overlastcijfers niet op een meetbare toename in de buurt van AZC’s. Blijft de angst rondom AZC’s onterecht regeren, of laten de cijfers niet alles zien?
Overlast en criminaliteit
Een sterke toename van criminaliteit in de buurt en overlastgevende asielzoekers. Dat is waar mensen in het algemeen bang voor zijn bij de komst van een AZC stelt stichting vluchtelingenwerk. “En als er dan vervolgens onderzoek wordt gedaan naar de last die mensen daadwerkelijk ervaren komt daar vrij stelselmatig uit voort dat die last eigenlijk wel meevalt”, stelt Joanne van der Leun, hoogleraar criminologie. Het type onderzoek waar van der Leun het hierover heeft, is bijvoorbeeld dat van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum). In een jaarlijks rapport zet dit instituut de criminaliteit en overlast onder asielzoekers op een rij door te kijken naar incidenten op COA-locaties en misdrijven die door bewoners zijn gepleegd. Wat blijkt: het aandeel dat jaarlijks betrokken is bij een incident op een COA locatie (11%) of verdacht wordt van een misdrijf (3%) is een kleine minderheid van het totaal aantal asielzoekers dat wordt opgevangen in Nederland. Het WODC stelt echter wel dat “het gedrag van deze kleine groep veel impact kan hebben”.
Doen het COA en de gemeente dan te weinig om deze kleine groep asielzoekers en van het criminele pad te houden? “We hebben het hier over het algemeen over mensen die uit probleemgebieden komen, en vaak ook zeer traumatische ervaringen hebben meegemaakt”, stelt van der Leun. “Eerlijk gezegd zou ik het als criminoloog heel vreemd vinden als er in zo’n groep niets gebeurt,” vervolgt ze. Het beleid vanuit de overheid is daarnaast met de jaren sterk versoberd, met als gevolg dat goede psychische hulp voor deze groep asielzoekers uitblijft. Naast dit relatief kleine aandeel COA bewoners ligt het probleem volgens van der Leun ook bij uitgeprocedeerde asielzoekers: “Dat is de groep waar vaak heel weinig mee te beginnen is en het meest frequent crimineel gedrag gaat vertonen”. Waar de zorgvraag voor COA-bewoners al sterk te kort schiet, lijkt de hulp voor deze groep volledig opgegeven. “Dan kun je er als overheid helemaal niet meer naar omkijken, maar zij houden dit verhaal wel levend”, concludeert van der Leun.
Waar cijfers te kort schieten?
Naast criminaliteit is overlast het andere grote thema wat zorgen baart onder buurtbewoners als er een AZC komt. Als we kijken naar hoe de politie overlast definieert, lijkt het een rekbaar begrip zonder vaste betekenis. Hoe bepaal je dan of asielzoekers structureel voor overlast zorgen? “Dit terrein van onderzoek en in brede zin criminologisch onderzoek moet altijd afgaan op incomplete gegevens”. “Het is fijn dat er heel veel onderzoeken zijn en heel veel gegevens, maar ze laten ook altijd heel veel niet zien”, vertelt van der Leun. In het rapport van het WODC worden bijvoorbeeld vormen van niet-strafbare overlast op plekken als het openbaar vervoer of de bibliotheek niet meegenomen. Het rapport stelt daarover: “In hoeverre dit soort gedrag daadwerkelijk als overlast wordt ervaren, is een subjectieve vraag en blijft in dit rapport buiten beschouwing”.
Het probleem is dat het ervaren van overlast zich niet slechts beperkt tot het zelf waarnemen van de onrust vanuit het woonkamerraam. “Mensen zien bijvoorbeeld allerlei filmpjes online die uit de context zijn gerukt en bevestigen daarmee het beeld dat ze gevormd hebben van AZC’s”, vertelt van der Leun. Pogingen tot het meenemen van bewonerservaringen blijken echter ook niet altijd succesvol: “We weten ook dat mensen die iets te klagen hebben in zijn algemeenheid, dat vrij makkelijk gaan koppelen aan categorieën die met asielmigratie te maken hebben, als een zondebok. “En zeker in tijden waarin dat politiek wordt uitgebuit, is dat een makkelijke route”, concludeert van der Leun. Dat er echter altijd twee kanten aan dit verhaal zitten erkent ook zij: “Tegelijkertijd zijn er ook echt mensen die ergens last van hebben en dat wordt vaak ook niet helemaal erkend”.
De kloof tussen data en beleving
De vraag of AZC’s een probleem vormen in de buurt laat zich niet beantwoorden met een simpele conclusie. De cijfers van het WODC zijn duidelijk: de overgrote meerderheid van de asielzoekers komt niet negatief in de statistieken voor. Sterker nog, de stijging van het aantal verdachtenregistraties blijft al jaren achter bij de groei van de totale bezetting in de opvang. Toch lijkt de angst onder omwonenden ook niet volledig uit de lucht gegrepen. Vormen van irritatie, zoals overlast in het openbaar vervoer of de bibliotheek zijn niet strafbaar en belanden daardoor niet in de officiële misdaadcijfers. Daarnaast kan het gedrag van een kleine groep overlastgevers veel impact hebben op het veiligheidsgevoel in een wijk. Toch blijkt ook dat ervaringen van overlast een projectie kunnen zijn van xenofobie. Uit context gerukte beelden en politieke uitbuiting versterken volgens van der Leun een eenzijdig negatief beeld, waardoor asielzoekers onterecht als zondebok gaan dienen.
Het lijkt uiteindelijk niet zo zeer te gaan om wie gelijk heeft, onderzoeker of buurtbewoner, maar om de schijnbare kloof tussen wat onderzoek uitwijst en wat mensen ervaren. Cijfers meten de impact, maar gevoelens bepalen het draagvlak. Zelfs als die gevoelens voortkomen uit een schijnbaar onterechte beeldvorming. Één ding is in iedergeval duidelijk: het systeem laat asielzoekers steeds verder in de steek. Door het overheidsbeleid te versoberen, ontbreekt het aan noodzakelijke psychische hulp voor getraumatiseerde mensen in de asielopvang. Vooral de groep uitgeprocedeerde asielzoekers, waar de overheid volgens van der Leun nauwelijks nog naar omkijkt, blijft voor incidenten zorgen die het negatieve verhaal over AZC’s levend zouden houden. “De overheid heeft ook een beetje boter op zijn hoofd, want als je voor asielzoekers zo weinig doet, maar je houdt ze hier wel, dan bewijs je je eigen samenleving ook geen dienst”, concludeert ze.