De afgelopen maanden was het bijna niet te missen tijdens het scrollen op sociale media: Defensie zoekt naar personeel. Met reclame en video’s probeerde het ministerie de urgentie te laten blijken en twijfelaars over de streep te trekken. De organisatie wil namelijk in 2030 minstens 100.000 mannen en vrouwen tellen.
“De nood is hoog, de urgentie om te werven ook”, schreef het ministerie bij de wervingscampagne die in maart 2025 werd gelanceerd. Spanningen op het geopolitieke front zetten de focus op Defensie opnieuw op scherp. Het ministerie heeft niet alleen meer budget nodig, maar ook meer mensen. Zo wordt er nadrukkelijk gezocht naar reservisten: mensen die naast hun reguliere baan inzetbaar zijn en periodiek militaire taken uitvoeren.
De afgelopen jaren heeft Defensie al stevig ingezet op het aantrekken van nieuw personeel. Die inspanningen lijken effect te hebben: er is een stijgende lijn zichtbaar in het totaal aantal medewerkers. Tegelijkertijd blijft de groei achter bij de ambities die zijn uitgesproken voor 2030, wat de druk op werving hoog houdt.
Opvallend is dat een groot deel van de promotie zich richt op vrouwen. Op de website van Defensie is prominent een aparte sectie te vinden met informatie over werken “als vrouw bij Defensie”, waarin de organisatie zichzelf positioneert als een plek die kansen biedt en talent erkent. Ook in campagnes is zichtbaar dat Defensie inzet op een evenwichtiger representatie, zowel in beeld als in boodschap.
Hoewel Defensie inzet op inclusiviteit, is de verdeling tussen mannen en vrouwen nog altijd scheef. Het aandeel vrouwen groeit, maar vormt nog steeds een minderheid binnen de organisatie. Tegelijkertijd wordt deze groep wel steeds zichtbaarder in communicatie-uitingen en publieke optredens.
Ook vanuit het koningshuis krijgt Defensie extra aandacht. Zo is Koningin Máxima recent gestart als reservist, wat leidde tot brede media-aandacht. Eerder, in juni 2025, gebeurde iets soortgelijks toen werd gedeeld dat Prinses Amalia zou beginnen als werkstudent bij Defensity College (DC), een parttime defensieprogramma voor studenten in het hoger onderwijs. Kort daarna nam het aantal aanmeldingen voor het programma merkbaar toe: er waren 206 aanmeldingen vergeleken met de 110 die ze gemiddeld krijgen. Lang niet iedereen kon ook daadwerkelijk een plek krijgen. Defensity College heeft maar plek voor 450 werkstudenten in totaal.
Ilja (22), die net als Amalia in september bij DC begon, merkte die toegenomen instroom van dichtbij. “Er waren soms meer inschrijvingen voor activiteiten dan er begeleiding was, dus dan moesten ze vaak met lotingen gaan werken,” vertelt ze. Volgens haar hing die drukte sterk samen met de media-aandacht. “Er was echt een duidelijke piek rond juni, toen het nieuws van Amalia uitkwam.”
Toch wil Ilja benadrukken dat de motivatie van deelnemers breder ligt dan alleen die aandacht. “Ik had mijzelf aangemeld omdat ik iets belangrijks wil betekenen voor het land, en omdat Defensity College mij opties geeft voor de toekomst.” Haar ervaring laat zien dat zichtbaarheid weliswaar helpt om interesse te wekken, maar dat persoonlijke motivatie uiteindelijk doorslaggevend blijft. Zo omschrijft Ilja werkstudent zijn bij Defensity meer als een soort “ambassadeurschap”, waar je vooral zichtbaarheid creëert voor de organisatie en ondertussen zelf opgeleid wordt als “een toekomstige leider van de maatschappij.” Lang niet iedereen van die werkstudenten blijft namelijk bij Defensie werken als reservist.
De ambitie van Defensie is helder: groeien, zichtbaarder worden en een bredere groep mensen aanspreken. De campagnes, de toenemende aandacht en de pieken in aanmeldingen laten zien dat die boodschap aankomt. Tegelijkertijd maakt diezelfde ontwikkeling duidelijk dat groei niet alleen draait om interesse, maar ook om wat er daarna gebeurt. Tussen de ambitie en de werkelijkheid ontstaat zo een spanningsveld, waarin plannen, praktijk en publieke aandacht voortdurend samenkomen. Hoe dat zich de komende jaren verder ontwikkelt, en of het gestelde doel van 100.000 ook daadwerkelijk binnen bereik komt, zal moeten blijken.