De oorlog in Iran lijkt ver weg, maar Nederlandse automobilisten merken het vrijwel direct in de portemonnee. Binnen enkele dagen lopen de prijzen flink op. Hoe kan een conflict duizenden kilometers verderop zo snel doorwerken naar onze pomp?
De gevolgen van de Iranoorlog zie je vrijwel meteen terug op het prijsbord van jouw tankstation: brandstof wordt in korte tijd flink duurder. De adviesprijs van benzine was bijvoorbeeld op 17 maart 2,52 euro per liter: een record. Nog nooit was benzine tanken in ons land zo duur.
Volgens energie-econoom Hans van Cleef van onderzoeksbureau EqoLibrium komt dat doordat benzineprijzen de beweging van de olieprijs volgen. “Brandstofprijzen gaan meestal mee met de olieprijs”, legt hij uit. En juist die olieprijs reageert razendsnel op geopolitieke spanningen.
De recente stijging hangt samen met de situatie rond Iran. Na de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël nam de spanning in de regio toe. Iran reageerde door de Straat van Hormuz te blokkeren, een cruciale route voor de wereldwijde oliehandel. “Ongeveer een vijfde van de wereldwijde olieproductie gaat door de Straat van Hormuz”, zegt Van Cleef. Als die route onveilig wordt, ontstaat er onzekerheid over de aanvoer van olie.
Toch is er op dat moment vaak nog geen direct tekort. Sterker nog, de meeste landen beschikken over voorraden. De prijsstijging komt dan niet zozeer door een acuut gebrek aan olie, maar door wat handelaren verwachten dat er gaat gebeuren, legt Van Cleef uit. “De financiële markt is tegenwoordig sentimentgedreven”, zegt hij.
De handel gaat volgens Van Cleef op basis van hoop, angst en verwachtingen. “Als in de krantenkoppen staat dat de bom in het Midden-Oosten is gebarsten, dan schiet de olieprijs omhoog.” Handelaren houden rekening met mogelijke tekorten in de toekomst en prijzen dat risico direct in.
De financiële markt reageert in tegenstelling tot de fysieke markt direct op een gebeurtenis. “De prijzen vliegen omhoog of omlaag, terwijl er effectief niks is veranderd. De fysieke markt is hetzelfde als een minuut daarvoor”, vertelt Van Cleef.
En die prijsstijging van olie werkt razendsnel door naar de Nederlandse tankstations. “Dat is binnen een dag zichtbaar. Als het heel hard gaat, kan het een kwestie van uren zijn”, zegt Van Cleef. Dat komt doordat de raffinaderijen in Nederland, waar olie wordt ingekocht, worden geconfronteerd met hoge prijzen. “Hoewel de benzine die we nu tanken al eerder in is gekocht, moet de nieuwe voorraad tegen die hoge prijzen worden aangeschaft.”
Dat werkt volgens hem ook de andere kant op: “Als de olieprijzen dalen, doordat de boel wat kalmeert, daalt de benzineprijs normaal gesproken ook meteen aan de pomp. Terwijl de je nog wel duurder ingekochte olie in je raffinaderij hebt zitten.” Olieprijzen reageren dus niet op daadwerkelijke fysieke tekorten, maar op verwachtingen en angst voor schaarste.
Er is een kanttekening. De hoge brandstofprijs is niet volledig te wijten aan de oorlog in het Midden-Oosten. De productie, waar de olieprijs en productiekosten uit bestaan, is maar een deel van de prijs je betaald aan de pomp.
“Een groot van de prijs bestaat uit heffing vanuit de overheid, legt Van Cleef uit. In Nederland zijn die extra hoog. “Onze overheid wil met accijnzen en btw ons stimuleren om minder met benzine- en dieselauto’s te rijden, maar bijvoorbeeld elektrisch.”
Terug naar de onrust in het Midden-Oosten. Als de situatie in Iran stabiliseert en de Straat van Hormuz weer volledig opengaat, gaan de prijzen dan weer dalen? “Die prijzen gaan dan dalen”, reageert Van Cleef resoluut op de vraag. Maar dat betekent volgens hem niet dat ze terugkeren naar het oude niveau: “Dat zie ik niet gebeuren.”
De wereld ziet er namelijk anders uit dan twee weken geleden, legt Van Cleef uit. “De kans op nieuwe escalaties in het Midden-Oosten is groter en zal groter blijven. Er blijft een risicopremie op de prijs zitten”, zegt hij. “Vanwege het risico op nieuwe conflicten.”