
Onderzoek van Pew Reseach Centre geeft inzage in de redenen waarom mensen trots zijn op hun nationaliteit. In West-Europa lopen de cijfers soms uiteen. Trots zijn is niet vanzelfsprekend. “”Frankrijk heeft een extreme situatie. Het land wordt vaak gezien als erg trots, maar er is ook veel negatief geluid over het eigen land.”
De vraag van het Pew Research Centre aan meer dan 30.000 respondenten wereldwijd was simpel: wat maakt hen trots op hun land? Antwoorden gingen veelal over kunst en cultuur, maar ook over levensstijl, geschiedenis of culinaire gebruiken. De twee meest gegeven antwoorden van Nederlandse respondenten waren vrijheid en economie, categorieën die nergens anders zo hoog scoorden.
Met omliggende landen kunnen verschillen groot zijn, blijkt uit de cijfers van Frankrijk, Zweden en Nederland. Kunst en cultuur scoort in Frankrijk vele malen hoger en eten maakt vijftien procent van de Franse respondenten trots, terwijl de categorie in Zweden nauwelijks aangemerkt wordt. In Zweden is meer dan de helft van de respondenten trots op het politieke systeem, in Nederland en vooral Frankrijk is dit aanzienlijk lager. Toch wordt er onderling ook vergelijkbaar gescoord: voor alle inwoners zijn vrijheid, diensten en gezondheidszorg een bron van trots, terwijl steden, producten en bedrijven zelden genoemd worden.
Judith Jansma, assistent professor Franse taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen, legt uit waarom de Fransen zo trots kunnen zijn op hun kunst en cultuur. “Er is vanuit de politiek veel budget om Franse cultuur te promoten. Er is in Frankrijk heel veel aandacht voor cultuur, literatuur en Franse artiesten.” Frankrijk heeft zichzelf ook op de wereldkaart gezet met die cultuur, een groot verschil met Nederland. “In Nederland is er altijd grote druk om te integreren. Maar de eigen cultuur, die wordt eigenlijk niet gepromoot.”
Laura Gremmee emigreerde een jaar geleden naar Zweden en schrijft hierover een column in Trouw. Zij vertelt dat de Zweden erg trots zijn op hun eigen land in vergelijking met Nederland. “Je ziet hier overal vlaggen, ze hangen het hele jaar door op bijna elk huis. Ook feestdagen en tradities worden nog heel belangrijk gevonden. Dat gaat er vrij conservatief aan toe: alles blijft hetzelfde en dat gaan we niet anders doen. Kerst is hier ook heel belangrijk, het zijn allemaal verankerde tradities.”
Nationale trots kan groepen binnen één nationaliteit verbinden. De Universiteit Utrecht schreef een aantal jaar geleden dat nationale trots de goedkoopste soort van trots kan zijn, omdat men trots is op de prestaties van een ander. Kunst, cultuur en geschiedenis zijn immers niet ontstaan door toedoen van de respondenten. Al blijkt uit dezelfde cijfers dat de uitspraak niet helemaal opgaat. De inwoners, vrijheid, politiek en gezondheidszorg zijn belangrijke bronnen van trots waar men zelf aan bijdraagt.
Nationale trots heeft ook een keerzijde: nationale schaamte. Als één Nederlander het verpest in de sportwereld, schamen anderen zich daar ook voor. Pew kwam er in hun onderzoek achter dat veel respondenten een negatief antwoord gaven op de vraag waar zij trots op waren, maar liefst zestien procent van de Franse respondenten reageerde negatief. Jansma geeft een mogelijke verklaring: “Frankrijk heeft een extreme situatie. Het land wordt vaak gezien als erg trots, maar er is ook veel negatief geluid over het eigen land. Frankrijk heeft veel grote historische personen, mensen in leiderschapsposities. Dat zorgt voor ongemak, want sinds de Tweede Wereldoorlog is dat minder aan de orde; ook door de opkomst van wereldmachten als Amerika en China. Al kun je het als politici in Frankrijk überhaupt niet snel goed doen.”
Een negatieve respons kwam bij Frankrijk op de zevende plek en bij Nederland op tien. Zweden scoort aanzienlijk beter en heeft een negatieve antwoord pas op plek veertien. Laura zou op den duur ook trots kunnen worden op Zweden. “Wij zijn hier niet voor niets naartoe verhuist. We streven naar een “Lagom” leven, een Zweeds begrip dat inhoudt: precies goed en precies genoeg. Niet te veel of te weinig en niet altijd bezig om ergens de allerbeste in te worden. Je hebt een huis, een gezellig keukentje. Alles functioneert zoals het moet.”