Ruim tien jaar geleden, in 2015, veranderde de studiefinanciering in Nederland ingrijpend met de invoering van het sociaal leenstelsel. De vaste basisbeurs verdween, terwijl studenten juist uitgebreide leenopties kregen om hun studie te financieren. Het beleid kreeg veel kritiek vanwege de hogere schulden en financiële risico’s voor studenten, wat uiteindelijk leidde tot de herinvoering van de basisbeurs in 2023. Ook in 2026 blijven de financiële gevolgen van het leenstelsel voor studenten zichtbaar.
Totale studieschuld stijgt sterk
De invoering van het sociaal leenstelsel heeft geleid tot een duidelijke stijging van de totale studieschuld in Nederland. Voor 2015 konden studenten nog grotendeels rekenen op de vaste basisbeurs, maar na de invoering van het leenstelsel werd lenen vaak noodzakelijk om de studie te kunnen financieren. Vooral studenten uit gezinnen met een lagere sociaal-economische achtergrond beschikten over weinig draagkracht, waardoor zij meer afhankelijk waren van leningen. Gegevens van het CBS laten zien dat de totale studieschuld in de jaren na de invoering verdubbelde en in sommige jaren zelfs met miljarden euro’s toenam.
Volgens dr. M.C. Berg, econoom aan de Universiteit Leiden, komt de forse toename van de totale schuld niet als een verrassing. “Er was voorafgaand aan de invoering van het leenstelsel veel angst voor ‘leenaversie’, de gedachte dat studenten terughoudend zouden zijn om te lenen. In de praktijk bleek het tegenoverstelde waar,” zegt hij. “Studenten leenden vaak zelfs meer dan nodig om het wegvallen van de basisbeurs te compenseren.”
Gemiddelde studieschuld per student neemt toe
Niet alleen de totale studieschuld steeg, ook de gemiddelde studieschuld per student nam de afgelopen jaren duidelijk toe. Door het leenstelsel kwam de financiële last grotendeels bij studenten zelf te liggen. Dit bleek een flinke uitdaging door stijgende kosten voor huisvesting, levensonderhoud en andere uitgaven. Veel studenten waren daardoor genoodzaakt om meer te lenen, waardoor de gemiddelde studieschuld per student steeds hoger kwam te liggen.
Uit gegevens van het CBS blijkt dat deze stijging niet volledig aan het leenstelsel te wijten is: ook na de herinvoering van de basisbeurs in 2023 blijft de gemiddelde studieschuld per student toenemen. Hoge en stijgende kosten van levensonderhoud verklaren waarom veel studenten ook nu nog lenen.
Berg merkt hierbij op:
“Studenten die thuis wonen of weinig extra uitgaven hebben, lenen meestal minder, terwijl uitwonenden en studenten met een luxere levensstijl vaker en meer lenen. Bij het draagkracht-beginsel speelt de sociaal-economische status van de ouders een rol, en studenten van ouders die net iets te veel verdienen krijgen soms te weinig steun van het beleid en blijven achter met hogere kosten.”
Minder studenten met studieschuld sinds herinvoering basisbeurs
CBS-gegevens laten zien dat het aantal studenten met een studieschuld sinds de herinvoering van de basisbeurs in 2023 duidelijk daalt. Waar na de invoering van het leenstelsel in 2015 bijna alle studenten leenden, is er tussen 2019 en 2021 ook al een lichte daling zichtbaar, mogelijk gerelateerd aan veranderingen in uitgaven en woonpatronen tijdens de coronapandemie. De herinvoering van de basisbeurs versterkt deze trend, aangezien steeds meer studenten hun studie zonder lening kunnen financieren. Voor wie wél leent, blijft een studieschuld een financiële verantwoordelijkheid.
Volgens Berg zijn de risico’s beperkt. Terugbetaling is inkomensafhankelijk en studenten hoeven nooit meer te betalen dan ze kunnen. Een studie levert bovendien vaak een hoog rendement op. Toch kan een studieschuld invloed hebben op belangrijke financiële keuzes, zoals het afsluiten van een hypotheek, omdat banken deze schulden meewegen bij het beoordelen van kredietrisico’s. Zo laat het beleid duidelijk zien hoe het de financiële situatie van studenten beïnvloedt.