Een energielabel laat met een score van A tot en met G in één oogopslag zien hoe zuinig een huis is. De labels van een grote groep woningen geven dus een goede indicatie van de gemiddelde duurzaamheid in bijvoorbeeld een gemeente, provincie of zelfs het hele land. Om te achterhalen of Leidse huizen in vergelijking met Zuid-Holland en heel Nederland energiezuinig zijn of juist niet, staat hieronder een grafiek met het percentage woningen dat energielabel A heeft.
Het eerste dat opvalt is de snel toegenomen stijging van huizen met energielabel A na 2015. Dit is te verklaren door nieuwe regelgeving wat betreft de energielabels die vanaf dat jaar werd ingevoerd. Vanaf 2008 waren energielabels namelijk al verplicht, maar er werden vervolgens nog geen sancties verbonden aan het niet aanleveren van een energielabel bij de oplevering van een huis. Als gevolg daarvan kozen veel verkopers en verhuurders er in de periode na 2008 voor om het label niet aan te vragen, om zo te voorkomen dat een slechte score potentiële geïnteresseerden zou afschrikken. Het energielabel vormde destijds dus een kans om energiezuinige huizen aan te prijzen, maar de mogelijkheid om verkopers en verhuurders te motiveren om onzuinige woningen duurzamer te maken, werd in die tijd nog niet benut. Deze situatie veranderde in 2015, want vanaf toen werd de verplichting daadwerkelijk gecontroleerd en mochten huizen niet opgeleverd worden zonder geldig energielabel.
Een tweede punt dat uit deze grafiek duidelijk wordt, is dat Leiden tot voor kort ondergemiddeld scoorde. Het aandeel huizen met energielabel A was tot en met 2015 lager dan gemiddeld in Zuid-Holland. Dit is niet zo gek als in het achterhoofd wordt gehouden dat Leiden één van de oudste steden van Zuid-Holland is en er dus veel oude, slecht geïsoleerde gebouwen staan, wat het nog indrukwekkender maakt dat Leiden in 2024 zelfs het landelijke gemiddelde is voorbijgegaan. Waar in 2015 nog slechts 7% van de Leidse woningen energielabel A had, was dat in 2025 al meer dan 42%.
Om een volledig beeld te krijgen van de energiezuinigheid van een gemeente, provincie of het hele land, volstaat het echter niet om alleen maar te kijken naar de meest duurzame huizen. Vandaar de onderstaande grafiek, waarin het percentage huizen met het laagst mogelijke energielabel voor wederom Leiden, Zuid-Holland en Nederland staan weergegeven.
Op het eerste gezicht lijkt deze grafiek een onlogische ontwikkeling af te beelden, maar dit kan ook weer worden verklaard door de veranderde regelgeving en handhaving vanaf 2015. De daling in huizen met energielabel G die vanaf 2008 op alledrie de niveaus te zien is, komt namelijk doordat in die periode niet op de verplichting van het label werd gehandhaafd. Het logische gevolg daarvan is dat verkopers of verhuurders die vermoedden dat hun huis niet erg energiezuinig was, geen label aanvroegen om zo een eventuele slechte score te voorkomen. De meeste verduurzaming vond waarschijnlijk dus niet plaats in die periode, maar pas vanaf 2015. De belangrijkste conclusie uit deze grafiek is dat Leiden relatief veel energieslurpende huizen heeft in vergelijking met de rest van de provincie en de rest van het land. Dit kan wederom verklaard worden doordat Leiden een stad is met een lange historie.
Uit deze ietwat tegenstrijdige gegevens, namelijk dat Leiden relatief veel huizen heeft met zowel label A als G, kan al met al gesteld worden dat Leiden voor een oude stad erg goed op weg is met het verduurzamen van de woningmarkt.