Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich over de hele wereld razendsnel. Overheden en bedrijven investeren miljoenen in deze technologie. Ook in Nederland ontstaan steeds meer plekken waar met AI innovatie wordt gewerkt. Bij deze zogenoemde innovatiehubs werken bedrijven, universiteiten en startups samen. Van Groningen tot aan Eindhoven bouwen organisaties in verschillende regio’s aan nieuwe toepassingen. Terwijl deze technologie zich snel ontwikkelt, is de vraag of de mens deze innovaties nog wel kan bijhouden.

Foto: Liam Huang (CC BY 2.0)
De toenemende groei van AI-hubs is geen toeval. Overheden, kennisinstellingen en bedrijven zien kunstmatige intelligentie als een technologie die in de aankomende decennia een grote rol gaat spelen. In sectoren zoals de industrie, gezondheidszorg en onderwijs wordt AI steeds vaker ingezet om processen te automatiseren of om grote hoeveelheden data te analyseren.
Deze ontwikkelingen worden ook zichtbaar uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2025. In 2024 blijkt ongeveer 24 procent van de Nederlandse bedrijven met 10 of meer werknemers gebruik te maken van AI-technologieën. Bij grote bedrijven met meer dan 500 werknemers loopt het gebruik van AI zelfs op tot 59 procent. Uit het onderzoek van Eurostat blijkt dat Nederland daarmee op de zesde plek binnen de Europese Unie staat als het gaat om het gebruik van AI-technologieën door bedrijven.
Door de groei van het gebruik van AI-technologieën willen steeds meer organisaties investeren in innovatiecentra waar bedrijven, onderzoekers en startups samen kunnen komen om te werken aan nieuwe technologie. Het doel van zulke hubs is om kennis sneller om te zetten in concrete toepassingen en dat bedrijven toegang krijgen tot de data en expertise.
In Nederland hebben de AI-hubs verschillende functies. Sommige hubs worden gefinancierd door grote technologiebedrijven die als doel hebben te investeren in onderzoek. Andere hubs richten zich juist meer op een regionale samenwerking tussen zowel bedrijven als kennisinstellingen.
Ook universiteiten spelen daarbij een belangrijke rol. De Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit van Amsterdam, TU Delft, TU Eindhoven en Universiteit van Tilburg hebben plekken opgericht waar onderzoek naar kunstmatige intelligentie wordt gedaan. Studenten en onderzoekers ontwikkelen nieuwe algoritmes voor bedrijven of startups.
Naast universiteiten zijn er ook organisaties die op landelijk niveau de ontwikkeling van AI proberen te organiseren. De Nederlandse AI Coalitie is daarom in 2019 opgericht als een publiek-private samenwerking. Het doel is om de ontwikkeling en toepassing van kunstmatige intelligentie te versnellen in Nederland en verschillende AI-initiatieven met elkaar te verbinden. Via programma’s en samenwerkingen proberen zij obstakels te doorbreken die innovatie kunnen vertragen en daarmee groeibelemmeringen te voorkomen.
De snelle ontwikkeling van AI in deze hubs zorgt voor vragen over de gevolgen voor werk. Kunstmatige intelligentie wordt veelal toegepast bij cognitieve taken, zoals data-analyse en administratie. Volgens Martijn van Eck, trainer Workforce Solutions bij NovaGate Solutions en voormalig AI-venture builder bij Achmea en ING, ligt daar een belangrijke uitdaging.
“Voor het eerst in de geschiedenis experimenteren we niet alleen met het verbeteren, maar met het vervangen van menselijke intelligentie. De hubs ontwikkelen prachtige AI-oplossingen, maar de werknemers moeten zichzelf opnieuw leren uitvinden,” zegt hij. “AI zelf ontwricht niet, het fungeert als versneller die de efficiëntie van cognitieve arbeid blootlegt”.
Van Eck stelt dat organisaties vaak veel in technologie investeren, maar minder in de vaardigheden van werknemers die ermee moeten werken. “Expertise is binnen organisaties nog steeds geconcenteerd. De AI-hubs kunnen die kloof dichten, mits we kenniswerkers niet alleen de tools geven, maar ze ook trainen in oordeelsvorming en aanpassingsvermogen”.
In de komende jaren zal het aantal AI-initiatieven in Nederland waarschijnlijk verder groeien. AI-hubs brengen bedrijven, kennisinstellingen en overheden samen. Tegelijk blijft het belangrijk dat werknemers kunnen meebewegen met deze technologische veranderingen.