
Het is zondagochtend, tien uur. In de Oudkatholieke Kerk aan de Cronesteinkade zitten vandaag twaalf mensen in de kerkbanken voor de wekelijkse mis. De gemiddelde leeftijd van de kerkgangers ligt minstens boven de vijftig. Veel kerken, ook in Leiden, kampen met hetzelfde probleem: voortschrijdende leegloop. Toch zijn er recentelijk steeds vaker voorzichtige signalen over jongeren die hun weg naar de kerk weer lijken te vinden. Begint het tij te keren of gaat het om een druppel op een gloeiende plaat?
Dat de kerkgang de afgelopen decennia daalt is geen nieuws meer. Kerken sluiten noodgedwongen hun deuren en krijgen de meest uiteenlopende nieuwe bestemmingen. Zo werd de Opstandingskerk aan de Steenschuur in 2008 verbouwd tot sportschool. De ontkerkelijking is zichtbaar, maar toch telt Leiden ruim twintig verschillende kerkgenootschappen, van liberaal tot zeer conservatief, die wekelijks op één of meerdere locaties samenkomen voor een dienst. Sommigen zelfs meerdere dagen per week.
Priester Erna Peijnenburg van de Oudkatholieke Kerk, een zeer liberale, zelfstandige katholieke kerk, ervaart de ontkerkelijking als lastig en pijnlijk: ‘Ik geloof niet dat er ooit in de geschiedenis een tijd is geweest waarin priesters en gelovigen zóveel kerken hebben moeten sluiten als wij in onze dagen. Het zal doorgaan in een andere vorm, alleen wat is die vorm dan?’ Toch plaatst ze daar wel een belangrijke kanttekening bij: ‘De leegloop van kerken is ook weer niet zo groot als soms wel eens wordt beweerd. Daarnaast zaten mensen vroeger veelal verplicht (en dus soms te slapen) in de kerk. Nu heeft iedereen die er komt daar ook bewust voor gekozen. We zijn gelukkig verlost van het kerkbezoek uit angst voor straf van God als je niet gaat. Dat is iets goeds!’
Student P. (hij wil liever anoniem blijven) vond tijdens zijn studententijd de weg naar de Rooms-Katholieke Kerk. Hij liet zich dopen in een kerk in Leiden die aangesloten is bij de Pius X gemeenschap, een groep katholieken die er zeer conservatieve ideeën op nahoudt. ‘Ik weet nog goed toen ik uit pure nieuwsgierigheid de eerste keer de kerk binnenstapte. De rituelen grepen me enorm aan en hadden iets mysterieus. Ik ervoer destijds een leegte in mijn leven en deze gemeenschap gaf daar invulling aan. Ik ben tot op de dag van vandaag heel dankbaar dat ik die stap genomen heb en voor God heb gekozen.’
In de afgelopen jaren komen er vaker nieuwsberichten naar buiten over jongeren die zelf de weg naar de kerk lijken te vinden. Ook Erna Peijnenburg neemt die ontwikkeling waar: ‘In de beide parochies waar ik werk zijn er jonge mensen bijgekomen in de afgelopen jaren. Vorig jaar doopte ik een meisje van zeventien en een jongen van vierentwintig. Het is geweldig om met hen op te trekken en er getuige van te zijn hoe God hen geroepen heeft.’ Toch zijn het voornamelijk de meer orthodoxe, conservatieve kerken die op grote schaal van deze ontwikkeling lijken te profiteren. Volgens Peijnenburg bieden deze kerken met nogal rechtlijnige ideeën houvast in een onzekere wereld: ‘Deze kerken zijn keihard voor wie niet aan de norm voldoet. Denk aan gescheiden mensen, LHBT’ers en vrouwen. Ik heb niet zo veel met kerken die de wereld vereenvoudigen. Het leven is namelijk niet eenvoudig en eenduidig.’
Student P. vindt rechtlijnig daarentegen niet de juiste term voor de gemeenschap waar hij onderdeel van werd: ‘Ik ben deel geworden van een groep katholieken die een zo zuiver mogelijke vorm van het christelijk geloof nastreeft. Geloof kan in mijn ogen niet ‘ouderwets’ zijn, wetten en regels die God ons heeft voorgeschreven zijn universeel en van alle tijden. Als die niet meer stroken met de tijdgeest, betekent niet dat je ze op eigen houtje kunt veranderen.’ Volgens Peijnenburg is het toenemende aantal jongeren nog geen zekere ‘redding’ van de kerk, toch is ze voorzichtig positief: ‘Ik denk dat er een verlangen onder jongeren is naar zingeving. Daarnaast heeft de kerk het al langer volgehouden dan ik dacht toen ik zelf een twintiger was. De kerk heeft een langere adem dan wij mensen allemaal begrijpen.’ Student P. heeft meer vertrouwen: ‘God wijst mensen uiteindelijk telkens weer de juiste richting. Er zal zeker een moment komen waarop men zich realiseren gaat dat het geloof in God onvermijdelijk is.’