Nieuwe fase spreidingswet: provincies komen nog tienduizendenvaste plekken tekort
8 maart 2026
Jack Coppens
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026

Met de start van de tweede tweejaarlijkse cyclus van de Spreidingswet wacht de lokale gemeenten een moeilijke opgave op. Hoewel het totale aantal opvangplekken de afgelopen twee jaar groeide, bestaat nog steeds meer dan een kwart uit peperdure noodopvanglocaties. De nieuwe doelstelling: 88.000 vaste opvangplekken.

Twee jaar na de inwerkingtreding van de Spreidingswet zitten Nederlandse opvanglocaties nog steeds overvol. Dat meldt het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) in een rapport waarin ze terugkijken op de afgelopen twee jaar. De wet heeft de scherpste randjes van de crisis afgehaald, maar er heerst nog lang geen rust bij de opvangcentra. 

De wet werd begin 2024 aangenomen nadat de druk te hoog opliep in de noordelijke provincies. Zo moesten asielzoekers in opvangcentrum Ter Apel noodgedwongen buiten slapen. Gemeenten worden daarom nu wettelijk verplicht om een bepaalde hoeveelheid opvangplekken te verschaffen. Zo zou er naast meer opvangplaatsen ook een evenwichtige verdeling van asielzoekers in Nederland komen. Het streven was toen om in totaal 103.000 opvangplaatsen voor 2026 te realiseren. Dit is niet gelukt: er zijn momenteel zo’n 78.000 opvangplaatsen waarvan 28.000 bestaan uit tijdelijke noodopvang. 

De vicieuze cirkel van de noodopvang 

Het tekort aan bedden is niet het enige knelpunt dat ervaren wordt. Er zijn sinds de inwerkingtreding van de wet ruim 12.000 bedden bijgekomen, maar een groot deel hiervan is noodopvang. Dit zijn tijdelijke opvanglocaties met vaak een lagere kwaliteit en voorzieningenniveau, zoals evenementenhallen, kantoorpanden of zelfs schepen. Naast dat de leefbaarheid van de noodlocaties aanzienlijk slechter is, is het ook financieel onhoudbaar. Het COA meldt dat een plek in de noodopvang ruim dubbel zo duur is als vaste opvang. Bovendien moeten deze locaties sneller dan gewenst sluiten, waardoor er veel verhuisd moet worden wat tot veel onrust leidt voor bewoners, medewerkers en omwonenden. 

Het COA stelt dat gemeenten noodopvanglocaties moeten zien als een tijdelijke tussenstap in plaats van een middel om aan hun quotum te voldoen. Desondanks zullen deze locaties op de korte termijn nog hard nodig zijn. Er komen in 2026 zesduizend nieuwe vaste plekken bij, wat te weinig is. Dit komt ook doordat bewoners steeds langer moeten blijven in de opvang wegens langdurige asielprocedures en een tekort aan huisvesting voor mensen met een verblijfsvergunning.

Ronde twee 

Nu de eerste tweejarige cyclus van de spreidingswet voorbij is, was het aan de kersverse minister van asiel en migratie, Bart van den Brink (CDA), om een nieuwe capaciteitsraming te realiseren. De focus is dit keer aangepast, en er wordt nu specifiek gekeken naar meerjarige beschikbaarheid. Verwacht wordt van de provincies dat ze binnen anderhalf jaar in totaal 88.000 vaste plekken kunnen realiseren. Dit is dus een mildere eis dan die van twee jaar geleden.

Ondanks de verlaagde eisen voldoen slechts drie van de twaalf provincies op dit moment aan de hoeveelheid opvangplekken die van hen gevraagd wordt. Dit is geen verrassing, want voordat de spreidingswet geïntroduceerd werd, hadden Groningen, Friesland en Flevoland ook al genoeg vaste plekken. Vooral Zuid-Holland loopt flink achter op schema, en moet nog meer dan 11.000 plekken erbij. Maar ook Noord-Holland, Noord-Brabant en Gelderland moeten hun opvangplekken weten te verdubbelen. 

De eerste vruchten van de wet 

Ondanks de teleurstellende resultaten blijft het COA toch zeer positief over de effecten van de spreidingswet. Dit is ook terug te zien in de cijfers. Onderaan de streep zijn er sinds de introductie van de wet netto 13.000 plekken bijgekomen. Daarnaast is de hoeveelheid asielzoekers aanzienlijk beter verdeeld door het land, voornamelijk doordat de meeste plekken erbij zijn gekomen in de westelijke en centrale provincies.

Het blijft echter zo dat meer dan honderd gemeenten nog geen opvang bieden. Daarnaast zien we ook dat er in een aantal oostelijke provincies de hoeveelheid vaste opvangplekken zelfs is gedaald sinds de introductie van de Spreidingswet. Met de gemeenteraadsverkiezingen om de hoek, en asielopvang als een van de hoofdthema’s, is het nog afwachten of de nieuw gekozen gemeenten zich zullen houden aan hun opvang quota.

8 maart 2026 |
Jack Coppens
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026