Vallen en opstaan: Honderd jaar vrouwen op de Olympische Winterspelen
2 maart 2026
Lianne A Groenendijk
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026 Stagiaire Leidsch Dagblad

De Nederlandse vrouwen schreven dit jaar geschiedenis op de Olympische Winterspelen met goud op de 500, 1000 en 1500 meter langebaanschaatsen. Honderd jaar geleden, tijdens de eerste Winterspelen in 1924 in Chamonix, was zo’n succes voor vrouwen nog ondenkbaar. Behalve kunstrijden waren er nauwelijks sporten waaraan vrouwen mochten deelnemen.

Volgens cijfers van NOC*NSF is het aandeel vrouwelijke deelnemers op de Winterspelen in een eeuw bijna vertienvoudigd: van ongeveer 5 procent in 1924 naar 47 procent in 2026. Toch laaide tijdens de afgelopen Winterspelen opnieuw de discussie op over de Noorse combinatie, een discipline waarin langlaufen en schansspringen worden gecombineerd. De sport staat al sinds 1924 op het olympisch programma, maar vrouwen mogen er nog altijd niet aan deelnemen.

“Het heeft lang geduurd voordat vrouwen bijna de helft van de deelnemers uitmaakten,” zegt Ruud Paauw, oud-archivaris van het Olympisch Comité en voormalig adjunct-hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad. Volgens hem lag dat vooral aan de samenstelling van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). “Het IOC bestond lange tijd vrijwel uitsluitend uit mannen. Vaak waren dat conservatieve, militaire of adellijke mannen. Pas in de jaren zeventig traden de eerste vrouwen toe tot het comité.” Sinds 2025 staat het IOC zelfs onder leiding van een vrouw: Kristy Coventry uit Zimbabwe.

Door de jaren heen kregen vrouwen toegang tot steeds meer sporten. Aanvankelijk ging het om ‘elegante’ disciplines zoals kunstrijden en alpineskiën. Later volgden langlaufen en, in 1960, het langebaanschaatsen. Zelfs in de eenentwintigste eeuw waren er nog disciplines gesloten voor vrouwen: schansspringen werd pas in 2014 olympisch.

Ook Nederland volgde deze internationale ontwikkeling. Het percentage vrouwelijke Nederlandse deelnemers groeide mee met de wereldwijde trend. Tijdens sommige Winterspelen bestond de Nederlandse ploeg zelfs uit meer vrouwen dan mannen. In 2014 bijvoorbeeld namen 21 vrouwen en 19 mannen deel namens Nederland.

Uitzonderlijk

In de beginjaren trok één vrouw wereldwijd veel aandacht: de Noorse kunstrijdster Sonja Henie. Zij deed al op elfjarige leeftijd mee aan de Spelen van 1924 en won daarna drie keer op rij olympisch goud. Later bouwde zij ook een succesvolle carrière op in de filmindustrie. Haar populariteit droeg bij aan de zichtbaarheid én acceptatie van vrouwelijke sporters.

Voor Nederland was er eveneens een pionier: Gratia Schimmelpenninck van der Oye. Zij was de eerste vrouwelijke Nederlandse deelnemer aan de Winterspelen en kwam in 1936 in actie bij het alpineskiën in Garmisch-Partenkirchen, destijds nazi-Duitsland.

Paauw interviewde haar begin jaren negentig, toen zij 81 jaar oud was. Ze vertelde hoe zij als enige Nederlandse vrouw werd ondergebracht in een hotel bij haar vader en hoge IOC-leden, in plaats van bij de andere sporters. “Daar was ik niet zo over te spreken,” zei ze. “Men had kennelijk gedacht: ach, laten we de freule maar in een hotel zetten bij haar vader en alle celebriteiten. Ik raakte daardoor geheel geïsoleerd. Ik had natuurlijk bij de andere sporters moeten zitten.”

Haar verhaal laat zien hoe uitzonderlijk vrouwelijke deelname destijds was en hoe weinig vanzelfsprekend hun plek op de Olympische Winterspelen werd gevonden.

Hoewel de Winterspelen honderd jaar na hun ontstaan nog steeds geen volledige gendergelijkheid kennen, is die balans dichterbij dan ooit. “Het is een lange weg geweest voor de vrouwen,” zegt Paauw, “maar ze hebben hun plek zelf bevochten.”

2 maart 2026 |
Lianne A Groenendijk
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2025/2026 Stagiaire Leidsch Dagblad