Sneeuw op de bergtoppen van Italië? Dat is tegenwoordig geen vanzelfsprekendheid meer. Klimaatverandering maakt de Winterspelen een flinke puzzel van energie, water en logistiek. Wat doen de organisatoren om het evenement dit jaar zo duurzaam en klimaatneutraal mogelijk te houden?
85 % van de wedstrijdlocaties bestaat al, waardoor er nauwelijks nieuwbouw nodig is. Atleten verblijven in bestaande hotels of in accommodaties die na afloop een tweede leven krijgen, bijvoorbeeld als studentenwoningen. Doordat het evenement gebruikmaakt van deze bestaande locaties, is de verspreiding groot en ontstaan langere reistijden tussen de verschillende plekken. Ook hier heeft de organisatie aan gedacht: het vervoer wordt zo duurzaam mogelijk georganiseerd, onder andere door het gebruik van openbare treinen en bussen.

Niet alleen gebouwen worden hergebruikt, ook materialen van eerdere Olympische Spelen krijgen een tweede leven. Ongeveer 20.000 materialen en voorzieningen van de Spelen uit Parijs (2024), zoals inrichting, bewegwijzering en decorstukken, worden opnieuw ingezet in Italië. Zo wordt verspilling beperkt en reist duurzaamheid letterlijk mee naar de volgende editie.

Er worden ook op kleinere schaal stappen gezet. Zo zijn de Olympische medailles gemaakt van gerecyclede edelmetalen en brandt de vlam op hernieuwbare brandstof. Dat laat zien dat duurzaamheid zelfs zichtbaar wordt in de meest iconische momenten van de Spelen.
Nog maar een maand voor de start van de Spelen lag er in de Dolomieten nauwelijks sneeuw, tot grote zorgen van de organisatie. Om de wedstrijden toch mogelijk te maken, is kunstsneeuw onmisbaar. Voor het waterreservoir dat de sneeuwkanonnen voedt, moest wel 2,5 hectare bos worden gekapt. De organisatie wil de machines naar eigen zeggen zo efficiënt mogelijk inzetten, maar kunstsneeuw blijft een energie en water slurpende oplossing die laat zien dat duurzaamheid nog niet overal lukt.
De bovenstaande Instagram-post laat zien welke stappen de organisatie voor deze Winterspelen (2026) nog meer zet: lokale, seizoensgebonden en plantaardige maaltijden met hergebruik van restjes, 100% hernieuwbare elektriciteit voor alle wedstrijdlocaties, en voor het eerst wordt de watervoetafdruk van het evenement gemeten. Het laat zien dat duurzaamheid serieus wordt aangepakt, maar het roept ook de vraag op: wat kan er nog beter en hoe maken we toekomstige Olympische Spelen nog klimaatvriendelijker?