Kaart
De vergeten April-meistakingen van 1943
27 februari 2023
Britt Liet
Student minor journalistiek en nieuwe media (2022/2023)

Op 29 april 1943 werd bekendgemaakt dat Nederlandse oud-militairen die gevochten hadden in 1940 zich moesten melden om te gaan werken in Duitsland voor de Arbeidseinsatz (Duitse dwangarbeid). Vanuit het kleine plaatsje Hengelo in Overijssel kwam er meteen een tegengeluid: de mensen legden hun werk neer. In een razendsnel tempo sloeg deze staking over de rest van Nederland. Nu, bijna 80 jaar later, zijn er maar weinig mensen die hier nog vanaf weten.

De April-meistaking is lang niet zo bekend als de Februaristaking van 1941. Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de April-meistaking plaatsvond in dunbevolktere, agrarische gebieden. Dat de laatstgenoemde staking dan ook minder voorkwam in het westen van Nederland heeft er alles mee te maken dat de bevolking daar de angst van de Februaristaking nog vers in het geheugen had zitten.

Toenemende spanning

Voordat de staking begon liepen de spanningen in Nederland al hoog op. Duitsland werd steeds verder teruggedrongen, en toen bekend werd dat ze de slag bij Stalingrad verloren hadden wist de Nederlandse bevolking dat de geallieerden steeds meer terrein terugwonnen. Maar de strijd was nog niet gestreden. Naarmate Nederland zich vrijer ging gedragen, draaide Duitsland de schroef juist verder aan. Zo moesten studenten een loyaliteitsverklaring ondertekenen waarin ze na de volbrenging van hun een studie een jaar in Duitsland moesten gaan werken. Daarbij werden razzia´s steeds vaker uitgevoerd. Dit zorgde veel haat en nijd onder vele gezinnen die tot dusverre weinig rechtstreekse gevolgen van de oorlog ondervonden hadden.

Massamobilisatie

In november 1942 werd al besloten dat er door een toenemend gebrek aan arbeidskrachten in Duitsland mannen uit Nederland gehaald moesten worden. De Duitsers besloten Nederlandse oud-militairen terug in krijgsgevangenschap te zetten, zodat het tekort snel zou worden opgelost. Eerst was dit 100.000 man in een periode van acht maanden, maar dit werd al snel opgehoogd naar 100.000 man in vier maanden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken drong er wel op aan om de bekendmaking van deze massamobilisatie zo zorgvuldig mogelijk te brengen, uit angst dat de toch al ontevreden bevolking in opstand zou komen. De door het ministerie opgestelde brief bleek achteraf toch nog onvolledig te zijn: uitzonderingsbepalingen bleken weggelaten, waardoor nog veel meer mensen de dupe waren. Toch keurde Hitler de brief goed: ‘Befehl ist Befehl‘.

Het begin

En zo geschiedde, de oproep werd verspreid. Nog op dezelfde dag begon er een staking bij machinefabriek Stork, aangevoerd onder leiding van Jan Berend Vlam. De telefoniste van Stork, Femmy Efftink, zorgde ervoor dat zoveel mogelijk anderen op de hoogte waren van de staking die was begonnen. Als een domino-effect verspreidde het bericht zich, waardoor het door heel Nederland te horen was: ‘staakt u mee?’ In de onderstaande tijdlijn wordt de staking in beeld gebracht.

De moeder van Rita Liet (81) werkte als telefoniste bij een Hengeloos bedrijf ten tijde van de stakingen. ‘Het vergt ontzettend veel moed om in opstand te komen tegen de Duitse bezetter, voor je het weet sta je oog in oog met de loop van een Duits geweer’ aldus Rita. Toch ging men in verzet. Rita: ‘mijn moeder stierf nog liever dan dat ze haar man weer in krijgsgevangenschap zag werken voor de Duitsers, vandaar dat ze meehielp bij de stakingen in 1943.’

Tragische nasleep

De staking duurde uiteindelijk maar zeven dagen. Toch waren de gevolgen voor de stakers groot: 80 mensen werden geëxecuteerd, daarnaast vielen er 95 doden en 400 zwaargewonden door beschietingen van de bezetters op de stakers. Deze aantallen zijn een stuk hoger dan de Februaristaking van 1941.

Er zijn acht monumenten verspreid over Nederland ter nagedachtenis aan de April-meistakingen.

27 februari 2023 |
Britt Liet
Student minor journalistiek en nieuwe media (2022/2023)