2022 was een rampjaar voor het, normaal zo idyllische, eiland Sri Lanka. Nadat de toeristische sector op de kop kwam te liggen door de coronapandemie volgden enorme protesten tegen de regering. Bijna een jaar later is de politieke stabiliteit teruggekeerd, maar kampt het eiland nog steeds met de zwaarste economische crisis uit de historie.

Dagelijkse elektriciteitsstoringen en tekorten van voedsel, brandstof en medicijnen waren in 2022 dagelijkse kost voor Sri Lankanen. Negen van de tien eilandbewoners werd afhankelijk van staatssteun, maar critici betwijfelen of het eiland genoeg geld heeft om zijn inwoners te ondersteunen. Maanden van protesten volgden, waarin vooral kritiek was op het slechte economische beleid van de regering.

Tegelijkertijd is de eigen industrie door de coronacrisis compleet stil gevallen, mede door de afhankelijkheid van toerisme in Sri Lanka. Daardoor moeten bijna alle producten uit het buitenland geïmporteerd worden. Tot overmaat van ramp schiet de inflatie door het dak heen, tot wel vijftig procent en inflatie door het dak heen schiet, tot wel vijftig procent. Al met al lijkt het van kwaad naar erger te gaan voor het Aziatische land.

Rajapaksa, de vorige president van Sri Lanka verliet het land in juli 2022 na intensieve protesten tegen de overheid. Zijn opvolger, Ranil Wickremesignhe, vormde een nieuwe regering die de nijpende voedsel- en medicijntekorten op moet lossen. Tegelijkertijd heeft het land een schuld van 51 miljard dollar, waarvan 28 miljard dollar in 2027 afbetaald moet worden. Is dat wel mogelijk?

Wickremesignhe’s regering heeft kleine stappen gezet door scholen en overheidsinstanties weer te openen, waardoor de politieke stabiliteit is teruggekeerd. Maar op economisch vlak is het plaatje minder rooskleurig. Al met al lijkt het dat Sri Lanka zich zonder een financieel reddingspakket van de internationale gemeenschap niet uit deze crisis kan werken.