Opnieuw vliegen de huizenprijzen door het dak, maar waardoor eigenlijk, en wie hebben er het meest last van?
15 april 2022
Youk van Buren
Student Minor Journalistiek en Nieuwe Media / Bachelor Bedrijfskunde (2021/2022).

Tussen 2013 en 2020 is de prijs van een koopwoning bijna verdubbeld. Record na record wordt verbroken. Begin dit jaar werd de grootste prijsstijging ooit gemeten. In één jaar tijd stegen de prijzen met maar liefst 21,1 procent. De gemiddelde prijs van een koopwoning is op dit moment zelfs zo hoog dat het niet eens mogelijk is om hiervoor met een modaal inkomen een hypotheek aan te vragen. Er is sprake van een echte huizencrisis.

Woningtekort

De belangrijkste oorzaak van de huizencrisis is het enorme tekort aan woningen. Uit een rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat er sprake is van een tekort van 279.000 woningen. Dit tekort heeft verschillende oorzaken. Een belangrijke oorzaak is een verkeerde schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de vraag naar woningen. In 2005 maakte het CBS een schatting over het aantal huishoudens die een woning nodig zouden hebben in de toekomst. Dit bleek een waanzinnige onderschatting te zijn. Het aantal huishoudens dat Nederland volgens de prognose van het CBS in 2040 zou hebben, werd namelijk al in 2018 bereikt.

Een andere oorzaak is dat er te weinig woningen worden bijgebouwd. Dit komt mede door de stikstofcrisis die de bouw al sinds 2019 ondermijnt. Het duurt hierdoor lang voordat vergunningen worden verleend en sommige projecten worden überhaupt niet goedgekeurd. De verwachting is dat het woningtekort zal blijven oplopen tot 2024. Ook zal dit tekort naar alle waarschijnlijkheid niet vóór 2031 zijn ingelopen.

Politieke keuzes

Verschillende politieke keuzes hebben ook bijgedragen aan de huizencrisis. Zo heeft voormalig VVD-minister Blok de ‘verhuurdersheffing’ geïntroduceerd. Door de verhuurdersheffing moeten woningcoöperaties aanzienlijk meer belasting betalen. Om de verhoogde belastindruk te compenseren, hebben de woningcorporaties de huurprijzen verhoogd. Dit betekent dat uiteindelijk dus niet de coöperatie opdraagt voor de belasting, maar de individuele huurder.

Al deze factoren worden bovendien versterkt door de lage rentestand. Door de lage rentestand is het mogelijk om een eigen woning (relatief) goedkoop te financieren. Hierdoor neemt de vraag naar koopwoningen toe, terwijl het aanbod achterblijft. Het gevolg hiervan is dat de woningprijzen nog meer stijgen.

Het rentebeleid wordt niet gemaakt op nationaal niveau, maar op internationaal niveau. Hierdoor heeft niet alleen Nederland last van snel stijgende woningprijzen, maar de gehele Europese Unie, en zélfs daarbuiten. Echter, er valt niet te ontkennen dat in Nederland het probleem groter is dan in de meeste landen. Op dit moment staat Nederland in de top 5 snelst stijgende huizenprijzen van de Europese Unie. Alleen in Tsjechië, Estland, Litouwen en Hongarije stegen de huizenprijzen sterker.

Starters

Vooral voor starters is het een lastige situatie; zij hebben veel concurrentie van mensen die meer te besteden hebben. Starters kunnen het zich dus vaak niet veroorloven om een huis te kopen, en vanwege de hoge huurprijzen hebben zij het ook moeilijk om een geschikte huurwoning te vinden.

Bovendien zijn er strengere hypotheekregels voor starters. Zo hanteren hypotheekverstrekkers een strengere inkomensnorm, en ook mag de hoogte van de maximale hypotheek niet hoger zijn dan de marktwaarde van het huis. Hierdoor komen veel starters niet in aanmerking voor een hypotheek, en als ze wel in aanmerking komen voor een hypotheek, dan moeten alle bijkomende kosten, zoals notariskosten of een eventuele verbouwing, uit eigen zak worden betaald.

Job van den Houten, masterstudent Conflict Studies and Human Rights, maakt zich zorgen dat hij geen huis kan kopen na zijn studie. Op dit moment woont Job in een studentenhuis die hij in principe moet verlaten nadat hij zijn diploma heeft behaald. “Ik heb geen idee hoe mijn woonsituatie eruit zal zien na het behalen van mijn diploma. Vanwege de belachelijke huurprijzen lijkt het mij niet verstandig om een huis te gaan huren.”

Liever investeert Job daarom in een koopwoning, alleen is hij bang dat hij niet in aanmerking komt voor een hypotheek. “Afgelopen jaren heb ik een aardige studieschuld opgebouwd. Deze studieschuld telt mee bij het berekenen van de hypotheek. De kans dat ik in deze krappe woningmarkt voldoende hypotheek kan krijgen, lijkt mij dan ook zeer onwaarschijnlijk.

Als Job geen alternatief kan vinden heeft hij de luxe om terug te kunnen keren naar zijn ouderlijkhuis. Echter, voor veel mensen bestaat deze mogelijkheid niet. Voor hen voelt deze situatie helemaal uitzichtloos.

15 april 2022 |
Youk van Buren
Student Minor Journalistiek en Nieuwe Media / Bachelor Bedrijfskunde (2021/2022).