Datavisualisatie
Waarom de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen historisch laag was
28 maart 2022
Yorgos Achimastos
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2021/2022).
Dit jaar hadden burgers drie dagen de mogelijkheid om het stembureau te bezoeken en het stembiljet in te vullen. Foto: J.M Luijt. (CC BY 2.5 NL).

Met 50,9% van de kiesgerechtigden is het opkomstpercentage bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen een dieptepunt. Het grote aantal partijen op de kieslijst en het dalende politiek vertrouwen zijn twee van de factoren die mensen thuishielden.  

De stemmen zijn geteld, de zetels verdeeld en de gesprekken over gemeentelijke samenwerking begonnen. Hoogste tijd om te kijken wat de opkomst tijdens de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen betekent voor de participatie en betrokkenheid in onze democratie.                                    

De eerste berichten zijn niet hoopgevend; hoewel nog niet alle cijfers bekend zijn, wordt door de verkiezingsdienst van het ANP geschat dat het opkomstpercentage niet hoger zal worden dan 50.9% van de kiesgerechtigden. Hiermee bereiken deze gemeenteraadsverkiezingen een historisch dieptepunt. Nog nooit gingen er zo weinig mensen naar de stembus. Vooral in de grote steden bleven mensen thuis. Zo ging in Rotterdam maar 38,9% van de mensen stemmen. Minister van Binnenlandse zaken Bruins Slot reageerde op de avond van de exit polls al bezorgd: “Voor ons is de analyse van de oorzaken heel belangrijk. Ik hoop later een beter beeld te krijgen hierover”.                                       

Waarom bleven mensen thuis?

Lokale partijen zijn de afgelopen jaren in opmars. Ze groeien in aantal maar ook in stemmen. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat een hoger percentage lokale partijen gepaard gaat met een lagere opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen. Door het steeds grotere aanbod, wordt een keuze maken voor burgers ingewikkelder. Thuis blijven kost dan minder energie. Tristan Vlok, inmiddels raadslid voor het CDA in Zwijndrecht, ziet juist het tegenovergestelde gebeuren in zijn gemeente: "Hoewel er dit jaar minder partijen meededen, en je dus zou verwachten dat de opkomst hoger zou zijn, was deze juist lager dan vier jaar geleden. 43%. We schamen ons hier echt voor. Waar het door komt is voor velen de vraag. In ieder geval niet door een hoger aantal partijen. We zullen het daarover moeten hebben met elkaar en eventueel maatregelen in het nieuwe raadsprogramma formuleren".  

Na een stijging in politiek vertrouwen in de eerste paar maanden na het uitbreken van de coronacrisis, is op dit moment, volgens het Nationaal Kiezersonderzoek 2021, een scherpe daling te observeren. De moeizame formatie en de teleurstellende afhandeling van de toeslagenaffaire hebben hier, volgens het rapport, ongetwijfeld aan bijgedragen. Hoewel deze kwesties de landelijke politiek betreffen bevordert laag vertrouwen de opkomst op lokaal niveau niet. Jamie Bosman was kandidaat voor de VVD in Den Haag en kreeg de teleurstelling van mensen tijdens de campagne goed mee: “Tijdens het flyeren sprak ik een oude man die altijd enorm politiek actief was, ook binnen de gemeente. Daar was niets meer van over. Hij was zijn vertrouwen in de politiek helemaal kwijt. Uiteindelijk wist ik hem wel over te halen toch te gaan stemmen. Dat was fijn”. 

Verschil met opkomst Tweede Kamerverkiezingen steeds groter

Op woensdagavond, twee uur voordat de stembussen zouden sluiten, stond Klaas de Groot, psychologie student, buiten het stembureau op de Nieuwstraat in Leiden. Zijn huisgenoten hadden hem, hoewel hij eigenlijk niet van plan was te gaan stemmen, toch meegenomen. “De gemeente interesseert mij niet zo. Ik weet meer af van de landelijk politiek. Dat volg ik ook. Wat moet ik nou met de gemeente? Daar heb ik toch geen invloed op”, vertelde hij. Het werd blanco. De Groot is niet de enige die op deze manier denkt. Gemeenteraadsverkiezingen worden, net zoals verkiezingen voor het Europees parlement en provinciale statenverkiezingen, gezien als minder belangrijk dan Tweede Kamerverkiezingen. Politieke ontwikkelingen op lokaal niveau komen zelden in het nieuws en vaak zijn de verregaande bevoegdheden van lokale overheden niet bij de burgers bekend. Dit zorgt ervoor dat verkiezingen voor de gemeenteraad enkel als tussentijdse beoordeling van de nationale regering beschouwd worden. Niet stemmen is dan geen ramp.

Een tweede reden waardoor het verschil tussen de opkomst voor de Tweede Kamerverkiezingen en de opkomst voor de gemeenteraad deze keer extra groot is, is het afschaffen van de mogelijkheid om per brief te stemmen. Anneke Sipkens, directeur van de ouderenbond ANBO, vertelt tegen BNR dat het verbieden per post te stemmen een “onacceptabele en onbegrijpelijke beslissing is. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar hebben bijna één miljoen ouderen hiervan gebruik gemaakt. Het is in crisistijd belangrijk dat deze veilige manier van stemmen in stand wordt gehouden.” Hoeveel ouderen hierdoor niet zijn gaan stemmen is nog onduidelijk. 

Het kabinet moet de komende periode hard aan het werk om de opkomst omhoog te brengen. In het regeerakkoord staat beschreven hoe in stappen de aanbevelingen van commissie Remkes geïmplementeerd kunnen worden. Een daarvan is bijvoorbeeld het aantal stembureaus verhogen in wijken waar de opkomst laag is. Het is aan de coalitie actie te ondernemen wil er zich in de toekomst niet opnieuw zo’n dieptepunt voordoen. 

28 maart 2022 |
Yorgos Achimastos
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2021/2022).