Datavisualisatie
Waarom het nog 20 jaar duurt tot 50% van de hoogleraren vrouw is
18 april 2021
Kim van der Weiden
Minorstudent Journalistiek en Nieuwe Media 2020-2021

Nog geen kwart (24,2%) van de Nederlandse hoogleraren is vrouw, zo blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2020. Het aandeel steeg met 1,1 procentpunt, maar in dit tempo duurt het nog tot 2041 voordat de verhouding evenredig is. De man-vrouwverdeling in de wetenschap is een veelbesproken thema de afgelopen jaren, want waarom trekken vrouwen aan het kortste eind? De academische wereld blijkt nog altijd conservatief.

Het aantal vrouwelijke hoogleraren stijgt al jaren licht, maar is nog verre van een gelijke verdeling. Uit de jaarlijkse monitor van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) blijkt dat het aandeel vrouwen per stap op de carrièreladder nog altijd sterk daalt, terwijl het percentage afgestudeerden onder vrouwen al jaren hoger ligt dan bij mannen.

“Er zijn veel momenten in de wetenschappelijke carrière van vrouwen waarop ze niet doorstromen naar de posities waar ze eigenlijk wel horen”, aldus Lidwien Poorthuis, managing director bij het LNVH. De doorstroom van student naar promovendus, universitair (hoofd)docent en hoogleraar hapert voor veel vrouwen. Volgens Poorthuis komt dit door de kenmerken van de academische wereld. Het is hoog competitief, individualistisch, conservatief en niet ingericht op diversiteit, zowel in de selectieprocedures als in de organisatiecultuur.

“Nederland is eigenlijk het slechtste jongetje van de klas”

Conservatieve wereld

In de academische wereld, en ook daarbuiten, bestaat een bepaald beeld van een excellente wetenschapper; een witte hetero man van middelbare leeftijd. “Op de vele momenten van selectie in de wetenschappelijke loopbaan worden vrouwen niet geselecteerd of bevorderd omdat ze niet voldoen aan dat plaatje’, stelt Poorthuis. “Hierdoor worden vrouwen overgeslagen bij benoemingen, komen ze niet in aanmerking voor grote beurzen en prijzen, en dat betekent dan vaak einde carrière en dus uitstroom van waardevol talent.”

Ook Ineke Sluiter, hoogleraar Griekse literatuur aan de Universiteit Leiden, stelt dat er sprake is van een ‘selectie bias’. “We hebben allemaal in meer of mindere mate last van een bias, gewoon omdat we in dezelfde samenleving zijn gesocialiseerd.” Vooroordelen spelen volgens Sluiter altijd onbewust een rol, zelfs als we denken dat we alleen naar kwaliteit kijken. “Vrouwen die er vrouwelijker uitzien worden minder snel gezien als ‘echte wetenschappers’ en een cv op naam van Jennifer wordt slechter beoordeeld dan het volstrekt identieke cv op naam van John.”

Niet alleen de ‘selectie bias’ zorgt voor een blokkade voor vrouwen in de wetenschap. Wanneer vrouwen een positie hebben verkregen stromen zij uiteindelijk toch vaak uit. “Vrouwen die wel doorstromen hebben vaak een gebrek aan ‘sense of belonging,” stelt Poorthuis, “waardoor ze zich niet thuis voelen binnen de wetenschap en een carrière elders zoeken.” Volgens Poorthuis komt dit doordat de cultuur en structuur van de academische wereld niet is ingericht op diversiteit, omdat alles nog gestoeld is op het beperkte beeld van de excellente wetenschapper. Deze uitsluitingsmechanismen zijn een groot probleem. “Veel kwaliteit, flexibiliteit, denkkracht en denkvermogen gaan zo verloren binnen wetenschappelijke organisaties.”

“Vrouwen moeten zo gekneed worden dat ze in het oude systeem passen”

Plek 24

Dat het in Nederland slecht gaat qua vertegenwoordiging van vrouwen in de academische wereld blijkt uit een vergelijking met de rest van Europa. “Nederland is eigenlijk het slechtste jongetje van de klas, want we bevinden ons in de onderste regionen als het gaat om vrouwelijke hoogleraren”, zegt Poorthuis. Nederland staat op plek 24 in een ranglijst van 28 EU-lidstaten (incl. Verenigd Koninkrijk). De plek van Nederland staat lijnrecht tegenover het streefdoel van Nederland om leidend te zijn in innovatie. “Om bij de top te horen op het gebied van innovatie heb je al het talent en bovendien diversiteit nodig, zo blijft je innovatiekracht sterk”, aldus Poorthuis. 

De slechte positie komt volgens Poorthuis doordat Nederland een heel conservatief land is wat betreft opvattingen over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen en het leiderschapsideaal. “We zien dat vooral in de academische wereld die starre opvattingen over leiderschap en hoe wetenschappers eruit moeten zien blijven bestaan. Het starten van een gezin of een ander carrièrepad naar de top past daar bijvoorbeeld niet in.”

‘Fix the women’ als oplossing?

Niet iedereen is overtuigd van de mechanismen die ervoor zorgen dat vrouwen vaak aan het kortste eind trekken. Het tegengeluid is dat vrouwen assertiever moeten zijn in hun werkomgeving. “Die gedachte is gestoeld op een ‘fix the women’ gedachte: vrouwen moeten zo gekneed worden dat ze in het oude systeem passen”, zegt Poorthuis. Het LNVH gelooft niet in deze gedachte, maar focust zich juist op ‘fix the system’. “Het academische systeem moet zo ingericht worden dat het inclusief is, waarin ook minderheidsgroepen zich thuis voelen. Daardoor krijg je een diverse omgeving die de wereld van de wetenschap ten goede komt”, aldus Poorthuis.

“Fix the women-oplossingen lossen op de lange termijn niks op, omdat deze vrouwen een gebrek aan inclusie blijven ervaren en uiteindelijk alsnog uitstromen, stelt Poorthuis. Andere oplossingen die vaak genoemd worden zijn quota of de sollicitatieprocedures veranderen, zoals de TU Eindhoven eind 2019 deed. Dit soort oplossingen werken volgens Poorthuis als breekijzer. “Deze tijdelijke maatregelen zijn soms nodig om beweging te krijgen, zeker in de academische wereld die lastig open te breken is.” Minderheidsgroepen krijgen door deze maatregelen de kans groter en zichtbaarder worden. Poorthuis waarschuwt echter ook: “We weten uit bijvoorbeeld Scandinavië dat er na de ophef van een quotum vaak weer wordt teruggevallen in oude patronen. De academische wereld moet dus blijven werken aan een cultuur- en systeemverandering.”

18 april 2021 |
Kim van der Weiden
Minorstudent Journalistiek en Nieuwe Media 2020-2021