Uitlegartikel
Hier zijn 5 redenen waarom we niet snel een vleestaks krijgen
7 april 2021
Amber Roos
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2020-2021)
Foto: Christels (CC0)

Over de jaren heen zijn er verschillende moties ingediend in de Tweede Kamer met het verzoek om vlees te belasten, met vaak alleen GroenLinks en PvdD als voorstanders. Hoewel dit jaar uit de Stemwijzer blijkt dat er groeiende interesse is in een vleestaks, zijn er genoeg obstakels die nog overkomen moeten worden voordat zo’n vleestaks geïmplementeerd kan worden. In dit artikel lees je er 5.  

Er zijn verscheidene redenen waarom de overheid een belasting voor vlees zou willen invoeren. Eén van de voornaamste redenen is de gezondheid van de mens. “We eten ongezond veel vlees”, zegt Kenny Oostrik, campagnemedewerker van non-profit organisatie Wakker Dier. “50% meer vlees dan het Voedingscentrum adviseert, en die consumptie daalt niet.” Een belasting zou dus kunnen helpen om mensen af te schrikken van te veel vlees eten. Niet alleen eten we te veel vlees, we eten sinds een lange tijd ook weer steeds meer vlees, zoals te zien in de grafiek hieronder.

Een andere motivatie is wellicht dierenwelzijn en een beter milieu, met verminderde uitstoot van broeikasgassen, voornamelijk CO2. In Nederland hebben we nog steeds veel te maken met megastallen, plofkippen en kiloknallers. De prijs voor vlees in de supermarkt is momenteel laag, en de boeren die het vee onderhouden krijgen nog minder. Freek Schell, eigenaar van een van de grootste slagerijen in Nederland, wilt dat de boeren een hogere prijs voor hun product krijgen. Dat geld kan weer gebruikt worden voor het beter onderhouden van dieren. “De consument moet meer betalen voor een hoogwaardig product dat Nederlandse boeren verbouwen en fokken. Wellicht per persoon wat minder vlees, maar dan wel van goede kwaliteit voor een eerlijke prijs!” zegt Schell. 

Het laatste motief voor de overheid om een extra belasting te innen kan te maken hebben met de enorme bakken geld die de overheid heeft moeten besteden door COVID-19. De NOW-regelingen, gebruikt om bedrijven met omzetverlies te helpen, alleen al kostten het rijk meer dan 13 miljard euro. De vleestaks zou bij kunnen dragen aan het opvullen van het gapende gat dat corona heeft achtergelaten. Hoewel deze motivatie misschien niet zo goed zullen vallen bij de betalers van de belasting, zijn er andere problemen die het implementeren van een vleestaks met zich meebrengen. 

  1. Vleestaks voor wie?

Zo is één van de belangrijkste vragen: Wie moet deze belasting gaan betalen? Wordt deze opgelegd aan de supermarkten en dus de consumenten? De slachthuizen? De veehouders? Dit hangt af van de doelstelling, schrijft EY in een rapport over verbruiksbelasting op vlees. Als het doel is om het klimaat te helpen, en dierenwelzijn te verbeteren, dan zou het taxeren van veehouders of slachthuizen daar bij passen. Als je het consumeren van vlees wilt verminderen om menselijke gezondheid te verbeteren, kan je beter de consument belasten. Zo moet de regering dus per doel gaan kijken wat de beste opties zijn.

2. Hoeveel belasting?

De volgende kwestie: Hoeveel belasting ga je innen? Ook dit hangt af van je doel. Wil je mensen afschrikken van het kopen van vlees? Dan laat je ze extra veel betalen, terwijl bij verbetering van het milieu beter een kleinere belasting past. 

Daarbij zou te veel verhoging van de kostprijs van vlees negatieve effecten hebben op de rol van Nederland op de internationale markt. Dat betekent minder export naar het buitenland, en minder winst voor Nederland aan vleesproducten. Economisch niet wenselijk, maar misschien voor het klimaat weer een positief punt. Minder transport van vee en meer verantwoord vlees. “Zo’n driekwart van Nederlands vlees wordt geëxporteerd. Nederland moet minder gaan produceren voor export, en meer voor de binnenlandse markt”, vindt Schell.

3. Al het vlees?

Vervolgens moet er gekeken worden naar welk vlees wordt belast, en welk vlees niet. Wordt al het vlees evenveel belast, of moet er een systeem komen waarin consumenten minder hoeven te betalen voor vlees met een bepaald keurmerk, en meer voor vlees van dieren die een slecht leven gehad hebben? Complicaties met verhoogde fraude in keurmerken zou als ongewenst effect kunnen opduiken. 

Met gezondheid als doel is het misschien wenselijker om rood vlees meer te belasten dan wit vlees, aangezien rood vlees meer gezondheidsproblemen veroorzaakt. Maar hoe belast je dan de barbecuesets bij de Albert Heijn met zowel varkensworstjes als kipnuggets?

4. Uitvoerbaarheid

Mocht er een systeem komen om alles goed te belasten, dan moet je daarna nog zorgen dat het uitvoerbaar is. Zo interviewde EY drie mogelijke uitvoeringsinstanties, waaronder de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Belastingdienst. Geen van allen vond dat de uitvoering of handhaving van een vleestaks hun taak zou moeten zijn. Ook zou er een ICT systeem gemaakt moeten worden om alles te onderhouden. Dit zou zo’n 5 jaar duren. 

5. Meerderheid in de Tweede Kamer

Als laatste, en misschien wel belangrijkste punt, moet er natuurlijk een dag komen waarop een meerderheid in de Tweede Kamer het eens is met de motie vóór een vleestaks. Die is er voor nu nog niet (zie hier onder).

Oostrik zou willen dat de Tweede Kamer zich harder inzet voor de vleestaks. “De politiek moet zich verantwoordelijk voeren en ingrijpen. Maar daar eindigt het niet: ook de retail heeft een verantwoordelijkheid”, vertelt Oostrik. “Zij kiezen er nu doelbewust voor om boeren en dieren uit te knijpen zodat ze schaamteloos kunnen stunten met kiloknallers. Het wordt tijd dat zij ook inzien dat er dierenlevens schuil gaan achter die anonieme kiloknallers.”

Met al deze zorgen en gevoelige punten, heeft de oppositie van de vleestaks dus nog weinig te vrezen. Een vleestaks zal nog een tijd duren, in ieder geval al 5 jaar. 

7 april 2021 |
Amber Roos
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2020-2021)