Achtergrondartikel
De jeugd van tegenwoordig: Hoe jongeren nog altijd verzeild raken in de criminaliteit
6 april 2021
Chiara Mars
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2020-2021) en Geschiedenis.
Foto: Mohamed Hassan (CC BY 2.0)

In 2019 was er voor het eerst in tien jaar sprake van een toename in het aantal minderjarige verdachten. Afgelopen jaar nam het aantal jongeren dat verdacht werd van een ernstig geweldsdelict toe, aldus de cijfers van het Openbaar Ministerie. Moeten we ons zorgen maken?

Wie een blik werpt op de recent verschenen publicaties over jeugdcriminaliteit, ziet dat daders steeds jonger worden en vaker over gaan tot extreem geweld – denk hierbij aan zware mishandeling, diefstal met geweld, afpersing of ernstige bedreiging. Ook de cijfers van het Openbaar Ministerie vertonen een alarmerend beeld. In het afgelopen jaar steeg het aantal minderjarige verdachten van doodslag met vijftig procent. Maar, merkt het ministerie op, in negentig procent van de gevallen bleef het bij een poging. De oplossing van het probleem zou liggen in meer repressie: “Opsporing en vervolging met stevige gevolgen moet jongeren duidelijke grenzen opleggen”.

Problematisch

Toch is het maar de vraag of er sprake is van een toename, zegt Robby Roks. Hij is criminoloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en gespecialiseerd op het gebied van straatcultuur en gangs. De afgelopen vijftien jaar zien we een duidelijke afname van de geregistreerde jeugdcriminaliteit over de gehele linie. Dat er nu bepaalde cijfers worden uitgelicht moet volgens Roks tegen het licht van de politiek-bestuurlijke context van criminaliteitsbestrijding gehouden worden. “Op het moment dat het geld verdeeld wordt, kan het voordeliger zijn om een treurige voorstelling van zaken te geven.

“Zorgen om criminaliteitscijfers komen altijd in golfbewegingen.”

Ook het tellen van bepaalde delicten maakt de interpretatie van de cijfers problematisch. De politie registreert namelijk niet alle delicten in gescheiden categorieën. Hierdoor leidt “elke andere zoekvraag tot andere cijfers” en moeten de resultaten dus met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden, zo stelt ook de politie. De huidige toename, hoe zorgwekkend ook, moet volgens Roks daarom in perspectief geplaatst worden. “Soortgelijke zorgen om criminaliteitscijfers keren eigenlijk altijd in golfbewegingen terug.”

Dat er vervolgens veel media-aandacht bij komt kijken, past in een ontwikkeling die al langer gaande is, betoogt hoogleraar Historische Criminologie Pieter Spierenburg in zijn afscheidsrede (Please, please me’s number one, red.). Spierenburg laat zien dat onze samenleving sinds de jaren tachtig gevoeliger is geworden voor moord en geweld – en de media daar bereidwillig op inspeelt.

Daarmee zijn niet alle zorgen afgewend. Sinds de afname van de jeugdcriminaliteit sinds grofweg 2005, zijn de sociale media een steeds grotere rol gaan spelen in de totstandkoming van geweld. Het gebruik van sociale media onder jongeren heeft de dynamiek van conflicten blijvend veranderd. Waar twintig jaar geleden conflicten op het schoolplein werden uitgevochten onder het oog van enkele toeschouwers, kijken nu honderden – soms wel duizenden – mee op Instagram. “Hiermee wordt de druk op de betrokkenen vergroot, waardoor het conflict sneller escaleert”, legt Roks uit. “Er wordt ook geregeld voorbijgegaan aan het gegeven dat jongeren uit eigen beweging de criminele wereld betreden, vaak gedreven door status en geld” – zaken die in de wereld van ‘likes’ en ‘volgers’ cruciaal zijn.

Oplossing

De coronacrisis lijkt een groter maatschappelijk probleem bloot te leggen. Wanneer je kijkt naar de oorzaken die ten grondslag liggen aan jeugdcriminaliteit, zijn deze vaak gelegen in sociaal-maatschappelijke problemen, vertelt Roks. “Veel van de excessen die we zien, zijn afkomstig van jongeren die meer begeleiding en zorg nodig hebben dan zij hebben gekregen”. En juist deze noodzakelijke ondersteuning is onder het bewind van drie kabinetten Rutte wegbezuinigd. De recente publicatie van Nieuwsuur over de stand van zaken in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), is hiervan een voorbeeld.

Aan het einde van ons gesprek legt Roks de vinger op de zere plek. “Wie jeugdcriminaliteit wil voorkomen, moet streven naar een meer inclusieve samenleving met minder ongelijkheid. Maar we moeten bovenal de vraag blijven stellen waar gedrag vandaan komt, iets waar onze premier niet geïnteresseerd in lijkt te zijn (in reactie op de avondklokrellen vertelde hij stellig niet opzoek te gaan naar ‘sociologische oorzaken’, red.). Want wanneer je niet geïnteresseerd bent in sociologische verklaringen van gedrag, hoe vind je dan een oplossing? Door harder te straffen zal het probleem niet verholpen worden.”

6 april 2021 |
Chiara Mars
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2020-2021) en Geschiedenis.