Achtergrondartikel
WHO: lab-oorsprong corona vereist meer onderzoek
30 maart 2021
Friso van der Vijgh
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2020/2021 en BA Midden-Oostenstudies.

De directeur-generaal van de WHO, Tedros Adhanom Ghebreyesus, heeft twijfels bij de conclusies van het op dinsdag gepubliceerde rapport over de oorsprong van het coronavirus. “Hoewel het WHO-team heeft geconcludeerd dat een lab-incident het minst waarschijnlijk is, is er meer onderzoek nodig.”

Directeur-generaal van de WHO wil meer onderzoek naar virologisch instituut in Wuhan (WIV) als één van de mogelijke beginpunten van het coronavirus (Foto: Ureem2805 CC BY-SA 4.0).

De oproep van Tedros is een grote overwinning voor de 26 microbiologen, virologen en andere wetenschappers die een maand geleden al in een publieke brief vroegen om een grondiger onderzoek naar de lab-oorsprong van het coronavirus. Tedros deed de oproep na de presentatie van het WHO-rapport over het onderzoek naar de oorsprong van het coronavirus. Hij zei onder andere dat hij dacht dat de beoordeling van het WHO-team over een mogelijk lab-incident ‘niet uitgebreid genoeg‘ was.

In tegenstelling tot een lab-incident is de theorie van een natuurlijke oorsprong van het coronavirus al uitgebreid onderzocht. Maar na een jaar van onderzoek en het testen van 50.000 wilde dieren is deze nog niet bewezen.

Universitair docent in wetenschap en internationale veiligheid, Filippa Lentzos, is een van de wetenschappers die de publieke brief uit maart had getekend. Lentzos is expert op het gebied van biologische dreigingen en doceert aan King’s College in Londen. Volgens haar zijn er talloze aanwijzingen dat het coronavirus uit een lab ontsnapt kan zijn. “Ondanks het gebrek aan concreet bewijs zijn er genoeg indicaties die de suggestie wekken dat het virus uit een lab kwam”, schrijft ze.

De eerste aanwijzing die ze noemt is simpelweg de plek waar de eerste uitbraak was van het coronavirus: Wuhan. In Wuhan bevinden zich namelijk twee instituten die zich bezighouden met coronavirussen, het Wuhan CDC -het RIVM van Wuhan- en het Wuhan Institute of Virology. 

“De beschermende kleding van de onderzoekers is niet per se bestand tegen de klauwen en de tanden van vleermuizen.”

Het virologisch instituut bezit een van de grootste collecties van coronavirussen ter wereld. Maar het verzamelen van deze virussen bij vleermuizen is niet zonder risico. Uit een artikel van Voice of America blijkt hoe een Chinese onderzoeker tijdens het veldwerk aangevallen werd door een vleermuis en daardoor in contact kwam met vleermuisbloed. Dezelfde onderzoeker vertelde van een voorval waarbij vleermuisurine op zijn hoofd “regende”. Lentzos: “De beschermende kleding van de onderzoekers is niet per se bestand tegen de klauwen en de tanden van vleermuizen.”

Uiteindelijk is het de bedoeling dat de virussen meegaan naar het lab met of zonder ‘bedankje’ van de vleermuizen. Daar worden vervolgens twee soorten onderzoek gedaan. De virologen van het Wuhan CDC zijn vooral geïnteresseerd in het bestuderen van de genetische opbouw van de gevangen virussen, het genoom. Bij het Wuhan Institute of Virology gaan ze een stapje verder. Daar combineren ze verschillende coronavirussen tot geheel nieuwe virussen die mogelijk besmettelijker zijn dan de virussen die al in de natuur voorkomen. 

Het Wuhan Institute of Virology beschikt voor dit risicovolle onderzoek over zwaarbeveiligde labs van het type BSL3 en BSL4. BSL staat voor ‘biosafety level’, de Amerikaanse standaard voor veiligheidsniveaus op biomedische laboratoria waarbij BSL4 het hoogste niveau is. Op een BSL4 lab hebben de laboranten veel weg van astronauten: ze dragen een luchtdicht pak en ze hebben hun eigen zuurstoftoevoer. Daarnaast moet er in een BSL4-lab altijd een lagere druk zijn dan buiten, zodat de lucht alleen naar binnen kan stromen en bijvoorbeeld geen virusdeeltjes mee kan voeren.

Op de video van het BSL-4 lab van het Robert Koch-instituut (RKI) in Berlijn is te zien hoe een medewerker zijn luchtdichte pak aantrekt.

Lab-incidenten

Ondanks dat dit soort biomedische laboratoria aan strenge eisen moeten voldoen, kan het toch zijn dat er iets misgaat. In 2004 ontsnapte het SARS-virus twee keer uit een BSL3-lab in Beijing. Het jaar daarvoor gebeurde hetzelfde bij een lab in Singapore en een lab in Taiwan.

Ook de recente geschiedenis van de biomedische laboratoria in Europa en de Verenigde Staten laat zien dat een ongeluk met een ziekteverwekker in een klein hoekje zit. Zo schrijft The Guardian dat er tussen 2010 en 2014 meer dan honderd incidenten plaatsvonden op zwaarbeveiligde labs in het Verenigd Koninkrijk. Zeventig van de incidenten leidden tot een onderzoek vanuit de Britse overheid. 

De Nederlandse cijfers over lab-incidenten zijn volgens een woordvoerder van het RIVM ‘geen openbare informatie’. Wel is uit een speurtocht door de krantenarchieven op te maken dat er in ieder geval in 2002 en 2017 gevaarlijke virussen en bacteriën zijn ontsnapt uit laboratoria in Nederland. In 2002 ging het om tbc uit een Twents laboratorium en in 2017 om poliovirus van de vaccinfabrikant Bbio in Bilthoven.

In tegenstelling tot Nederland maken de Verenigde Staten de gegevens over lab-incidenten wel openbaar. Daaruit blijkt dat er meer dan duizend lab-incidenten plaatsvonden in de periode van 2015 tot 2019. Ongeveer 90% van de incidenten had mogelijke blootstelling van medewerkers aan gevaarlijke virussen en bacteriën tot gevolg.

Hoewel er minder bekend is over incidenten op Europese labs, is er wel informatie over de naleving van de Europese standaard in biologische veiligheid: de ECL. Een onderzoek onder Europese labs uit 2020 wees uit dat, van de 32 labs, slechts 11 zich aan alle voorschriften hielden. Tweeëntwintig BSL3- en vijf BSL4 -labs hadden bijvoorbeeld geen beschermende kleding voor externe noodteams.

“Alles wat regelgeving is -bijvoorbeeld de bescherming voor mens en milieu- wordt altijd een beetje gebagatelliseerd”, zegt Gijsbert van Willigen, biologisch veiligheidsfunctionaris van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Als biologisch veiligheidsfunctionaris is hij verantwoordelijk voor de veiligheid in laboratoria waar onderzoekers met gevaarlijke bacteriën en virussen werken. Ook is hij betrokken bij de bouw van nieuwe labs. Zo was hij adviseur bij de bouw van een BSL3- laboratorium van het RIVM in Bilthoven.

“Incidenten gebeuren, ook in Nederland. Dat is gewoon inherent aan het werk. Alleen een incident ga je niet aan de grote klok hangen.” Bedrijven en instanties die met virussen en bacteriën werken zijn verplicht om intern lijsten bij te houden van incidenten waarbij medewerkers mogelijk zijn blootgesteld aan gevaarlijke ziekteverwekkers. Deze regel geldt alleen voor de pathogenen -een ander woord voor ziekteverwekkers- uit de risicogroepen 3 en 4. Voorbeelden hiervan zijn HIV uit groep 3 en Ebola uit groep 4.

De regeling dat labs blootstellingen moeten bijhouden komt voort uit een EU-richtlijn en staat vastgelegd in de Nederlandse Arbowet. De lijsten, die soms meer dan twintig jaar bewaard moeten worden, zijn er vooral om problemen tussen (ex-)werkgevers en (ex-)medewerkers te voorkomen. Mocht een laborant pas jaren na een blootstelling aan een gevaarlijke stof ziek worden, dan kan de rechter toch zien welke organisatie de oorsprong was van de ziekteverwekker.

Het lijkt erop dat de overheid dit soort incidenten niet centraal bijhoudt. “Eigenlijk wordt er nooit om die lijsten gevraagd,” zegt Van Willigen.

Wat voor soort ongelukken staan er op die lijsten? Van Willigen deelt incidenten in aan de hand van drie hoofdoorzaken: techniek, de mens en ‘domme pech’. “De techniek kan kapotgaan, iemand kan denken ‘ik doe het nog even snel’ en soms is het gewoon een samenloop van omstandigheden.”

Op de vraag of één van de bovenstaande scenario’s zich wellicht in Wuhan heeft afgespeeld reageert Van Willigen resoluut: “Nee.” Van Willigen is er zeker van dat het coronavirus niet uit een van de hoogbeveiligde labs in Wuhan kan komen omdat we het dan allang hadden geweten: “Iedere afwijking van de procedure op een BSL3-lab wordt gewoon intern gemeld.” Ondanks de doofpotcultuur in China denkt Van Willigen dat de onderzoekers in Wuhan zoiets nooit zouden verbergen. “Dit houd je niet onder de pet als organisatie, zelfs niet in China.”

Lab-ongeluk of niet, China krijgt nu forse kritiek over de manier waarop het omgaat met het onderzoek naar de oorsprong van het coronavirus. Directeur-Generaal van de WHO, Tedros, zei dat hij bij toekomstige studies verwacht dat China zijn data ‘sneller en in meer detail’ deelt.

De WHO kreeg bijval van veertien landen waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. In een gezamenlijk persbericht uitten de landen hun bezorgdheid over het recente WHO-onderzoek. “Het internationale onderzoek naar de oorsprong van het SARS-CoV-2-virus (coronavirus) was significant vertraagd en had geen toegang tot complete, originele data en monsters.”

30 maart 2021 |
Friso van der Vijgh
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2020/2021 en BA Midden-Oostenstudies.