4 vragen over...
Symboliek, peilingen en powermoves: kabinetscrises in 4 vragen
8 maart 2021
Lukas Snijders
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021) en student bachelor Politicologie.

In januari viel het kabinet op de valreep over de Toeslagenaffaire. De verkiezingen van 17 maart bepalen grotendeels welke partijen de komende vier jaar de dienst gaan als regering. Alhoewel: de komende vier jaar… Zo zeker is dat dus niet. Niet zelden houdt een kabinet het niet met elkaar uit tot het einde.

Het lijkt soms een beetje bij elkaar te horen: Nederlandse politiek en een gevallen regering. Het is tekenend dat in CDA-kringen, volgens Tom Jan Meeus van NRC, al rekening werd gehouden met de val van Rutte IV: een kabinet dat nog niet eens gevormd is. We praten over kabinetscrises met politicoloog Simon Otjes van de Universiteit Leiden, die gespecialiseerd is in parlementaire geschiedenis. Vier vragen over de val van Rutte III en kabinetscrises in het algemeen.

1. Wat was het keerpunt in de kabinetscrisis over de Toeslagenaffaire?

Het was lange tijd onduidelijk of het kabinet zou gaan vallen. D66 leek al vrij snel zijn conclusies te hebben getrokken en zag geen andere geloofwaardige mogelijkheid dan opstappen, net als later de ChristenUnie. De VVD vond in de eerste instantie dat het kabinet nog wel door kon, maar vond het later ook begrijpelijk als het kabinet wel zou vallen. Maar volgens Simon Otjes was dat vanaf het begin al de enige echte optie. “In mijn ogen was het bij het uitkomen van het rapport (toeslagenaffairerapport Ongekend Onrecht, red.) al gedaan. De toon was te sterk gezet.” De VVD wilde volgens Otjes enkel de zekerheid dat er op coronagebied normaal kon worden doorgeregeerd, en de compensatie voor de getroffen ouders goed regelen. “De randvoorwaarden om het kabinet te laten vallen zonder zich er zorgen over te maken, waren er.” Ook het Kerstreces droeg bij aan dat het iets langer duurde, volgens Otjes.

2. Veel media spreken van symboolpolitiek. Zit daar wat in?

Ja en nee. Aftreden zonder acuut conflict is iets symbolisch: het kabinet neemt de verantwoordelijkheid, zonder dat daar echt noodzaak toe is. Klaas Dijkhoff noemde het aftreden als ‘symbolisch gebaar’ onwenselijk in coronatijd. “Maar negentig procent van de politiek is symbolisch”, lacht Otjes. “Als je kijkt naar de Uruzgankwestie, of de Ayaancrisis… Coalitiepartijen kozen om daarover te vallen. Dat maakt nog niet dat het er niet toe doet, wat de term ‘symboolpolitiek’ vaak wel impliceert.” Wel is het symbolischer dan bijvoorbeeld het vastlopen van Ruttes eerste kabinet, dat viel over de begrotingscrisis en er simpelweg niet uit kwam.

3. Hoe kan het dat de VVD na het aftreden zo hoog in de peilingen blijft staan?

Ook dat heeft met de manier van aftreden te maken. Otjes noemt het “een soort tovertruc” van Rutte. “Door met het hele kabinet af te treden voordat er een parlementair debat is geweest, heeft hij de verantwoordelijkheid afgehouden.” De kiezer ziet de gehele politiek daardoor als verantwoordelijk, in plaats van alleen het kabinet. Daardoor blijven grote electorale gevolgen uit voor de VVD. “Een powermove van Rutte, dus.”

4. Sinds de Tweede Wereldoorlog vielen er zeventien van de dertig kabinetten. Is dat veel?

Meer dan de helft van de kabinetten heeft het einde van zijn termijn niet gehaald. Dat voelt als veel, maar volgens Otjes is niets minder waar. “In een coalitieland als Nederland, met zoveel fragmentatie en zoveel partijen die een andere visie op de maatschappij hebben. Dan vind ik het een mooi percentage.” Nederlandse kabinetten vallen relatief vaker dan landen met één partij aan de macht zoals het VK. Als je het vergelijkt met andere gefragmenteerde landen zijn we juist weer relatief stabiel. Het is dus maar net hoe je ernaar kijkt.

Otjes stipt wel aan dat het sinds 1965 een groter risico is geworden om een kabinet te laten vallen. Daarvoor was het namelijk niet vanzelfsprekend dat er verkiezingen werden georganiseerd na de val van een kabinet. Zo kon het kabinet-Marijnen, een centrumrechtse coalitie, zonder tussenkomst van de kiezer overgaan in het kabinet-Cals dat juist weer centrumlinks was. “Die norm is sindsdien veranderd. Daardoor is een kabinetscrisis een veel groter incident dan voorheen. Je loopt als partij ineens een groter risico om afgestraft te worden als je de stekker uit het kabinet trekt.”

8 maart 2021 |
Lukas Snijders
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021) en student bachelor Politicologie.