Achtergrondartikel
De ontwikkeling van Rotterdam door een koloniale bril
3 maart 2021
Precious Sadhoe
Student | Minor Journalistiek en Nieuwe Media 2020-2021 | BSc Life Science and Technology 2018-
De Oude Haven in Rotterdam Centrum (2021). Foto: Precious Sadhoe.

Rotterdam heeft een hoofdrol gehad in het koloniale en slavernijverleden van Nederland. Volgens onderzoek is dit verleden een essentiële ontwikkelingsfactor geweest van de wereldhaven.

Rotterdam had vanaf de 17e eeuw een hoofdrol in het Nederlandse koloniale en slavernijverleden. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Koloniaal verleden Rotterdam‘ van Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en de gemeente Rotterdam. Veel plantagehouders in de koloniën waren Rotterdammers. Rotterdam was intussen een belangrijke havenstad en handelspost van Nederland geworden. Veel slavenschepen vertrokken en arriveerden daar. Rotterdam was verantwoordelijk voor tien procent van de gehele Nederlandse slaventransport. Dat staat gelijk aan 60.000 slaafgemaakten. De sporen van het heftige verleden zijn nog steeds terug te vinden in de Rotterdamse samenleving. Zo hebben één op de acht Rotterdammers voorouders die slachtoffers waren van het kolonialisme. Lees hier meer artikelen over het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam.

VOC en WIC

De Nederlandse geschiedenisboeken leren ons over de Verenigde Oost-Indische Compagnie VOC en de West-Indische Compagnie (WIC). Grote motoren achter de ‘Gouden Eeuw’ (17e eeuw). Men staat niet altijd stil bij wat dit precies inhoudt. De ‘Gouden Eeuw’ ging gepaard met kolonisaties en slavernij. Lokale bevolkingen van de koloniën verloren hun vrijheid en veiligheid. Kolonisatoren gebruikten geweld tegen hen. Soms moordden ze de lokale bevolking zelfs uit. Verder hadden de koloniën vruchtbare gronden en beschikten zij over veel rijkdommen. Denk bijvoorbeeld aan producten en specerijen zoals: tabak, suiker, goud en katoen. De gewassen werden op plantages onder dwang verbouwd door slaafgemaakten of lokale bevolking. Veel Rotterdamse machthebbers waren actief binnen de VOC en WIC.

VOC-magazijn in Delfshaven (2021). Foto: Precious Sadhoe.

Rotterdamse ex-pensionaris Johan van Oldenbarnevelt richtte de VOC op. Deze compagnie bekommerde zich over de handel met Azië. Daarnaast hield zij zich kleinschalig bezig met de slavernij. Toen de VOC de Nederlandse monopolie kreeg op handel met Azië, werden zij erg machtig. In eerste instantie handelde zij met de lokale bevolking. Maar op den duur veroverde de VOC Aziatische gebieden zoals Indonesië. De WIC hield zich grootschalig bezig met kolonisaties en kaapvaart langs de Atlantische Oceaan. Zij koloniseerde landen zoals Aruba en Suriname. De VOC kreeg de Nederlandse monopolie op slavenhandel.

De WIC hanteerde een driehoekshandel. Daarbij vervoerden Nederlanders handelsproducten, zoals sterke drank en vuurwapens, naar Afrika. Daar verruilden zij de producten voor slaafgemaakten. In de koloniën verkochten de Nederlanders de slaafgemaakten tegen plantageproducten. Deze producten werden uiteindelijk verhandeld in Europa. De driehoekshandel leverde Rotterdam veel geld op. Veel schepen vertrokken vanuit Rotterdam. De handel en scheepsvaart nam enorm toe. En de stad was onmisbaar vanwege haar aanbod in scheepsbouw en -onderhoud. Daarnaast beschikte Rotterdam over een WIC- en VOC-Kamer. Deze beïnvloedden grote besluiten binnen de compagnieën.

Coopstad & Rochussen

Toen de WIC haar alleenrecht op slavenhandel verloor, werd de Rotterdamse firma Coopstad & Rochussen (C&R) de tweede grootste slavenhandelmaatschappij van Nederland. De archieven van C&R zijn daarom essentieel geweest voor de reconstructie van het Nederlandse slavernijverleden. Vanuit het Lloydkwartier begon C&R aan haar driehoekshandel. In dertig jaar tijd heeft zij 23.000 slaafgemaakten vervoerd. De transport verliep onder extreem slechte omstandigheden. Mannelijke slaafgemaakten kregen ruimtes van honderdtachtig bij veertig centimeter. Vrouwen en kinderen kregen kleinere ruimtes. Verder bood C&R plantagehypotheken aan aan geïnteresseerden. Zo kon ook het ‘gewone volk’ aandeel nemen in de slavernij.

Lloydkade in Delfshaven (2021). Foto: Precious Sadhoe.

Koloniale Rotterdammers

Erg veel Rotterdammers waren actief deelnemer in de slavernij en het kolonialisme. Niet alleen machthebbers, maar ook de ‘gewone burgers’. Het ‘gewone volk’ kocht met weinig geld obligaties van plantages. Daarnaast waren kleine en grote Rotterdamse handelaars een belangrijk deel van de driehoekshandel. Ook non-profitorganisaties waren indirect deel van het kolonialisme. Bijvoorbeeld de Evangelische Lutherse Kerk: het regelmatige onderhoud van de orgel werd verzekerd door donaties vanuit aandelen in plantages en slavenschepen. Rotterdamse elite en machthebbers waren direct betrokken bij de slavernij en het kolonialisme. Zij investeerden op verschillende manieren hierin. Ze kochten bijvoorbeeld aandelen in slavenschepen of startte relevante ondernemingen.

Zo richtte Johan van Oldenbarnevelt de VOC op. Een andere bekende man was Johan van der Veeken: de rijkste koopman van Rotterdam. Hedendaags ontvangen succesvolle Rotterdamse ondernemers een Johan van der Veekenpenning van de gemeente. Een groot deel van het kapitaal van Van der Veeken komt uit de slavernij. Hij bezat slavenschepen en handelde in plantageproducten. Ook het Rotterdamse stadsbestuur was groot fan van koloniale ondernemers. Zij had hier vaak persoonlijke profijten bij. Daarnaast haalden veel Rotterdamse bedrijven (die soms nog bestaan) winst uit hun rol in de slavernij en het kolonialisme. Denk maar aan ABN AMRO en het voormalig Rotterdamsche Lloyd.

Antislavernij

Vrijwel alle Rotterdammers waren zich bewust van de heftige slavernij. Ook de mensen die niet deelnamen daaraan, werden met de slavernij geconfronteerd. Zo werden bijvoorbeeld loterijbriefjes verkocht met daarop een gemartelde slaafgemaakte afgebeeld. Veel machthebbers en ondernemers hadden geen ethische bezwaren tegen de slavernij. Andere mensen vonden het geweld en racisme verschrikkelijk. Zo waren Rotterdamse jurist Pieter Paulus en Rotterdamse politicus Gijsbert Karel van Hogendorp toegewijde tegenstanders van de slavernij.

In 1840 ontstond de antislavernijbeweging in Nederland. Activisten zamelde geld in om slaafgemaakten vrij te kopen en antislavernijverenigingen te starten. Ze voerden antislavernij gedichten en toneelstukken uit op het Schouwburgplein. Rotterdamse elite vrouwen ‘The Rotterdam Ladies Antislavery Committee’ stuurde de eerste petitie naar de koning op. De petitie was ondertekend door 129 vrouwen, afkomstig vanuit verschillende (politieke) levensovertuigingen. Dat was bijzonder voor die tijd.

Schouwburgplein in Rotterdam Centrum (2021). Foto: Precious Sadhoe.

“Het systema zelve der slavernij is der verspreiding des Christendoms vijandig. Als vrouwen zouden wij bij Uwe Majesteit inzonderheid ten gunste der slavinnen willen pleiten, want op haar drukt de slavernij dubbeld zwaar.”

Woorden afkomstig uit de antislavernij-petitie van: ‘The Rotterdam Ladies Antislavery Committee’.

Anno 2021

De wereldstad Rotterdam is vandaag een van de grootste havens ter wereld. Dat is mede door het koloniale en slavernijverleden. De Rotterdamse handel, industrie en economie is hierdoor enorm gegroeid. Veel fysiek bewijs van het kolonialisme en de slavernij is verwoest tijdens de tweede wereldoorlog. Maar de sporen zijn verworven door de hele stad. Musea, zoals Boijmans van Beuningen, staan vol met kunst en collecties weggehaald uit de koloniën. Bekende Rotterdamse namen krijgen opeens een andere betekenis: Witte de With, Viruly, Lloyd, Van Nelle, Van Oldenbarnevelt en Van der Veeken. Dat waren mensen aan wie nu straatnamen en standbeelden zijn toegewijd. Zij hadden grote reputaties binnen de slavernij en het kolonialisme.

Slavernijmonument ‘Clave’ aan de Lloydkade, Delfshaven (2021). Foto: Precious Sadhoe.

Het verleden van de koloniën en Nederland is samengesmolten tot één geschiedenis. De Rotterdamse multiculturele samenleving komt deels voort uit deze geschiedenis. Inwoners van gekoloniseerde gebieden ontvluchtten (nog steeds) de politieke en economische gevolgen van het kolonialisme. Daarom zijn er in Nederland veel Surinamers, Antillianen en Indonesiërs. De Rotterdamse bewustzijn van de koloniale geschiedenis groeit. Op 1 juli vindt jaarlijks het festival Keti Koti Rotterdam plaats: de viering van de afschaffing van de slavernij. Verder zijn Rotterdamse plekken toegewijd aan de koloniën, zoals de Kratonkade. In 2013 is door initiatiefneemster Peggy Wijntuin een slavernijmonument geplaatst aan de Lloydkade (Delfshaven). Een plek die actief was in de driehoekshandel. Wijntuin heeft ook het onderzoek ‘Koloniaal verleden Rotterdam’ geïnitieerd. De onderzoeksresultaten zijn vorig jaar bekendgemaakt via drie boeken:

  • Het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam (Gert Oostindie)
  • Rotterdam in slavernij (Alex van Stipriaan)
  • Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging (Francio Guadeloupe, Paul van de Laar, Liane van der Linden)

Tijdlijn

3 maart 2021 |
Precious Sadhoe
Student | Minor Journalistiek en Nieuwe Media 2020-2021 | BSc Life Science and Technology 2018-