Wereldleiders in tijden van corona
30 mei 2020
Anil Anker
Ik ben Anil Anker, minorstudent journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden (2019-2020).

De bestrijding van het coronavirus stelt wereldleiders voor een lastige opgave. Toch hoeft de coronacrisis voor wereldleiders niet on gunstig uit te pakken. In dit artikel lees je hoe de coronacrisis de populariteit van wereldleiders beïnvloedt.

Het coronavirus maakt het wereldleiders niet gemakkelijk. Hoewel veel landen de afgelopen tijd de maatregelen tegen de verspreiding van het virus hebben versoepeld, zijn leiders nog altijd genoodzaakt de bewegingsvrijheid van hun burgers sterk in te perken. Daar komt nog bij dat de economie overal ter wereld zwaar wordt getroffen door de coronamaatregelen. Ontevredenheid bij de bevolking ligt al snel op de loer.

Je zou dus kunnen denken dat het coronavirus de populariteit van wereldleiders niet ten goede komt. Toch hoeft dit niet per sé het geval te zijn: onderzoek laat zien dat de populariteit van leiders in tijden van dreiging juist toeneemt. Zo nam het percentage Amerikanen dat president George W. Bush steunde na 11 september 2001 toe van 51 tot 86 procent. In het Engels wordt dit het “rally-‘round-the-flagceffect” genoemd. Een crisis zoals het coronavirus kan er dus voor zorgen dat de populariteit van een leider toeneemt, maar dat betekent niet dat deze populariteit blijvend is.

Donald Trump

Kijk bijvoorbeeld naar Donald Trump. Toen het coronavirus in maart ook in de Verenigde Staten toesloeg en Trump de noodtoestand uitriep, nam zijn populariteit in een week tijd toe van 44 naar 49 procent. Deze populariteit was niet alleen te danken aan zijn Republikeinse achterban: onder Amerikanen die zich identificeren met de Democratische Partij nam het percentage dat het beleid van Trump goedkeurde toe van 6 naar 13 procent. 60 procent van de Amerikanen beoordeelde de manier waarop president Trump reageerde op de coronacrisis positief.

Toch pakte de coronacrisis op de langere termijn slecht uit voor Trump. Zijn aanpak van de coronacrisis was allesbehalve succesvol: op 28 mei waren in de VS al meer dan 100.000 doden gevallen door het virus. Beschuldigingen aan het adres van China, gevaarlijke remedies: het Amerikaanse volk nam het Trump niet in dank af. Op 12 mei liet een peiling uitgevoerd door Reuters/Ipsos zien dat nog slechts 41 procent van de Amerikanen Trump steunde. Op dezelfde dag bleek uit een peiling uitgevoerd door CNN dat 54 procent van de Amerikanen de manier waarop de regering omging met de coronacrisis afkeurde.

Boris Johnson

De populariteit van de Britse premier Boris Johnson laat een vergelijkbaar beeld zien. Nadat Johnson op 23 maart een volledige lockdown instelde, nam zijn populariteit behoorlijk toe. Op 12 maart wees een peiling uit dat 42 procent van de Britten het premierschap van Johnson positief beoordeelde en 36 procent negatief; op 26 maart was dit respectievelijk 55 en 26 procent. Op hetzelfde moment beoordeelde 65 procent van de Britten de manier waarop de overheid reageerde op de coronacrisis positief.

Hier kwam echter verandering in nadat Johnson, die nog geen maand eerder zelf in het ziekenhuis lag met een coronabesmetting, op 10 mei een reeks versoepelingen van de coronamaatregelen aankondigde. Niet alleen weigerden lagere overheden deze versoepelingen uit te voeren, ook veel Britten waren het oneens met de manier waarop Johnson de coronamaatregelen afbouwde. Op 13 maart bleek uit een peiling uitgevoerd door Opinium Research dat 42 procent van de Britten de manier waarop de regering omging met de coronacrisis afkeurde; slechts 39 procent stond hier positief tegenover. Hoewel een meerderheid van de Britten nog altijd positief staat tegenover Johnson is het “rally-‘round-the-flag effect” behoorlijk afgenomen: stond in april nog 51 procent van de Britten positief tegenover Johnson en 31 procent negatief, in mei waren deze cijfers respectievelijk 45 procent en 38 procent.

Mark Rutte

Ook hier in Nederland zorge de coronacrisis voor toenemende steun aan de regeringsleider. Nadat Mark Rutte op 16 maart een televisietoespraak hield waarin hij het overheidsbeleid uiteenzette, bleek uit een peiling uitgevoerd door EenVandaag dat 68 procent van de Nederlanders vertrouwen had in het functioneren van de minister-president; vóór de coronacrisis schommelde dit nummer tussen de 25 en de 45 procent. Dezelfde peiling liet zien dat 73 procent van de Nederlanders het eens was met de manier waarop de overheid de coronacrisis aanpakte.

In tegenstelling tot wat bij Trump en Johnson het geval is lijkt de populariteit van Rutte, of althans zijn partij, blijvend. Weliswaar was de VVD vóór de coronacrisis met 27 virtuele zetels al de grootste partij in de peilingen, maar toen was het verschil met de partij op de tweede plaats (de PVV met 18 virtuele zetels) nog relatief klein. Op 26 mei liet een peiling uitgevoerd door Ipsos en EenVandaag zien dat als er nu verkiezingen gehouden zouden worden, de VVD zou kunnen rekenen op maar liefst 44 zetels. De partij op de tweede plaats, GroenLinks, zou dan genoegen moeten nemen met 15 zetels. Volgens EenVandaag zijn de nieuwe VVD-kiezers niet alleen afkomstig van rechtsere partijen als PVV en FVD, maar ook van coalitiegenoten CDA en D66. Rutte kan dus rekenen op steun vanuit brede lagen van de Nederlandse bevolking.

Zie de grafiek hieronder voor een handig overzicht van de populariteit van Trump, Johnson en de VVD in de afgelopen maanden.

Line Chart
Infogram
30 mei 2020 |
Anil Anker
Ik ben Anil Anker, minorstudent journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden (2019-2020).