Interactieve kaart
De braindrain die Nederlandse gemeenten teistert
5 mei 2020
Janneke Delwel
Studente Journalistiek en Nieuwe Media

Het is een somber beeld: de Bakker Bart in Heerlen (Zuid-Limburg) is de zoveelste winkel die gesloten wordt in het toch al niet zo levendige centrum. De bedrijvigheid neemt af en jonge inwoners trekken weg; een bekend fenomeen in veel provinciale gemeenten. Waarom is het zo lastig om de jeugd te behouden? Is er nog hoop voor plaatsen zoals Heerlen, Loppersum en Assen? 

De ontwikkelingen in Heerlen bevestigen de cijfers van het Planbureau voor Leefomgeving (PBL): grote steden, met name in de Randstad, worden steeds voller, terwijl verder gelegen gemeenten leeglopen. Vaak is er sprake van een “brain drain”: hoog opgeleide jongeren verlaten de regio om te studeren, vaak om voorgoed weg te blijven. Voor veel perifere gemeenten levert dit grote problemen op.

Van dorp naar stad

Studente Noor Vet (21) herkent zich in dit beeld. Ze groeide op in het dorpje Odoorn in Drenthe, dat 1,856 inwoners telt. Voor haar opleiding International Studies verhuisde ze naar Den Haag. Terugkeren naar Odoorn ziet ze voorlopig niet zitten: “Ik kan me niet voorstellen dat ik in deze fase van mijn leven full-time in een dorp zou wonen. Ik zou de levendigheid van de stad te veel missen. De stad heeft meer faciliteiten, is veel diverser en je kunt je er makkelijker doorheen bewegen. In Odoorn komt één bus per uur.”

Toch sluit Noor niet uit dat ze ooit teruggaat naar een dorp: “Als ik op een gegeven moment in mijn leven een huiselijkere levensstijl wil, kan ik mij voorstellen dat ik weer op het platteland zou gaan wonen. Maar, stelt ze: “Dit dorp zou dan wel beter aangesloten moeten zijn op het openbaar vervoer dan de meeste regio’s in het noorden van het land, en bovendien dichterbij een stad die iets te bieden heeft.” 

Gebrek aan mogelijkheden

Het is dus niet bij uitstek zo dat jongeren die een dorp verlaten voorgoed in de grote stad willen blijven, maar om in een dorp te wonen moet het wel aan enkele voorwaarden voldoen. Behalve bereikbaarheid wordt ook de woningmarkt aangewezen als probleem: “Er wordt vooral in de steden gebouwd, terwijl de dorpen op slot zitten.” aldus Joks Janssen, directeur van Brabant Kennis. Bovendien is er in de Randstad meer werk op niveau beschikbaar, dus ook werkgelegenheid staat hoog op de agenda.

Noor: “Het is niet moeilijk om wonen in een dorp aansprekend te maken; betere verbinding met het openbaar vervoer en meer banen in de regio kunnen al meer jongeren aantrekken.” Ook zouden gemeentebesturen meer aandacht moeten besteden aan de wensen van jongeren die wél in hun dorp blijven wonen: “Leer ze hoe ze zelf een club kunnen runnen, koester ze en vraag waar ze behoefte aan hebben,” aldus Janssen. 

Dorpsgevoel

Op de lange termijn kan de “Braindrain” zorgen voor minder sociale cohesie in de vorm van verenigingen en clubs. Lager opgeleiden nemen minder snel het voortouw in bijvoorbeeld het bestuur van verenigingen, en er zullen minder jonge gezinnen zijn voor maatschappelijk draagvlak. Ook zetten hoogopgeleiden zich relatief vaak in voor de lokale samenleving, en dragen ze bij aan lokale kennis en ondernemerschap, zo blijkt uit onderzoek.

Om te kunnen blijven voortbestaan, is het dus belangrijk dat gemeenten nadenken over oplossingen voor de uitstroom van jonge mensen. Ook het PBL zal zich de komende jaren blijven buigen over de ongelijkheid tussen stad en platteland. Wie weet zullen ze het tij keren zodat de druk op grote steden afneemt en steden zoals Heerlen weer opleven.

De onderstaande kaart brengt het probleem van de brain drain in Nederland in beeld. 

5 mei 2020 |
Janneke Delwel
Studente Journalistiek en Nieuwe Media