Achtergrondartikel
De woestijnsprinkhaan rukt op
30 april 2020
Esther Geerts
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2019/2020

Een ongekende plaag van woestijnsprinkhanen teistert gebieden in Oost-Afrika en rond de Arabische zee. Hoe ontstaan deze zwermen en hoe verspreiden ze zich?

Dat er in het Midden-Oosten en Afrika woestijnsprinkhanen voorkomen is geen uitzonderlijkheid, maar in het afgelopen jaar zijn er gigantische zwermen ontstaan die alles opvreten wat ze tegen komen. Er zijn in de geschiedenis vaker grote sprinkhanenplagen geweest, maar de huidige plaag heeft buitengewone proporties.

Een enkele sprinkhaan doet weinig kwaad, maar de zwermen van tot de 80 miljoen sprinkhanen richten enorme schade aan.

In de interactieve kaart hieronder kun je zien hoe de sprinkhanenplaag is ontstaan en de ontwikkelingen van de sprinkhanen volgen.

Het monitoren en bestrijden van sprinkhanen ligt voornamelijk in handen van ministeries van landbouw van de getroffen landen.

De meest gebruikte methode is het inzetten van chemicaliën in kleine en geconcentreerde doses. Het wordt vooral vanaf voertuigen gesproeid en in sommige gevallen vanuit de lucht of in mindere mate door met de hand. In sommige landen wordt het leger ingezet om deze operaties uit te voeren. Lokaal doen boeren ook pogingen om hun akkers te beschermen, zoals door geulen te graven om sprinkhanen in te vangen of het gebruiken van netten.

Overkoepelend speelt de FAO, de voedsel en agricultuur organisatie van de Verenigde Naties een grote rol. Zij monitoren hoe een sprinkhanenplaag zicht ontwikkeld en doen voorspellingen over het verloop. Getroffen landen sturen data over het aantal sprinkhanen, die de FAO analyseert, net als weersomstandigheden en satellietbeelden om de situatie in zijn geheel in de gaten te houden. Elke maand brengen ze een bulletin uit die de sprinkhanensituatie van de maand samenvat met een voorspelling van de migraties van de zwermen per getroffen land. Deze en andere informatie is te vinden op de Locust Watch website van de FAO.

“Geen van de getroffen landen in Oost-Afrika zijn normaal gesproken de frontlinie voor sprinkhanenplagen, dus zij hadden geen van de beschikbare systemen en middelen klaarstaan”, zegt Keith Cressman, directeur voorspellingen van sprinkhaanplagen bij de FAO. Er worden middelen ingezet die makkelijk in gebruik zijn voor landen als Kenia, Zuid-Soedan en Somalië. In Kenia zal binnenkort een eerste proef door de FAO gedaan worden met drones om de sprinkhanenplaag te monitoren.

In de datavisualisatie hieronder kun je de hoeveelheid behandelde grond zien per land vanaf april 2019. Je ziet dat in het begin vooral landen in het Midden-Oosten veel aan behandeling doen. Later neemt vooral de behandeling in India en Pakistan veel toe. Kleinere landen behandelen natuurlijk minder dan grotere landen, maar armere landen zoals Yemen, Eritrea en Oeganda hebben ook minder geld en middelen tot hun beschikking dan landen als India en Iran.


30 april 2020 |
Esther Geerts
Student minor Journalistiek en Nieuwe Media 2019/2020