Vier vragen over de moskeeverhoren in de Tweede Kamer
20 februari 2020
Mohammad Reza
Minor student Journalistiek en Nieuwe Media 2019-2020

De afgelopen twee weken stonden in het teken van de moskeeverhoren die werden gehouden door de Tweede Kamer. Hieronder antwoorden op vier vragen over het werk van deze veelbesproken onderzoekscommissie.

Wat is het probleem?

Al jaren worstelt de Nederlandse overheid met ongewenste invloed vanuit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Vanuit Nederland bestaat de vrees dat deze landen hun orthodoxe interpretatie van de Islam, het salafisme of wahabbisme willen verspreiden. Deze ongewenste beïnvloeding zou de integratie van moslims kunnen tegenhouden en een voedingsbodem creëren voor terrorisme. In 2018 kwam de NOS en de NRC met het bericht dat er meer dan 30 moskeeën zijn die ongewenste financiering ontvangen.

Hieronder een kaart met een overzicht van moskeeën die worden gefinancierd door Saudi-Arabie en/of Koeweit. De gegevens zijn afkomstig van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het Kabinet heeft in het regeerakkoord vastgesteld om de buitenlandse financiering van moskeeën aan banden te leggen. Aanvankelijk werd getracht om met een wetsvoorstel dit te kunnen verbieden. Minister Koolmees schreef in een brief aan de Kamer dat dit in de praktijk moeilijk te realiseren is. Allereerst moet er een definitie komen van ‘onvrije landen’. Daarnaast zijn er consequenties voor Nederland op het gebied van handel en diplomatie met het buitenland.

Om toch meer duidelijkheid te scheppen over de aard van het probleem en om meer inzicht te krijgen in islamitische instellingen en moskeeën is er door de Tweede Kamer op 10 februari een parlementaire onderzoekscommissie gestart.

Wat is een parlementaire onderzoekscommissie?

Om een openbaar onderzoek te doen naar maatschappelijke misstanden kan de Tweede Kamer zich beroepen op haar recht van enquête. Een samengestelde commissie van Kamerleden kan getuigen en deskundigen ondervragen. Er zijn twee onderzoeksmethoden: een parlementaire enquête en een parlementair onderzoek. De eerste vorm is een zwaar middel waarbij de sprekers onder ede ondervraag worden. Ze zijn verplicht om voor de onderzoekscommissie te verschijnen, de aanwezigheid kan worden afgedwongen bij de rechter. Bij een standaard parlementair onderzoek geldt dit niet.

De parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding startte op 10 februari met het verhoren van getuigen en betrokkenen. Het onderzoek is het resultaat van een motie van Kees van der Staaij (fractievoorzitter SGP) en Sadet Karabulut (Tweede Kamerlid namens SP) uit 2019, met als doel om meer inzicht te krijgen in ongewenste financiering van het buitenland aan Nederlandse moskeeën. In april verwacht de commissie haar bevindingen te kunnen presenteren aan de Kamer.

Wat is het doel van het onderzoek?

Naar aanleiding van de motie zijn er verkennende gesprekken gevoerd tussen de vergadercommissies Sociale Zaken, Justitie & Veiligheid en Buitenlandse Zaken. Er werd een voorbereidingsteam opgericht. Het voorbereidingsteam van de parlementaire commissie kwam tot de conclusie dat het niet alleen gaat om financiering uit het buitenland maar om beïnvloeding via meerdere kanalen. Zoals het aanbieden van studies, lesmateriaal, lezingen, vertalingen van werken en het sturen van afgevaardigden naar Nederland. Het doel van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de ongewenste invloed uit onvrije landen op maatschappelijke en religieuze organisaties en moskeeën in Nederland. De commissie kijkt ook wat de mogelijkheden zijn om de ongewenste invloed te doorbreken.

Wat weten we tot dusver?

Dick Schoof, directeur van de AIVD, gaf op de eerste dag van de verhoren al aan dat er groeiende groep salafistische moslims is die de democratie en rechtsstaat ondermijnt. Deze gemeenschap zou erg dominant zijn op het internet en het systeem van binnenuit willen afbreken. De voorzitter van de Raad van Nederlandse Moskeeën, Said Bouharrou, sloot zich aan bij de woorden van Schoof. De meest spraakmakende gast was ongetwijfeld Imam Salam van de Al-Fitrah moskee. Er ontstond ruzie tussen de Imam en de commissie. Hij vond het onterecht dat het onderzoek zich slechts richtte op moskeeën. Ook weigerde hij om antwoorden te geven op vragen en noemde hij het verhoor een ‘poppenkast’.

Uit geen van de verhoren is gebleken dat de islamitische instellingen of moskeeën een tegenprestatie moeten leveren voor het geld dat zij ontvangen. Van geld in ruil voor invloed is geen sprake volgens de getuigen. Wat wel duidelijk naar voren komt is dat er een internationaal netwerk bestaat op het internet van jonge orthodoxe moslims die elkaar opzoeken. Hier worden YouTube video’s gedeeld en aangeprezen onder elkaar. De buitenlandse invloed gaat dus vooral via informele kanalen en niet zozeer via officiële financiële transacties.

20 februari 2020 |
Mohammad Reza
Minor student Journalistiek en Nieuwe Media 2019-2020